C pwt vwo

Hoofdstuk 16 Vermogensmarkt

Domein C Uitwerkingen proefwerktraining

1 a De abstracte markt betreft het geheel van vraag naar en aanbod van een product/dienst. Een concrete markt vindt op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip plaats. b Bij een hypothecaire lening is het risico dat de kredietverschaffer loopt veel kleiner. Als de geldnemer niet meer betaalt, kan de kredietverschaffer de onroerende zaak (in het openbaar bijvoorbeeld op een veiling) laten verkopen om op die manier de vordering alsnog te ontvangen.

c Kredietplafond.

d Hij mag € 2.000 rood staan. De dispositieruimte is € 2.000. Dan staat hij € 0 rood.

e Aandelenkapitaal en obligatieleningen.

f Het gedeelte van de obligatielening dat onder het kort vreemd vermogen staat, moet op korte termijn (bin- nen een jaar) afgelost worden.

g Rekening-courantkrediet, leverancierskrediet en afnemerskrediet.

h Bij een onderhandse lening is er slechts één geldgever die met de geldnemer onderhandelt over de le- ningsvoorwaarden. Bij een obligatielening zijn er veel geldgevers waardoor overleg onmogelijk is en de voorwaarden vooraf bekend worden gemaakt.

i Een limietorder, want bij een limietorder geeft de belegger aan de bank/commissionair een maximum koopprijs of een minimum verkoopprijs op.

j De eigenaren van een onderneming die naar de beurs gaat, kunnen hieraan fors verdienen. De aandelen die de eigenaren in bezit hebben, kunnen bij een succesvolle beursgang veel opbrengen. Dit noemt men “cashen”. k Bij een daling van de rentestand is het voor beleggers minder interessant te beleggen in leningen omdat de renteopbrengst afneemt. Zij gaan dan meer beleggen in aandelen waardoor de aandelenkoersen kun- nen/zullen stijgen. Bij een stijging van de rentestand krijgen we een omgekeerd proces. 2 a Voordeel: • Het interestpercentage dat de kredietgever verlangt, is lager omdat de verhandelbaarheid van een obligatie makkelijker is dan die van de onderhandse lening. Nadeel: • De emissiekosten van een obligatielening zijn hoger dan de afsluitkosten van een onderhandse le- ning.

b Hoger dan 5%, want de beleggers moeten door een uitgiftekoers van 96% overgehaald worden om hun geld niet elders op de kapitaalmarkt te beleggen.

€ 10 miljoen 10

c Aflossing:

€ 1.000.000

1 ⁄ 2

5% ( € 10 miljoen – 5

€ 1 miljoen)

125.000

Interest:

€ 1.125.000

Totaal

CE

Management & Organisatie in Balans

25

Made with