Judith Wolf - Krachtwerk

1.2  Mensen op achterstand

gezondheid (Huber, Van Vliet, Giezenberg & Knottnerus, 2013). Daarbij ligt de focus op het relatief autonoom kunnen kiezen wat je belangrijk vindt (op diverse leefgebieden en in de zorg) en het zelf zo veel mogelijk kunnen realiseren van je voorkeuren en wensen. We spreken hier van ‘relatief ’, omdat mensen in hun keuzen vanzelfsprekend nooit volledig vrij zijn. Mensen functioneren niet in een vacuüm, maar in contexten die eisen stellen aan hun handelen en dat handelen ook sturen en zo nodig inperken of begrenzen met drang of dwang. Krachtwerk gaat ervan uit dat een cliënt alleen in interactie met zijn omgeving tot zijn recht kan komen, competenties kan ontwikkelen en zichzelf naar vermogen kan rea- liseren. De cliënt wordt beschouwd als een persoon in verbondenheid met an- deren. Krachtwerk neemt de interactie tussen individu en omgeving daarom als vertrekpunt van het methodisch handelen, en besteedt daarmee veel aandacht aan de sociale en maatschappelijke inbedding van cliënten. Om richting en houvast te geven aan het methodisch werken van begeleiders is inzicht nodig in de manier waaropmensen achterop zijn geraakt en in de factoren die hierop van invloed zijn. Dit geeft zicht op de doelen en beoogde uitkomsten, en biedt aanknopingspunten voor de ondersteuning van cliënten. 1.2.1 Emotionele, fysieke, sociale en materiële uitdagingen Krachtwerk wordt ingezet voor een verscheidenheid aan mensen met (combi- naties van) problemen en participatieachterstanden, waar zij zich ook bevinden – thuis, in een voorziening of kliniek of op straat (Van Hemert & Wolf, 2011). Mensen kunnen door allerlei omstandigheden of gebeurtenissen moeite krijgen om zichzelf en hun bestaan te organiseren. Zij hebben soms weinig greep meer op zichzelf, ervaren problemen bij het vervullen van maatschappelijke rollen en bewegen zich bijna ongemerkt naar de rafelranden van de samenleving. Vaak is niet precies duidelijk wat oorzaak en wat gevolg is van de achterstand (Wolf, 2002). In de doelgroep van Krachtwerk zijn deelpopulaties te onderscheiden waarbij één of enkele kenmerken meer op de voorgrond staan, zoals emotionele en/of gedragsproblemen (angst, somberheid, moeite met het controleren van ei- gen impulsen), fysieke problemen (ziekten en lichamelijke ongemakken), sociale problemen (relatieconflicten, opvoedingsproblemen, eenzaamheid, burenover- last) en materiële tekorten (schulden, financieel niet kunnen rondkomen). Verstandelijke, psychische of fysieke beperkingen kunnen ten grondslag lig- gen aan veel problemen. Ook kan sprake zijn van geweldsproblematiek (kinder- en oudermishandeling en/of partnergeweld). Soms vormen leeftijdsgebonden omstandigheden (volwassen worden, ouder worden, verlies van partner, kinde- ren uit huis) voor cliënten een (te) grote uitdaging. Mensen op achterstand

1.2

25

Made with