Hans-Jan Kuipers - Levensloopsociologie

20

1 Levensloopsociologie?

Ook cliëntenmet fysiekegebrekenof verslavingsproblemendenkenals vertellers na over hun verleden, hunhuidige situatie enhun toekomst- mogelijkheden.Omdie redenmakenbegeleiders van cliëntenmet een verstandelijke beperkingof vanherintreders opde arbeidsmarkt even- eens gebruik van levensverhalen. Bij het beroepsgebonden taakgebied hoort dat beroepsbeoefenaren zichbezighoudenmet devraagwelkegroepen inde samenlevingkwets- baar of achtergesteld zijn. De gezinsvoogd vanMasoudah dient, zoals gezegd, haar kennis vanmigranten uit Afghanistan bij te spijkeren. Zij doet dat ondermeer dooruit te vissenwat ledenvandie groepvertellen over hun oude enhunnieuwe bestaan. Net zo goedheeft iemand inde revalidatiezorg, het vluchtelingenwerkof de arbeidsbemiddeling inzicht nodig in de situatie van groepen die wanhopigmet nieuwe technieken worstelen of zich door het veranderen van de arbeidsmarkt overbodig voelen. Levensverhalen van de betrokkenen, die nog geen cliënten zijn, maar dat wel kunnenworden, zijnnodig omde vakkennis opniveau te houden en tewetenwat zich afspeelt buitende eigenorganisatie. Tot slot veranderendegroepsleiders, gezinsvoogden, leerlingbegelei- ders en andere beroepsbeoefenaren zelf. Om van cliëntgebondenwerk te kunnen leren, mogen ze zich niet beperken tot standaardrapporta- ges. Ze dienen bereid te zijn om zelf in de spiegel te kijken. Dat hoort ook bij functioneringsgesprekken en vergelijkbare organisatiegebon- den activiteiten. Reflectie is tot slot nodig bij het beroepsgebonden nadenkenover de eigen vakbekwaamheid. Stilstaanbij het eigen leven is geen luxe voor iemanddieopdepsychiatrische afdelingvan een zie- kenhuis werkt, in een school voor kinderenmet gedragsproblemen of in een penitentiaire inrichting. Om vakkundigmet kwetsbare cliënten te kunnenwerken is ruimte voor zelfreflectie vereist, endaarbij horen de levensverhalen vande beroepsbeoefenaren zelf. Iedereen die in de zorg, de dienstverlening, het onderwijs of het rechtswezen een beroep uitoefent enmet cliëntenwerkt, komt op tweemanieren levensverhalen tegen. Ten eerste vertellen de cliën- ten. Professionals ontledendezeverhalenvanhulpvragers omuit te vindenwat ermis is. Ze luisteren er ooknaar als onderdeel van veel ondersteuningsprocessen. Bovendien helpen de verhalen van bur- gers die geen cliëntenmet actuele problemen zijn, de professional ombij de tijd teblijven. Ten tweededenkenberoepsbeoefenarenna over de levensverhalendieaanbieders vanhulp- endienstverlening elkaar vertellen.

Samenvattend

Made with