Henk Smeijsters - Handboek creatieve therapie

22

1  HetCT-molecuul

Legenda 1 Algemenemenswetenschappen die inzicht geven in de normale psychosociale en psychomotorische ontwikkeling van demens, dewijzewaarop deze ontwikkeling dooropvoedingondersteundkanwordenendemaatschappelijkecontextwaarinde mens zich bevindt (algemene psychologie, ontwikkelingspsychologie, cognitieve psychologie, sociale psychologie, klinische psychologie, psychotherapie, psychia trie, pedagogiek,maatschappijwetenschappen,filosofie, enz.). 2 De werkvelden en instellingenwaarin creatief therapeutenwerkzaam zijn: intra-, semi- en extramurale instellingen voor geestelijkegezondheidszorg, algemenege zondheidszorg en zorg voormensenmet beperkingen, voor kinderen, jeugdigen, volwassenenenouderen,hetspeciaalonderwijs,de jeugdhulpverleningendeprivé praktijk. 3 Deobservatieendiagnostiek:debinnendeafzonderlijkewerkveldenvoorkomende psychische stoornissen en/of handicaps (psychosen, neurosen, psychomotorische handicaps, verstandelijkehandicaps, autisme, dementie, afasie, enz.). 4 Dewerkwijzen die binnen de psychotherapie, ortho(ped)agogie, systeemtherapie, neuropsychologie (enzovoort)onderscheidenwordenendie toepasbaarwordenge achtbij bepaaldediagnoses (b.v. ortho(ped)agogisch, supportief, palliatief, re-edu catief, reconstructief, steunend, structurerend, klachtgericht, ontdekkend, losma kend, verrijkend, verwerkend, focaal inzichtgevend, openleggend inzichtgevend). 5 Psychotherapeutische, ortho(ped)agogische, systeemtherapeutische en neuropsy chologische stromingen die binnen dewerkwijzen gehanteerd kunnenworden en waaraan de creatieftherapeutische methoden, werkvormen en technieken gekop peldkunnenworden (b.v. gedragstherapie, cognitieve therapie, psychoanalyse, ro geriaanse psychotherapie, gestalttherapie, relatie- en gezinstherapie, groepspsy chotherapie, biologischepsychiatrie, enz.). 6 Kenmerkenvande therapeutische relatie: empathie, afstand-nabijheid,overdracht tegenoverdracht, enz. 7 Algemene theoretischeuitgangspunten vande creatieve therapie, zoals creativiteit, creatieveproces,spel, transitioneleruimte,expressie,analogie,enz. ‘Algemeen’be tekent dat deze uitgangspunten van toepassingworden geacht op de gehele crea tieve therapie, endusniet zijn voorbehoudenaanhet specifiekemedium. 8 De criteriaopbasiswaarvanbepaaldwordtwaarom creatieve therapiegeïndiceerd is endewijzewaarop indit verbandhet effect vancreatieve therapiewordt vastgesteld. 9 Eigenschappenen techniekenvanhet aandebijbehorendekunstvormontleendeme diumdiezich lenenvoorhetgebruik in therapeutischesituaties,ditwilzeggengerela teerdkunnenwordenaandediagnostiek,dewerkwijzen,de therapeutischestromin gen,de therapeutische relatieendealgemeneuitgangspuntenvancreatieve therapie. 10 De therapeutischemethodiek vanhet specifiekemedium: therapeutischemethoden, werkvormenen techniekendieopbasisvande indicatiestellingaansluitenbijdediag nostiek, de opde diagnostiek gebaseerdewerkwijzen, de daarbij behorende psycho therapeutische,ortho(ped)agogische, systeemtherapeutischeofneuropsychologische stroming,deaardvande therapeutische relatie,dealgemeneuitgangspuntenvancre atieve therapieendespecifiekeeigenschappenen techniekenvanhetmedium. 11 Het functionerenbinnende instelling:organisatieleer,werken inmultidisciplinaire teams, rapportage, enz.

Made with FlippingBook - Online catalogs