Yvonne van Zaalen, Stijn Deckers, Hans Schuman m.m.v. Siete Sirag - Handboek interprofessioneel samenwerken in zorg en welzijn

1.3  Participatie, kwaliteit van bestaan en gezondheid

amputatie voor iemand die altijd heeft gesport reden zijn om aan parasport te gaan deelnemen, terwijl het voor een ander nauwelijks nog mogelijk lijkt om actief te zijn. In 2009 organiseerde ZonMw op initiatief van Huber de conferentie ‘Wat is ge- zondheid?’ met 38 internationale deskundigen. Zij stelden een nieuwe definitie van ge- zondheid voor, vanuit het holistische mensbeeld waar we het eerder over hadden. Deze relationele en dynamische omschrijving biedt een alternatief voor de statische definitie van de WHO en past binnen het denken over kwaliteit van bestaan. Health = The ability to adapt and to self manage, in the face of social, physical and emotional challenges. Gezondheid = Het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de soci- ale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. (Bron: Huber et al., 2011) Wat uit het onderzoek van Huber erg duidelijk is geworden, is dat lichamelijk functio- neren op zichzelf niet altijd het belangrijkste is en misschien zelfs niet de hoogste prio- riteit heeft als het gaat om gelukkig en ‘gezond’ zijn. Op basis van uitgebreid onderzoek is Huber (2012) uitgekomen op zes dimensies van positieve gezondheid: lichamelijk functioneren, mentaal welbevinden, sociaal-maatschappelijk functioneren, spiritueel en existentieel functioneren en kwaliteit van bestaan. Dit vraagt van zorg- en welzijns- professionals een bepaalde attitude (zie figuur 1.1). De nieuwe zorg- en welzijnsprofessional handelt – veel meer dan wellicht voorheen – vanuit de vraag ‘wat is nodig om het functioneren en participeren te herstellen dan wel te bevorderen en de kwaliteit van bestaan te verhogen?’ De professional heeft dan generalistischere bekwaamheden nodig, zoals verbindingen kunnen leggen met andere werkdomeinen, het in kunnen zetten van innovatieve technologische kennis, integre- rend kunnen werken, informatie helder en concreet kunnen delen met anderen, dialo- gisch kunnen handelen en kennis hebben van de sociale kaart (Nieuwe zorgprofessio- naliteit, z.j.: www.zorgin2030.nl). Naast ondersteuning van professionals met deze nieuwe bekwaamheden heeft een cli- ënt ondersteuning nodig vanuit zijn sociale omgeving. Onderzoekers van het EMGO+ stellen dat wanneer cliënten worden omringd door een grote mate van sociale cohesie, zij een relatief groot absorberend vermogen zullen hebben. Dat wil zeggen dat zij dan beter in staat zijn om een deel van hun zorggerelateerde problemen buiten de professi- onele zorg op te (laten) lossen of dat zij beter om kunnen gaan met het afhankelijk zijn In het Nederlands vertaald als:

25

Made with FlippingBook HTML5