Folkert Kuiken en Ineke Vedder - Dictoglos

1996). De term ‘dictee’ is bovendien misleidend, omdat het bij dic- toglos niet gaat om een dictee in traditionele zin, maar om een taak waarbij leerders samen een tekst in de tweede taal reconstrueren.

1.2 Hoe werkt dictoglos?

Bij de dictoglosprocedure worden de volgende fasen onderscheiden:

Voorbereiding In de voorbereidende fase krijgen de leerders informatie over het onderwerp van de tekst die de docent gaat voorlezen. De docent gaat zo nodig even in op onbekende woorden en grammaticale constructies uit de tekst. Dictee De docent leest een korte tekst twee keer voor in vlot, normaal spreektempo, niet op dicteersnelheid. De eerste keer luisteren de leerders alleen, de tweede keer maken ze aantekeningen. Reconstructie Met behulp van de gemaakte aantekeningen reconstrueren de leer- ders samen de oorspronkelijke tekst en komen ze tot een versie die inhoudelijk overeenkomt met het origineel. Per groepje wordt er één gezamenlijke tekst geschreven. In lexicaal en syntactisch opzicht moet de tekst correct zijn. Het eindproduct dient een goed lopend geheel te zijn, maar hoeft geen exacte kopie van de oorspronkelijke tekst te worden. Analyse en correctie De leerders vergelijken de tekst die ze samen hebben gereconstru- eerd met de oorspronkelijke tekst en verbeteren hun fouten. Feedback De docent geeft klassikaal of per groepje commentaar en bespreekt de fouten.

10

D i c t o g l o s

Made with