B antwoorden havo

Hoofdstuk4 Organisaties enbesluitvorming

Hoofdstuk4 Organisaties enbesluitvorming

4.1 Systeemtheorie

5 3

Contingentiebenadering Scientificmanagement

6 1 4

Human-relationsbeweging

Algemenemanagementtheorie 2

Revisionisme

4.2 d

4.3 De theoriediebij dit artikel past is de contingentiebenadering. Deze theoriegaat er vanuit datmanagement- opvattingensituatiegebonden zijn. Eenoptimaal resultaat kanalleenwordenverkregenalsook rekeningwordt gehoudenmet de interne en externe omgeving. In het artikel wordt ook beschreven dat managersmoeten kunnen improviserenendus inspelenophunomgeving. 4.4 a Bij een lijnorganisatie komt een opdracht van de directeur (het hogermanagement of topmanagement) via hetmiddenmanagement en lagermanagement bij dewerknemer op dewerkvloer terecht. Iedereen heeft dus éénbaas.

b • Het systeem isduidelijk eneenvoudig. • Bevoegdheden zijngoedafgebakend. • Takenenverantwoordelijkheden zijnduidelijkbepaald. • Beslissingennemengaat snel. c • Het systeem leidt gemakkelijk tot bureaucratie. • Elkeafdeling staat teveel op zichzelf. • Er isgebrek aangespecialiseerdpersoneel. • Managers krijgeneen te zwareverantwoordelijkheid. • Er is eengeringe flexibiliteit.

d In de hiërarchische relatie komt tot uitdrukkingwie de baas is enwie de ondergeschikte (relatieswaarin dehiërarchievaneenorganisatie tot uitdrukking komt). Bij een functionele relatie is niet zo zeer sprake van een hiërarchie, maar deze bestaat wanneer de staf- functionarisop zijn functiegebieddwingendeaanwijzingenmaggevenaanmedewerkers indeorganisatie (zowel lijn- als staffunctionarissen).

e • Het voorbereidenvanuitvoerendewerkzaamheden. • Voorlichtinggeven.

• Adviezengevenaanhetmanagement. • Controlewerkzaamhedenverrichten. • Onderzoek enproductontwikkeling realiseren.

f Demeestescholenhebbeneen lijnorganisatie, hoewel conrectorensomseenstaffunctievervullenomdat zij zichvoornamelijkbezighoudenmet bijvoorbeeld financiën, onderwijs, roosterzakenetc.

SE

Management&Organisatie inBalans

19

Made with