G.J. van Bork en N. Laam (redactie) - Van romantiek tot postmodernisme

1.1 Literatuuropvatting

De opbouw van het hoofdstuk is betrekkelijk simpel. Eerst zullen een paar grond- begrippen behandeld worden. Daarna komen de grondleggers van het onderzoek aan bod. Vervolgens wordt een wending beschreven in de studie van de literatuur- opvattingen in de loop van de jaren tachtig en negentig. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de literatuursociologie. Tot slot volgen enkele opmerkingen over recente ontwikkelingen. In de loop van het exposé komen we tientallen na- men tegen, maar het zal hopelijk al snel duidelijk worden dat er niet meer dan zes hoofdpersonen zijn.

1.1 Literatuuropvatting

We starten met de term ‘literatuur- opvatting’. Die stamt uit het midden van de jaren zeventig van de twin- tigste eeuw en werd geïntroduceerd door Kees van Rees en Hugo Ver- daasdonk, twee romanisten van wie de laatste toentertijd werkzaam was aan het Instituut voor Neerlandis- tiek in Amsterdam. Beiden waren ontevreden over de manier waarop hun vak werd beoefend. In een reeks van artikelen, die ze vaak gezamen- lijk schreven, legden ze uit dat het letterkundig onderzoek niet beant- woordde aan hun wetenschappelijke idealen. Die idealen ontleenden ze voor een belangrijk deel aan het werk vanwetenschapsfilosofen als Popper, Kuhn en Lakatos – werk waarvan de meesten van hun collega’s toen het bestaan niet kenden (Laan 2001). De eerste keer dat ze het woord ‘literatuuropvatting’ gebruikten, gebeurde dat nog argeloos, maar het kreeg al gauw een speciale status en groeide uit tot een van hun belang- rijkste noties.

Hugo Verdaasdonk (1945-2007).

13

Made with