Wim van Beek en Marianne Verhallen - Taal een zaak van alle vakken

13

Taal- en zaakvakonderwijs: winst boeken aan twee kanten

boekenende taal vande leerkracht die ietsuitlegt, niet helemaal begrij- pen, zullen ze niet goed vooruitkomen. Dit staat wel heel ver af van een optimale onderwijsleersituatie! Kinderen zijn niet geïnteresseerd en betrokken, maar bij voorbaat al ontmoedigd. Zowel leerlingen als de leerkracht gaan tegen de lessen opzien, in plaats van dat ze er enthousiast aan beginnen. De taalbar- rière die elke keer genomen moet worden, vormt een steeds grotere hindernis. In de klaswordt taal niet eenmiddel om iets te leren,maar een struikelblok. Moetenwe de boeken danmaar in de kast laten staan enproberen om met zoveelmogelijk visueelmateriaal enmet zoweinigmogelijkmoei- lijke taal kinderen toch iets te leren? In principe is dat eenmogelijk-

heid. Je kunt kinderen een heleboel laten zien.De video’s vanKlokhuis zijndaar een prachtig voorbeeld van: veel beelden, gekoppeld aan eenvoudige uitleg en geen moeilijke teksten meer. Kinderen hebben daar op het eerste gezicht veel aan. Op het eerste gezicht, dat is waar. Maar als we kijken op lange termijn, dan biedt dit geen oplossing.Kinderenkrijgen inhun verdere onderwijsloopbaan uiteindelijk toch te makenmet die ingewikkelde schoolse tek- sten. We kunnen er niet voor weglopen en hel- pen leerlingen niet door informatieve tek- sten te schrappen. Laten we het eens van een andere, meer positieve kant benade- ren. Laten we taal eens als kans zien; een kans voor goed onderwijs voor álle kinde- ren in de klas. Taal speelt een rol in alle vakken. Dat is niet problematisch: het biedt juist kansen. Taal klinkt de hele dag door in alle vakken. Hetmooie is dat eendubbel probleem kan omslaan in een dubbele kans. Als we het goed organiseren, zijn er nieuwe kansen voor het taalleren én voor het leren in andere vakken. In de volgende paragraaf

Kijkopdracht

Bekijk op de site de aardrijks- kundelesoverde file. Klik inhet

Win-win-model op het plaatje van De Randstad. Inhet fragment ‘les 2: voor’ zie je hoe de leerkracht het complexe fenomeen randstad aan de kinderen uitlegt. De leer- kracht vertelt dat Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag aan de rand van het Groene Hart liggen en samen de randstad vormen. • Is dit voor de kinderen moeilijk taalge- bruik? • Welkemoeilijkewoordengebruiktde leer- kracht indit fragment? • Als leerlingennietwetenwaardegenoem- deplaatsen liggenendeabstractebegrip- pen als ‘rand’, ‘Randstad’ (is dat ook een plaats?) en ‘Groene Hart’ niet kennen, kunnen zedeuitlegdanbegrijpen? • Alsdekinderende taal nietbegrijpen,wat hebben zedangeleerd? • Welke kennis moeten de leerlingen al hebbenomdeze informatie goed te kun- nenbegrijpen?

Made with