00629640005

BEROEPSTAAK Frezen 1 Geleideblok

4

Opleiding Fijnmechanische Techniek > Verspaner [Crebo 94340]

BEROEPSTAAK Frezen 1 Geleideblok

4

Opleiding Fijnmechanische Techiek > Verspaner [Crebo 94340]

69364224 Bestelnummer 00629640005

COLOFON

Auteurs M.W. Flinsenberg, A.K. Tiemersma, T.A. Overdijk

Ontwikkelgroepleider Techniek en ICT W. van Dijk

Eindredactie T. Zuijderduin, M. Brok

Illustraties Ondanks alle inspanningen is het mogelijk dat niet alle copyrights van de in de uitgave opgenomen illustraties geregeld zijn. Degene die meent alsnog rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht contact op te nemen met de uitgever. © 2009 Stichting Consortium Beroepsonderwijs. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of enige wijze, namelijk elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opname of enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming.

INHOUD

Introductie op de beroepstaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4

Stap 1 Stap 2 Stap 3

Oriënteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 Invullen mini-POP . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 Voorbereiden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .12 1. Oefening frezen ± 0,1MM . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13 2. Oefening Hoekfrezen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29 Werkvoorbereiding Geleideblok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .38 Uitvoeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .39 Controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .41 Beoordelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .42 Terugkijken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .44

Stap 4 Stap 5 Stap 6 Stap 7

Bronnen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .46

Bijlage 1 Beoordelingsmonitor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .47

3

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

INTRODUCTIE OP DE BEROEPSTAAK

In deze beroepstaak Je gaat volgens de 7 stappen van BGL een product maken. Om dit te kunnen maken moet je bepaalde vaardigheden beheersen en bepaalde competenties bezitten. Ondertussen wordt bekeken hoe je dat doet, in hoeverre je bepaalde competenties al bezit. De competenties die jij in je leven al ontwikkeld hebt, worden in een POP (Persoonlijk Ontwikkelings Plan) gezet. Dit doe je samen met je begeleider. Na deze beroepstaak Als je deze beroepstaak goed uitvoert, kun je op het niveau van basis frezen: • aan de hand van een tekening een goede werkvoorbereiding maken • het materiaal en snijgereedschap controleren en afstellen op de machine • in afwijkende situaties een oplossing bedenken • met alle betrokkenen in het werkproces overleggen zodat de werkzaamheden vlot verlopen • een product maken dat voldoet aan de gestelde kwaliteitseisen • zorg dragen voor een goede werkuitvoering en werken volgens Arbo-voorschriften en de geldende bedrijfsregels • de machine in en afstellen en bedienen zodat de bewerkingen optimaal verlopen • metingen en controles uitvoeren om te voldoen aan de eisen • de machine en werkplek schoonmaken en de machine gebruiksklaar maken voor de volgende bewerking Laat na elke stap je beoordelingsmonitor bijwerken.

4

Portfolio In deze beroepstaak volg je de stappen. Er zijn in totaal zeven stappen. Neem de stappen in de juiste volgorde. Van elke stap verzamel je bewijzen (in te leveren resultaten), die in je portfolio komen. Je zorgt zelf voor de samenstelling van je portfolio. In de tabel staat welke producten bij welke stap horen.

Stap

Producten portfolio

1. Oriënteren

• Verslag van de uitwerkingen van de activiteiten • Tabel vaardigheden • Tabel werkvolgorde

2. Invullen mini-POP

• Ingevulde planning

3. Voorbereiden

• De beoordelingen van de verschillende oefeningen • Uitwerkingen van de diverse activiteiten • Werkvoorbereiding van het geleideblok

4. Uitvoeren

• Het gemaakte product, het geleideblok

5. Controleren

• Controlelijst van jezelf • Controlelijst mededeelnemer

6. Beoordelen

• Ingevulde beoordelingsmonitor • Bewijsstukken van het criteriumgericht interview • Eindpresentatie • Demonstratie

7. Terugkijken

• Een ingevuld mini-POP • Terugkijkverslag • Bijgewerkt portfolio

5

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Or iënteren

IN TE LEVEREN RESULTAAT

• Verslag van de uitwerkingen van de activiteiten. • Tabel vaardigheden. • Tabel werkvolgorde.

Stap 1 Oriënteren

In deze beroepstaak ga je een freeswerkstuk (geleideblok) maken. Daarvoor is het nodig dat je verschillende vaardigheden beheerst. Om er zeker van te zijn dat je die vaardigheden beheerst, ga je eerst een aantal oefeningen maken. Bij stap 3, Voorbereiden, komen we daarop terug.

ACTIVITEITEN

1

De tekening 1 Bestudeer de tekening 005-1 goed. Probeer je voor te stellen hoe dit product er uit zal gaan zien. 2 Kijk eens om je heen in het bedrijf waar je werkt of stage loopt of je iets ziet dat op dit product lijkt. 3 Maak er eventueel een foto van en doe dit bij het verslag. Vaardigheden 1 Maak een lijst van de vaardigheden die je moet kunnen uitvoe- ren voor het maken van dit product van tekening 005-1. Je kunt dit in de tabel invullen.

2

Vaardigheid

Oefenen ja/nee

6

STAP 1 ORIËNTEREN

3

Werkvolgorde 1 Maak een tabel van de globale werkvolgorde voor het doorlopen van deze beroepstaak. 2 Bespreek met een van je medeleerlingen waar er in deze taak sprake kan zijn van samenwerken met een ander.

Voorbeeld van een tabel met de werkvolgorde

Stappen

Moet altijd of soms

Heb ik wel eens gedaan

Heb ik wel eens bij geholpen

1

Tekeninglezen

Altijd / Soms Ja / Nee Ja / Nee

2

Werkvoorbereiding

Altijd / Soms Ja / Nee Ja / Nee

3

Altijd / Soms Ja / Nee Ja / Nee

4

Altijd / Soms Ja / Nee Ja / Nee

5 etc.

Altijd / Soms Ja / Nee Ja / Nee

7

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

8

STAP 2 INVULLEN MINI-POP

IN TE LEVEREN RESULTAAT Invul len mini -POP

• Een ingevuld mini-POP.

Stap 2 Invullen mini- POP

Je hebt de oriëntatie afgerond. Je weet nu wat de beroepstaak in grote lijnen inhoudt. In deze stap ga je de beroepstaak gedetailleerd uitwerken. In deze beroepstaak ga je, nadat je een aantal oefeningen hebt gemaakt, het geleideblok maken. Hierbij moet je aan veel zaken denken. Om er zeker van te zijn dat je niets vergeet, ga je het mini- POP invullen.

In het mini-POP schrijf je op: • Wat je wilt leren.

• Hoe je dat gaat doen. • Wat je wilt bereiken. • Je planning. • De benodigde ondersteuning en faciliteiten.

ACTIVITEITEN

1

Mini-POP 1 Vul het mini-POP in.

2

Gesprek met je begeleider Je hebt nu een ingevuld mini-POP met een planning. 1 Bespreek dit met je begeleider.

2 Tijdens het gesprek krijg je vast en zeker opmerkingen of aanvullingen op je mini-POP. Verwerk deze opmerkingen eerst in je mini-POP, voordat je naar stap 3 gaat.

9

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Tabel 3 Planning

1. De beroepstaak wordt afgesloten met een gesprek / beoordelingsopdracht / assessment / toets:

Onder toezicht van: ………………………….. op ……-……-…….

In ………………………………...…. (plaats). 2. Beschrijf in eigen woorden wat je gaat maken en uitvoeren in deze beroepstaak of beoordelings- opdracht.

3. Vul onderstaand schema met vaardigheden verder in. In deze beroepstaak Waar? Hoe?

Wanneer? Met wie samen?

Paraaf TB/PB

[omschrijving beroepstaak]

4. Kijk in de beoordelingslijst (zie stap 6) wat je nog niet weet of kunt. Vul dat op dezelfde manier in als hierboven.

5. Welke workshops vind jij dat er bij deze beroepstaak gegeven moeten worden?

6. Aan welke persoonlijke competenties ga je nog meer werken in deze beroepstaak? (Zie vorige beroeps- taak of je POP.)

10

STAP 2 INVULLEN MINI-POP

Vul hieronder jouw planning in. Geef bij elke stap de geplande startdatum en einddatum aan. Vul later de werkelijke datum in. Zo kun je zien of je je aan de planning gehouden hebt.

Jouw plan

Stap 3

Stap 4

Stap 5

Stap 6

Stap 7

Geplande startdatum: Geplande einddatum:

Startdatum: Einddatum:

11

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Voorbereiden IN TE LEVEREN RESULTAAT

• De beoordelingen van de verschillende oefeningen. • Uitwerkingen van de diverse activiteiten. • Werkvoorbereiding van het geleideblok.

Stap 3 Voorbereiden In de vorige stap heb je jouw planning uitgewerkt. Je beschrijft daarin gedetailleerd wat je gaat doen. Voordat je het geleideblok echt gaat maken, maak je eerst een aantal oefeningen. In de voorbereiding neem je op wat je gaat doen en wat je daarbij nodig hebt. Je werkt aan de hand van de tekening van het product. Bij een goede voorbereiding denk je zeker aan de volgende punten: • Welke informatie uit de tekening heb ik nodig. • Welke voorschriften moet ik toepassen bij het maken van het onderdeel. • Welke materiaal, gereedschappen en beschermingsmiddelen heb ik nodig. • Welke werkvolgorde moet ik toepassen.

12

STAP 3 VOORBEREIDEN

ACTIVITEITEN

OEFENING FREZEN ± 0,1MM

1

Voorbereiding oefening Je start met het lezen van de werktekening. Je ziet op de tekening allerlei tekens en symbolen staan. Zo staan bij de maten op een tekening vaak de toleranties vermeld. Dit kunnen symmetrische toleranties zijn van ± 0,2 of asymmetrische toleranties van + 0,05 of – 0,03. Je moet goed weten wat die tekens betekenen. Begin nooit direct met het maken van het product. Kijk altijd eerst goed naar de rechteronderhoek. Hierin staat veel informatie. Tevens leer je tabellen volgens NEN-ISO 2768 te gebruiken. 1 Geef het verschil aan tussen een rechteronderhoek of titelblok en een stuklijst. 2 Leg in je eigen woorden uit wat een stuklijst is. 3 Maak een tabel zoals hier onder is weergegeven. De eerste regel van de deze tabel is als voorbeeld al ingevuld. 4 Neem van de tekening nr. 006-7 de maten over die asymmetrisch zijn. Zet ze in de eerste kolom van de tabel en vul de tabel verder in.

Maat

Kleinste grensmaat

Grootste grensmaat

Tolerantie

Afstelling nonius laatste snede

20 + 0,2 20 - 0,4

19,6

20,2

0,6

19,9

13

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

5 Neem onderstaande tabel over. Bepaal de toleranties van deze maten volgens NEN-ISO 2768. De eerste regel van deze tabel is als voorbeeld al ingevuld.

Maat

Toelaatbare afwij- king volgens NEN- ISO 2768

Kleinste grens- maat

Grootste grens- maat

Tolerantie

80

± 0,3

79,7

80,3

0,6

73 65 124 61 400 40 0,6 30,6

14

STAP 3 VOORBEREIDEN

Scherpe kanten breken

100x40x104

2 1 PLAT

AlCu4

15

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

6 Leg de begrippen absolute en incrementele maatvoering uit. 7 Hoe noem je de maatvoering van tekening 006-7? 8 Ga na hoe de vlakken heten waar de maatvoering van uitgaat. Voordat je een werkstuk gaat maken, ga je eerst nadenken over de volgorde van de bewerkingen. Je gaat eerst een werkvoorbereiding maken. 9 Leg uit waarom een goede werkvoorbereiding belangrijk is. 10 Schrijf op welke onderdelen er in een werkvoorbereiding thuis horen. 11 Maak een werkvoorbereiding van tekening nummer 006-4. Gebruik hiervoor de punten die je bij vraag 10 als antwoord hebt gegeven. 12 Bekijk tekening 006-8.Welke frezen worden er gebruikt? Beschrijf hoe deze worden genoemd en maak er een foto van. 13 Waar moet je op letten als je een vlak freest als je naar de draairichting van de frees kijkt en de aanzetrichting? 14 Wat zijn de risico’s als je de aanzetrichting en de draairichting verkeerd gebruikt? 15 Hoe moet je het product van tekening 006-8 in het spanmiddel plaatsen voor het aanbrengen van het gatenpatroon? 16 Wat is het verband tussen het uitrichten van het spanmiddel en de wijze waarop het product geplaatst wordt in het spanmiddel? 17 Maakt een principeschets van deze opspanning. Geef aan waar de vaste bek van de klem zit. Laat deze opdracht eerst controleren voordat je verder gaat!

Afbeelding 1:

16

STAP 3 VOORBEREIDEN

Scherpe kanten breken

(60x8)h11 -100

1 1 PLAT

S275

17

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Voor je begint met het maken van een werkstuk, stel je de machine in. Je gaat nu onderzoeken wat daarbij komt kijken.

Afbeelding 2:

18 In je tabellenboek staat hoe je een toerental moet uitrekenen. Geef aan op welke bladzijde dit is te vinden. 19 Neem deze formule over uit je tabellenboek. Geef ook de betekenis van de letters in deze formule. 20 Hoe wordt de voeding op een freesmachine aangegeven? De snijgereedschappen die in de werkplaats gebruikt worden, draaien rond met een bepaald toerental. Elk snijgereedschap heeft zijn eigen snijsnelheid. Maar wat is nu snijsnelheid en wat is nu een toerental. Daar ga je in deze taak een onderzoek naar doen.

21 In welke eenheid wordt een toerental uitgedrukt? 22 In welke eenheid wordt een snelheid uitgedrukt? 23 Geef een omschrijving van het begrip snelheid. 24 Geef een beschrijving van het begrip toerental.

25 Maak een tabel waarin je 5 willekeurige materialen noemt. Bepaal van deze materialen de juiste snijsnelheid voor het frezen (volgens de tabellen). 26 Waarom is de snijsnelheid bij het ene materiaal anders dan bij het andere? 27 Wat is de relatie tussen een sterker werkstukmateriaal en de snijsnelheid? 28 Wat is het verschil in snijsnelheden bij het voorfrezen en het nafrezen? 29 Bepaal de snijsnelheden en de toerentallen bij het voorfrezen en nafrezen. Plaats de gevonden waarden in onderstaande tabel.

Overzicht Snijsnelheden en toerentallen Werkstukmat. Automatenstaal Freesdiameter is 80 mm Snelstalen kopfrees (5 snijkanten)

Hardmetalen kopfrees (4 snijkanten)

Voorfrezen

Nafrezen

Voorfrezen

Nafrezen

m/min

omw/min m/min

omw/min m/min

omw/min m/min

omw/min

30 Hoe groot zijn de voedingen bij het voorfrezen en het nafrezen in mm/min? Vul de gegevens in onderstaande tabel in.

Overzicht Voedingen Werkstukmat. Automatenstaal Freesdiameter is 80 mm Snelstalen kopfrees (5 snijkanten)

Hardmetalen kopfrees (4 snijkanten)

Voorfrezen

Nafrezen

Voorfrezen

Nafrezen

mm/tand m/min

mm/tand m/min

mm/tand m/min

mm/tand m/min

18

STAP 3 VOORBEREIDEN

Nu je de snijsnelheden en voedingen hebt bestudeerd, ga je verder onderzoeken of er een verband is tussen de gevonden waarden.

31 Maak een tabel waarin de verspaninggegevens voor het voorfrezen en het nafrezen van de snelstalen kopfrees en de hardmetalen vlakfrees komen te staan.

Overzicht Verspaningsconditie bij vlakfrezen Werkstukmat. Automatenstaal Freesdiameter is 80 mm Snelstalen kopfrees (5 snijkanten)

Hardmetalen kopfrees (4 snijkanten)

Voorfrezen

Voorfrezen

Toerental

Voeding

Toerental

Voeding

Nafrezen

Nafrezen

Toerental

Voeding

Toerental

Voeding

32 Hoe constateer je dat snijgereedschap niet meer scherp is? Beschrijf vijf mogelijkheden. 33 Wat voor soorten slijtagevormen kom je tegen bij de snijgereedschappen? Noem er drie. Voeg er een foto of plaatjes bij.

Gebruiksduur is de tijd dat je een frees kunt gebruiken voordat hij opnieuw geslepen moet worden of vervangen wordt.

34 Wat gebeurt er met de gebruiksduur van een frees als het toerental van de frees te hoog of te laag is? 35 Verzamel 10 verschillende frezen. Onderzoek wat de toepassing van deze frezen is (voor welke deelbewerking(en) ) en waarvoor ze het beste te gebruiken zijn. Gebruik eventueel de catalogus van de gereedschapleverancier. Zet de resultaten in de tabel.

19

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Naam

Snijmateriaal

Aantal tanden

Toepassing

Bij het verspanen op de freesmachines worden verschillende soorten snijgereedschappen gebruikt. Deze snijgereedschappen worden in gereedschaphouders geplaatst. In deze taak ga je ontdekken welke gereedschaphouder bij welk snijgereedschap hoort en hoe je er mee moet werken.

Bekijk tekening 006-5.

36 Bepaal welke frezen er gebruikt worden om dit werkstuk te maken. 37 Maak een indeling welke freeshouders er voor deze snijgereedschappen toegepast worden. Overleg met je praktijkopleider hoe de verschillende frezen in de houders geplaatst moeten worden.

38 Wat kom je tegen bij het plaatsen van de frezen op de freesbevestigingen? 39 Maak foto’s van elke freesbevestiging en de daarbij benodigde hulpgereedschappen voor het spannen van de frezen. Zet de benamingen van de gebruikte gereedschappen en freesbevestigingen bij de foto’s. 40 Ga na welke veiligheidsmaatregelen je moet nemen voordat je het snijgereedschap in de freesbevestiging plaatst.

Afbeelding 3:

20

STAP 3 VOORBEREIDEN

Bij het spannen van werkstukken kom je verschillende spanmiddelen en verschillende spanmethoden tegen. In deze taak ga je een aantal spanmiddelen en spanmethode onderzoeken. Tevens ga je zien welke problemen en oplossingen bij het spannen naar voren komen.

41 Hoe controleer je beschadigingen van een spantafel of onderkant van het spanmiddel? Overleg met de praktijkopleider hoe je de beschadigingen weg kunt halen. 42 Welke manieren van bevestigen van het spanmiddel op de spantafel zijn er? 43 Wat kom je tegen bij het plaatsen van het spanmiddel op de spantafel? 44 Hoe bepaal je de plaats van de spanmiddelen op de spantafel? 45 Beschrijf hoe je de evenwijdigheid van het spanmiddel ten opzichte van de freesas bepaalt. 46 Maak een werkvolgorde voor het plaatsen van het spanmiddel op de freestafel. Licht dit toe met foto’s of een schets. Neem een proef in het praktijklokaal. Bekijk tekeningnummer 006- 4B. Zorg ervoor dat je telkens met een snedediepte van 2 mm freest. Bewerk elk vlak met een andere voedingen. Gebruik daarvoor de voedingen zoals je die moet berekenen bij opdracht 47. Bewaar dit werkstuk, je kunt dit weer gebruiken bij de oefening van tekening 006/4.

Afbeelding 4:

Snedediepte 2 mm

21

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

47 Bereken met de onderstaande gegevens de in te stellen tafelvoedingen.

• Snijsnelheid is 225 m/min • Freesdiameter is 50 mm • Frees heeft 4 tanden

Voeding / Tand

In te stellen tafelvoeding

0,15 mm/tand 0,1 mm/tand 0,075 mm/tand 0,05 mm/tand 0,03 mm/tand

48 Frees het werkstuk getrapt af met behulp van de berekende tafelvoedingen. Elk trapje met een andere voeding. Noteer de toegepaste tafelvoeding hierop, zoals in de foto is weergegeven. 49 Vraag aan je praktijkopleider een ruwheidsmeter. Bepaal de ruwheid die bij deze verschillende voedingen veroorzaakt wordt. Zet bij elke voeding de gevonden ruwheidswaard. Maak hiervan een overzichtelijke tabel. 50 Wat is de relatie tussen een hogere voeding en de oppervlakteruwheid van het werkstuk? 51 In welke eenheid wordt ruwheid uitgedrukt?

22

STAP 3 VOORBEREIDEN

Scherpe kanten breken

50x50x122

1 2 Trapvormig blok

C35

23

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

2

Uitvoeren oefening Je gaat nu aan de slag. Je hebt voldoende informatie verzameld om het werkstuk te kunnen maken. 1 De werkstukken met tekeningnummer 006-4, 006-5 en 006-6 kun je maken uit de werkstukken die je bij frezen ± 0,5 mm hebt gemaakt. Je hoeft dus voor deze oefening geen materiaal af te zagen. 2 Maak de werkstukken op een van de aanwezige machines. Houd rekening met de mogelijkheden van de machine. Of maak een vergelijkbaar werkstuk vanuit je beroepspraktijk.

24

STAP 3 VOORBEREIDEN

Scherpe kanten breken

50x50x122

1 2 Trapvormig blok

C35

25

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Afbeelding 5:

1 2 Zie materiaal 006-4 50x50x122 C35 Mat. uit opdr. 006-4

Scherpe kanten breken

26

STAP 3 VOORBEREIDEN

Afbeelding 6:

1 2 STAF 50x30x112 11SnPb30

Scherpe kanten breken

27

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

3

Controle oefening 1 Maak een controlelijst van de gemaakte oefeningen. 2 Ga na of je aan de gestelde veiligheidsvoorwaarden hebt voldaan. 3 Controleer je gemaakte werk aan de hand van de controlelijsten.

4 Lever je werkstuk in. 5 Ruim je werkplek op.

4

Beoordeling en nabespreking Laat je praktijkopleider het gemaakte werk zien en controleren. Bespreek wat goed ging en wat minder goed ging.

28

STAP 3 VOORBEREIDEN

OEFENING HOEKFREZEN

Afbeelding 7:

1

Voorbereiding oefening Bij hoekfrezen frees je een hoek. Op de tekening staan de hoeken die je moet frezen aangegeven. Die geven een goed beeld van de vorm- en maattoleranties van deze hoeken. Jij moet dus weten wat een tekening aan informatie geeft om een goed product te kunnen frezen. 1 Bepaal hoe een hoek op de tekening aangegeven kan worden. Geef hier enkele voorbeelden van. 2 Bekijk tekening 007-1. Waar vind je de tolerantie van deze hoeken op de tekening? 3 Er staan op de tekening ook hokjes met een pijl eraan. Dit noemen we vorm- en plaatstoleranties. Welke vorm- en plaatstoleranties komen voor op de tekening? 4 Welke twee vorm- en plaatstoleranties zijn van belang bij het frezen van een hoek? Beschrijf de volledige betekenis van deze twee vorm- en plaatstoleranties. 5 Waarom gebruiken we deze vorm- en plaatstoleranties? 6 Wat is een aanduiding van een rechte (haakse) hoek? 7 Wat is een aanduiding van een stompe hoek? 8 Wat is een aanduiding van een scherpe hoek? 9 Beschrijf minimaal 3 verschillende werkmethodes om een hoek te frezen. 10 Wat is een meetrol? 11 Welke diameters van de meetrol heb je in de praktijk tot je beschikking? 12 Welke tolerantie zit er op deze rollen? 13 Op tekening 007-1 zie je dat de onderste maat van de hoek niet is gegeven. Maar het kan soms handig zijn dat je deze maat wel tot je beschikking hebt. Deze maat moet je dan kunnen berekenen. Opmerking: als je hier niet uitkomt, vraag dan om uitleg aan je begeleider! Bereken de maten X en Y. 14 Op tekening 007-2 staan de meetrollen waarmee je de maten kan controleren. Je moet maat A en B berekenen. Schrijf deze berekening duidelijk op. Opmerking: als je hier niet uitkomt vraag dan om uitleg aan je begeleider! Tijdens het frezen van een hoek moet je verschillende bewerkingen uitvoeren. Eén van die bewerkingen is het hoekfrezen van een scherpe en stompe hoek. Je moet weten op welke manier je een hoek moet bewerken. Anders weet je niet welke frees je moet kiezen. Gebruik weer de tekening uit opdracht 007-1. Hoeken kun je controleren met behulp van een meetrol.

29

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

15 Welke werkmethode pas je toe om een scherpe hoek te frezen met behulp van een profielfrees? 16 Welke werkmethode pas je toe om een stompe hoek te frezen met behulp van een profielfrees? 17 Bepaal de werkmethode om een stompe hoek te maken met behulp van een ‘gewone’ vingerfrees. 18 Er is nog een methode om een stompe hoek te frezen. Beschrijf hiervan de werkmethode.

Om een schuine hoek te frezen, is het mogelijk dat je een hoofdspil schuin instelt.

19 Hoe stel je, op een minder nauwkeurige manier, de hoofdspil van de machine schuin? Maak de beschrijving compleet met een schets, foto of een tekening. 20 Hoe stel je, op een nauwkeurige manier, de hoofdspil van de machine die jij gekozen hebt schuin? Maak de beschrijving compleet met een schets, foto of een tekening.

Nadat je een hoek hebt gefreesd moet je de spil weer rechtstellen.

21 Hoe stel je op een minder nauwkeurige manier de hoofdspil van de machine die jij gekozen hebt, recht? Maak de beschrijving compleet met een schets, foto of een tekening. 22 Noem een reden waarom het minder nauwkeurig mag. 23 Hoe stel je op een nauwkeurige manier de hoofdspil van de door jou gekozen machine, recht? Maak de beschrijving compleet met een schets, foto of een tekening.

Vraag je aan de praktijkinstructeur om een snelstalen mantelkopfrees en een snelstalen golftandfrees.

24 Onderzoek de verschillen tussen beide frezen. 25 Onderzoek hoe groot de snedediepte, snedebreedte, toerental en de voeding van deze frezen mogen zijn. 26 Wat is de maximale snedediepte die je met een golftandfrees kunt bewerken? Je gaat nu een proef doen in de werkplaats. Vraag aan je praktijkinstructeur materiaal om de volgende opdracht uit te voeren in de praktijk.

30

STAP 3 VOORBEREIDEN

27 Maak nu 1 uitparing met de golftandfrees. Doe dit met de juiste snedediepte! 28 Maak nu 1 uitsparing met de mantelkopfrees of vingerfrees. Doe dit met de juiste snedediepte! 29 Welke verschillen zie je? Kijk hierbij naar de spaan, oppervlakteruwheid, verspaningstijd en voedingsrichting. Maak van het geheel een verslag. Er zijn 5 oefeningen voor het frezen met een nauwkeurigheid van ± 0,5 mm. Je vindt ze op de tekeningen 007-1 t/m 007-5. Voer de onderstaande activiteiten uit voordat je de producten gaat maken. 30 Bekijk de tekeningen. 31 Schrijf in het kort op hoe je het product gaat maken. Doe dit voor elke tekening. 32 Schrijf op met welke gereedschappen je dit gaat doen. 33 Vraag instructie aan je praktijkopleider als je niet weet hoe je dit aan moet pakken. 34 Maak een zaaglijst voor de werkstukken van tekening nummer 007-1 t/m 007-5. Uitvoeren oefening Je gaat nu aan de slag. Je hebt voldoende informatie verzameld en een zaaglijst gemaakt. 1 Zoek in het magazijn de verschillende materialen op die je no- dig hebt voor het zagen en ga het benodigde materiaal zagen (soms moet dit gebeuren in overleg met een magazijnmeester). 2 Controleer het gezaagde werk. Daarna afbramen en scherpe kanten verwijderen. Maak de werkstukken met tekeningnummer 007-1 t/m 007-5 op een van de aanwezige machines. Houd rekening met de mogelijkheden van de machine. Of maak een vergelijkbaar werkstuk vanuit je beroepspraktijk.

Afbeelding 8:

2

31

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Scherpe kanten breken

80x40x94

1 1 PLAT

11SnPb30

32

STAP 3 VOORBEREIDEN

Afbeelding 9:

DETAIL

Meetrol Ø10

1 1 PLAT

33

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Afbeelding 10:

34

STAP 3 VOORBEREIDEN

Afbeelding 11:

C35

50x50 - 62

1 1 STAF

35

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Afbeelding 12:

36

STAP 3 VOORBEREIDEN

3

Controle oefening 1 Maak een controlelijst van elke gemaakte oefening. 2 Ga na of je aan de gestelde veiligheidsvoorwaarden hebt voldaan. 3 Controleer je gemaakte werk aan de hand van je eigen controlelijsten. 4 Ruim je werkplek op.

4

Beoordeling en nabespreking Laat je praktijkopleider het gemaakte werk zien en controleren. Bespreek wat goed ging en wat minder goed ging.

37

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

WERKVOORBEREIDING GELEIDEBLOK

Je hebt nu alle oefeningen gedaan. Alle vaardigheden die je nodig hebt voor het maken van het product heb je je eigen gemaakt. Nu kun je overgaan tot het maken van de werkvoorbereiding voor het maken van het geleideblok. In de werkvoorbereiding neem je op wat je gaat doen en wat je daarbij nodig hebt. De tekening van het product is daarbij je belangrijkste informatiebron. De volgende punten zijn daarbij van groot belang: • Welke informatie staat niet op de tekening, maar moet opge- zocht worden in een tabellenboek of moet ik uitrekenen. • Welke voorschriften moet ik toepassen bij het maken van de verschillende onderdelen. • Welk materiaal, gereedschappen, hulpmiddelen en beschermingsmiddelen heb ik nodig. • Welke volgorde moet ik toepassen. • Welke veiligheidsmaatregelen moet ik nemen. Maken van de werkvoorbereiding 1 Bepaal welke bewerkingen je moet toepassen om het geleideblok te maken, zie tekening 005-1. 2 Maak een lijst van gereedschappen die je nodig hebt om dit product te maken. 3 Geef de maten van het uitgangsmateriaal. 4 Bereken de maat die je nodig hebt om de afstand van de schuine kanten te controleren als je dit met meetrollen moet uitvoeren. 5 Maak een complete werkvoorbereiding van het geleideblok. Hierin moeten de volgende onderwerpen voorkomen. • Met welke volgorde verspaan ik dit werkstuk. • Wanneer span ik dit werkstuk om. • Hoe span ik dit werkstuk in de machineklem. • Welke gereedschappen gebruik ik hierbij. • Met welke toerentallen en voedingen verspaan ik de verschillende bewerkingen. • Wanneer meet ik en met welke meetinstrumenten.

1

38

STAP 4 UITVOEREN

Ui tvoeren

IN TE LEVEREN RESULTAAT

• Product.

Stap 4 Uitvoeren

Je gaat nu aan de slag met het maken van het geleideblok. Alle informatie heb je inmiddels verzameld. Gebruik je bewerkingsvolgorde en de tekening als basis voor de uitvoering van de opdracht.

ACTIVITEITEN

1

Voorbereiding 1 Verzamel het materiaal dat je nodig hebt. Controleer de afmetingen. 2 Verzamel de hulpstukken en gereedschappen die je nodig hebt. 3 Bestudeer de tekening. Uitvoering 1 Zaag het uitgangsmateriaal. 2 Maak aan de hand van de tekening van het geleideblok en de werkvoorbereiding van de vorige opdracht het werkstuk tekening nummer 005-1. 3 Let hierbij op de veiligheid. De praktijkopleider beoordeelt je hierop.

2

39

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Afbeelding 13:

40

STAP 5 CONTROLEREN

Controle

IN TE LEVEREN RESULTAAT IN TE LEVEREN RESULTA T ren

• Controlelijst.

Stap 5 Controleren

Je hebt je beroepstaak uitgevoerd. Nu ga je je eigen werk controleren.

ACTIVITEITEN

1

Controlelijst 1 Maak een controlelijst.

• Hoe ga je dit aanpakken? • Denk aan de volgende punten: • Maatvoering • Afwerking 2 Benoem aan welke gestelde veiligheidsvoorwaarden je hebt voldaan.

2

Uitvoeren controle 1 Controleer je gemaakte werk aan de hand van je eigen controlelijst.

41

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

IN TE LEVEREN RESULTAAT Beoordelen

• Ingevulde beoordelingsmonitor. • Bewijsstukken van het criteriumgericht interview. • Eindpresentatie. • Demonstratie.

Stap 6 Beoordelen

In deze stap word je beoordeeld met een beoordelingsmonitor (zie bijlage 1). Met de beoordelingsmonitor word je beoordeeld op: • wat je hebt gemaakt. • hoe je dit hebt uitgevoerd. Er wordt speciaal gelet op je vakkennis, vaardigheid en beroepshouding. Tijdens het uitvoeren van de beroepstaak houden jij en je beoordelaars de beoordelingmonitor bij.

ACTIVITEITEN

1

Invullen beoordelingsmonitor 1 Zorg voor een correct ingevulde beoordelingsmonitor. 2 Vraag een medeleerling om jou te beoordelen op communicatieve en sociale vaardigheden.

2 Bewijsstukken voor het criteriumgericht interview 1 Verzamel alle bewijsstukken zoals controlelijsten, gemaakte werkstukken enz. 2 Je moet kunnen aantonen dat je de beroepstaak goed hebt uitgevoerd. Het criteriumgericht interview 1 Stel de definitieve datum vast voor het beoordelingsmoment met je beoordelaars. 2 Bereid het criteriumgericht interview heel goed voor. 3 Voer een beoordelingsgesprek met je begeleider. 3

42

STAP 6 BEOORDELEN

4

Eindpresentatie (In overleg met je begeleider) 1 Stel de definitieve datum vast voor de eindpresentatie met je beoordelaars. 2 Bereid de presentatie voor. 3 Voer de presentatie uit. Demonstratie (In overleg met je begeleider) 1 Stel de definitieve datum vast voor de demonstratie met je be- oordelaars. 2 Bereid de demonstratie voor. 3 Voer de demonstratie uit.

5

43

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

Terugki jken IN TE LEVEREN RESULTAAT

• Een afgevinkt mini-POP. • Terugkijkverslag. • Bijgewerkt portfolio.

Stap 7 Terugkijken

Je hebt deze beroepstaak bijna afgerond. Het is nu tijd om terug te kijken op de uitvoering ervan. Deze laatste stap is een heel leerzame stap. Je kunt de informatie die je hier krijgt, gebruiken om je competenties te verbeteren in een volgende beroepstaak.

Maak een afspraak met je trajectbegeleider voor dit gesprek.

Afbeelding 14:

44

STAP 7 TERUGKIJKEN

ACTIVITEITEN

1

Terugkijkverslag 1 Maak een terugkijkverslag aan de hand van onderstaand schema.

Naam: Datum: Beroepstaak: Naam trajectbegeleider:

Stap

Wat ging goed

Wat kon beter

1 Oriënteren 2 Invullen Mini-POP 3 Voorbereiden 4 Uitvoeren

5 Controleren 6 Beoordelen

Samenvatting, beoordeling en conclusies

Wie

Wat heb ik geleerd

Waar moet ik nog aan werken

Trajectbegeleider Medeleerling Praktijkopleider Zelf

45

BEROEPSTAAK FREZEN 1 GELEIDEBLOK

BRONNEN

• CD-rom Basis Frezen • Frezen 1 KENTEQ – 214-322-1 • Frezen 2 KENTEQ – 214-362-1 • Integratie Machinaal verpanen 2 KENTEQ - 216-343-1 • Verspanings technologie 90 11 0005236 • Polytechniek deel 1 KENTEQ –102-301-1 (Rekenkundige) • Polytechniek deel 2 KENTEQ –102-301-6 (Bewegingen, toerentallen, Goniometrie) • Tabellenboek Mechanische techniek ISBN 90 01 13397 5 • Tekeninglezen COO KENTEQ - 100-301-2 (Rechteronderhoek en stuklijst) • Via internet Google (snijsnelheden en toerentallen) • www.verspanen.tk

• NEN-Bundel • www.leren.nl • www.techniekstad.nl

46

BIJLAGE 1 BEOORDELINGSMONITOR

Opmerkingen

Leerling: Complexiteit

Beoordeling B

score D - A - G

docent

praktijkopleider

leerling

Competenties Prestatie-indicator of verwacht gedrag afgeleid van de prestatie-indicator

Q Plannen en organiseren Heeft op basis van zijn leerdoelen een planning gemaakt van zijn leeractiviteiten. T Instructies en Vakdeskundigheid toepassen K Heeft de verzamelde informatie zodanig geïnterpreteerd dat er een duidelijk beeld is van de werkopdracht. Q Plannen en organiseren Plant zijn eigen werkzaamheden rekening houdend met het totaalplan en mogelijke Stelt de te gebruiken machinesnel en precies in en af en laat een proefbewerking uitvoeren. Kiest, controleert en gebruikt materialen, middelen en gereedschappen die nodig zijn voor het bewerken van het materiaal. Draagt zorg voor het goed in en afstellen van machines en gereedschappen. Stelt de machine in en af volgens tekeningen, geldende kwaliteitsnormen, Arbo-, veiligheid- en milieuvoorschriften. Toont een goede oog-hand-coördinatie en bewerkt het materiaal door de benodigde machines te bedienen en het bewerkingsproces te bewaken. Gebruikt materialen en middelen efficiënt. S Kwaliteit leveren Bewerkt het materiaal systematisch door af te wisselen met tussentijdse metingen. K Vakdeskundigheid toepassen L Materialen en middelen inzetten procedures opvolgen Materialen en middelen inzetten L Gebruikt verschillende meetinstrumenten gericht en doeltreffend. Controleert de te gebruikenmaterialen of aangeleverde werkstukken en gereedschappen.

Onderkent en accepteert dat beroepseisen en beroepsuitoefening veranderen en kan zijn plan van aanpak hierop aanpassen. Terugkijkverslag ind E t W Gedrevenheid en ambitie tonen Is geïnteresseerd in het vak en is bereid zich in te zetten voor nieuwe ontwikkelingen. Bijgewerkt portfolio ind FG ab

J Formulerenen rapporteren Formuleert de eigen leerkansen en leerdoelen op een duidelijke en begrijpelijke wijze. M Analyseren Kan aandachtig en ijverig bepalen welke veranderingen in de leef- en werkomgeving het beste aansluiten bij de eigen ambitie. Is daarbij in staat de juiste leerbehoefte vast te stellen. N Onderzoeken Stelt zich op de hoogte van veranderingen in de samenleving en werkomgeving en maakt hiervan gebruik om duidelijke leerdoelen te stellen. W Gedrevenheid en ambitie tonen Aanvaardt de uitdaging om de eigen leerdoelen te ontdekken en investeert tijd en energie om tot een keuze te komen. A Beslissen en activiteiten initiëren Is in staat de leeractiviteiten in de praktijk uit te voeren en zo nodig bij te stellen. E Samenwerken en overleggen knelpunten. L Materialen en middelen inzetten T Instructies en procedures opvolgen K Vakdeskundigheid toepassen L Materialen en middelen inzetten L Materialen en middelen inzetten Overlegt met zijn leidinggevende over de uit te voeren werkzaamheden, planning en werkwijze.

Archiveert gebruikte werktekeningen,schetsen en legt de instellingen vast voor de procesadministratie. Ontdoet de machine van alle snijdgereedschappen, bergt deze goed op en maakt de machine schoon. Legt de gebruikte instellingen vast en archiveert de werktekeningen en schetsen volgens geldende bedrijfsprocedures.

47 Ingevulde beoordelingsmonitor ind Ci/Ep ab Bewijsstukken criteriumgericht interview ind Ci/Ep ab Eindpresentatie / demonstratie ind Ci/Ep ab P Leren Is in staat, na feedback over de leerstijl, deze aan te passen. Een ingevuld mini-POP ind E t U Omgaan met verand. en aanpassen 2 2.3 Stuurt de eigen loopbaan en onderneemt acties die daarbij nodig zijn 1.5 Evalueert de gekozen manier van leren 1 Analyseren M Kan zijn eigen manier van werken en leren in kaart brengen en bepaalt of het in volgende opdrachten nodig is deze aan te passen.

Kennistoets vakdeskundigheid ind K v Werkvoorbereiding van het geleideblok ind P pra/v Het product, het geleideblok ind P pra/v K Vakdeskundigheid t 1 1.2 Machine productiegereed maken

Code

Werkproces

1.1 Benoemt leerdoelen voor eigen ontwikkeling

1.4 Plant zijn eigen

leerproces en voert uit

1.1 Voorbereiden verspanende bewerkingen

verspanende bewerking

1 1.4 Meten en controleren van het eigen werk 1 1.5 afronden werkzaamheden

1

1 1.3 Uitvoeren

Kerntaak

1

1

Kerntaak LLB

ok

BPV

beoordelingsvorm beoordelaars

werkvorm

ind P pra/v

ind E t

Oefening frezen ± 0,1 ind P pra/v Oefening hoekfrezen ind P pra/v

ind P pra/v

Controlelijst van jezelf ind P l Controlelijst mededeelnemer G2 P l

BG E v

G2,3 P v

G2,3 P v

G2,3 P v

Product

Tabel bewerkingen van het geleideblok Verslag van de activiteiten Tabel vaardigheden Tabel werkvolgorde

Resultaten gemaakte opdrachten tekeninglezen Oefening frezen ± 0,5

Ingevulde planning

Stap 5 Controleren

Stap 2 Invullen mini-POP

Stap 7 Terugkijken

Stap 6 Beoordelen

Stap 3 Voorbereiden

Stap 4 Uitvoeren

Stap 1 Oriënteren

Frezen 1

Verspaner [94340] Monitor

notities

Deze beroepstaak is uitgebracht in een serie voor de kwalificatie Fijnmechanische Techniek. Beroepstaken zijn gebaseerd op het didactisch model BGL (Beroepstaak Gestuurd Leren). De beroepstaken zijn tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van de Stichting Consortium Beroepsonderwijs.

OVERZICHT BEROEPSTAKEN VERSPANER

Basisdocument Introductie verspanen

1 Draaien 1 2 Draaien 2 3 Draaien 3 4 Frezen 1 5 Frezen 2 6 Frezen 3 7 Frezen 4 8 Onderhoud

9 CNC operationeel maken 10 Verspaner in het bedrijf)

69364223 Bestelnummer 00629640005

Made with