Joop Berding en Toby Witte - Praktijkonderzoek op niveau

Praktijk onderzoek opniveau Inspelenoponderzoeksdilemma’s bij socialestudies JoopBerdingenTobyWitte

u i t g e v e r ij

c

c ou t i n ho

‘De levendigste enbelangrijkste factordie ervoor zorgt datwe gaannadenken is zonder twijfel nieuwsgierigheid.’ JohnDewey, Howwe think (1910)

Praktijkonderzoek opniveau

Inspelenoponderzoeksdilemma’s in zorgenwelzijn

JoopBerding enTobyWitte

c

u i t g e v e r ij

c ou t i n ho

bussum2013

Webondersteuning Bij dit boek is eendocentenhandleidingbeschikbaar.Deze is te vindenvia www.coutinho.nl

©2013UitgeverijCoutinhobv Alle rechtenvoorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzon deringen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vormof openigewijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemmingvandeuitgever. Voor zover hetmaken van reprografische verveelvoudigingenuit deze uit gave is toegestaanop grond van artikel 16hAuteurswet 1912dientmende daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130KB Hoofddorp,www.reprorecht.nl).Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16Auteurswet 1912) kanmen zichwenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- enReproductierech tenOrganisatie,Postbus3060, 2130KB Hoofddorp,www.stichting-pro.nl).

UitgeverijCoutinho Postbus 333 1400AHBussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Omslag: StudioConcreat,Utrecht Foto’s omslag enbinnenwerk:©Wilbert vanWoensel,Amsterdam behalve centrale fotoomslag©ArieKievit Noot vandeuitgever Wij hebben allemoeite gedaan om rechthebbenden van copyright te ach terhalen. Personenof instantiesdieaanspraakmakenopbepaalde rechten, wordt vriendelijkverzocht contact op tenemenmet deuitgever. Depersonenopde foto’skomenniet inde tekstvoorenhebbengeenrelatie met hetgeen inde tekstwordt beschreven.

ISBN 9789046903636 NUR 740

Voorwoord

Hetdoenvanonderzoekwordt inhethogerberoepsonderwijs (hbo) steeds belangrijker, naast het aldaar gegeven en genoten onderwijs. Hbo-instel lingenontwikkelen zichmeer enmeer van kennisoverdragende instituten naar kennisproducerende en -verspreidende instellingen. Uiteraard blijft het geven van onderwijs de hoofdtaakmaar het grotere accent ophet (la ten) doenvanonderzoek is onmiskenbaar. Dezeontwikkeling stelt de opleidingen, de studenten enookdemedewer kers voor nieuwe taken en vragen, zoals: is er zoiets als ‘hbo-onderzoek’? Zo ja, hoe ziet dat er danuit?Wat verwachtende opleidingen indit kader van hun studenten? Deze worden immers niet opgeleid tot onderzoekers maar tot beginnend beroepsbeoefenaren. Zijn de docenten voldoende in staat om het onderzoek van hun studenten te begeleiden en beschikken zij zelf over de benodigde onderzoeksvaardigheden? En niet te vergeten omdat het ompraktijkonderzoek gaat: hoe kijkende instellingen enorga nisaties inde omgeving vande hogeschool aan tegenhbo-onderzoek, wat verwachten ze ervan, wat zou voor hende opbrengst vandergelijk onder zoekkunnen zijn? Het isnogniet zoverdatweop al deze en andere vragenuitgekristalliseer de antwoorden kunnen geven. De bovengeschetste ontwikkeling is daar voornog te jong.Bovendienkunnendeantwoordenper studiedomein,per instituut, peropleiding, per leerjaar en zelfsperdocententeamverschillen. Daar komt bij dat de onderscheiden domeinen en vakgebieden qua on derzoekstraditieaanmerkelijkkunnenverschillen,medegezien inhet licht vanhet landelijke en internationalebeeld. Dit boek richt zich op een specifiek segment binnen het hbo-onderzoek, namelijk het praktijkonderzoek dat wordt uitgevoerd door studenten van een van de opleidingen binnen het hoger sociaalagogisch onderwijs. We hebbenhierbij zoweldebachelor-alsdemasteropleidingenophetoog.Het gaatbinnendezeopleidingenom (afstudeer)richtingenalspedagogiek, so ciaalpedagogische hulpverlening, cultureel-maatschappelijke vorming en maatschappelijk werk en dienstverlening. Soms worden deze aangeduid als ‘socialwork’-opleidingen. Praktijkonderzoek indevormvanafstudeer onderzoek vindt over het algemeen in het laatste jaar van deze opleidin gen plaats, vaak in opdracht van een van de instellingen of organisaties uit het netwerk van de hogeschool. Dit laatste is een zeer wezenlijk punt waaropwe inhet vervolguitgebreid zullen ingaan.Wenoemendit onder zoekmeestal ‘praktijkonderzoek’ omdat ermeewordt beoogd eenbijdrage

te leverenaanhet oplossenvaneenprobleem indeuitvoerings-of beleids praktijk vandeopdrachtgevende instelling.De term ‘beleidspraktijk’ wijst al aan dat niet alleen problemen op de werkvloer van de desbetreffende instelling onderwerp vanonderzoek zijn. Ookhet beleid vande instelling kan aan een kritische blik worden onderworpen. In vele gevallen komen beide aspecten aandeorde. Deze handleiding is anders dan de vele handleidingen voor het doen van onderzoek die op demarkt zijn.We hanterenweliswaar een indeling die met demeeste hiervan overeenkomt – van probleem- of vraagstelling via plannaar uitvoering, analyse en presentatie –maar benaderen deze stap penof fasenmeer vanuit hunweerbarstigheiddan vanuit hun gladde ver loop. Bovendien gaanwe, anders dan andere handleidingen, uitvoerig in ophet verspreiden vande onderzoeksresultatendoormiddel vanpublica ties.Dezeaandachtvoordeweerbarstigheidvandepraktijkheeft temaken met ons voorbegrip (de kennis die we al bezitten, iets waar elke onder zoeker zich bewust van zou moeten zijn). Uit de opleidingspraktijk van bachelor- enmasteropleidingen enookuit onze eigenonderzoekservaring wetenwe dat onderzoek zelden geheel volgens de onderscheiden fasenuit de methodologieboekjes verloopt. De onderzoeker komt onderweg heel wat dwaalwegen en doodlopende steegjes tegen, maakt onverwachte ge beurtenissenmee, blijkt weinig te kunnenmet de oorspronkelijke onder zoeksvraagenzovoort.Terugkijkendzietdeonderzoekerdathij geen rech teweg, maar eerder een kronkelend pad heeft afgelegd. Die kronkelingen staan centraal indezehandleiding. We beogen met deze handleiding aan bachelor- en masterstudenten en wellichtookaanhunbegeleiders inzicht tebiedenoverdegrillighedenvan het onderzoek endemanierwaarop eerdereonderzoekers (datwil zeggen: studenten) hiermee zijn omgegaan. Onze basis wordt gevormd door een groot aantal afstudeeronderzoekenvanverschillende sociaalagogischeop leidingen van deHogeschool Rotterdam, waaraanwe al jaren in verschil lende functies verbonden zijn.Wehebbendezeonderde loepgenomen en op een aantal kenmerken geïnventariseerd. Daarnaast hebbenwemet een aantal oud-studenten en hun begeleiders afzonderlijke interviews gehou den, omerachter tekomenwat ernuprecies speelde.Met anderewoorden: we hebben getracht de gebeurtenissen te reconstruerendie jemeestal niet terugvindt inonderzoeksdesigns en -verslagen. We werken steeds met verschillende casussen, bijvoorbeeld een beschrij ving vanhoe de opdrachtverlening voor eenonderzoek in zijnwerk ging. Daarna expliciterenwe aandehandvan citatenuit en samenvattingenvan onderzoeksverslagen en interviews met studenten en begeleiders hoe de

desbetreffende stapof fase is verlopen enwat zich aanvalkuilenvoordeed. Daarnaast verwijzenwe naar andere praktijkonderzoeken. Elk hoofdstuk wordt afgeslotenmet een aantal tips en aandachtspunten. Bij de totstandkomingvanditboek isdekopijmeegelezenenvan feedback voorziendoor (oud-)studenten, opleiders, afstudeerbegeleiders en specia listen onderzoek vandiverse bachelor- enmasteropleidingen social work. We danken de volgende oud-studenten voor hun medewerking: Anne Kooiman, JanDirkWildeboer, Annette deRooij-Peiman, Nadine deBoer enNancyRader enhun onderzoeksbegeleiders vandestijds:Wouter Pols, Leonie leSageenMarietteLusse, allenvandeHogeschoolRotterdam.Van de gesprekkenmet deze mensen zijn steeds verslagen gemaakt die door degesprekspartners zijngeaccordeerd.Wehebbenhunuitspraken inonze tekst verweven. Jenny van der Ende, docente Nederlands, las het manus cript kritisch door en deed suggesties voor de aspecten schrijven en pre senteren.Ophet door deVBSP (Vereniging tot bevordering vande studie derpedagogiek)georganiseerdekennisfestivalPedagoog, verklaarunader! in oktober 2011 presenteerden we een eerste versie van dit boek en ont vingenwe interessante reacties vandeelnemers. Daarop aansluitendwerd inhoudelijk commentaar geleverddoorHans-JanKuipers, JanSanneMul der, Roel van Goor (Hogeschool Inholland), Loes Houweling, Ada Ruis, René Bullinga (Hogeschool Utrecht),Ton Notten, Frans Spierings, Anne Kooiman,Wouter Pols,Mariette Lusse, RonWeerheijm enLeonie le Sage (Hogeschool Rotterdam). Aan allenhartelijkdank.Wij nemen graagken nis van ervaringenvangebruikers vandezehandleiding. Tot slotnog ietsover terminologie:wanneerwe inhet vervolgde term ‘on derzoeker’ gebruiken, dan duidenwe daarmee de hbo-bachelor- of mas terstudent inde rol vanonderzoeker aan.Met ‘begeleider’ bedoelenwede docent die als begeleider van het praktijkonderzoek optreedt.We gebrui kendehij-vorm, gelievedit te lezen alshij of zij.

Veel leerzaam leesplezier gewenst!

DenHaag/Spijkenisse, februari 2013 JoopBerding enTobyWitte

Inhoudsopgave

1 Introductie 11

1.1 Waaromdezehandleiding? 12 1.2 Vijf aspectenvan sociaalagogischpraktijkonderzoek 12 1.3 Onderzoekdoen 14 1.3.1 Praktijkonderzoek 16

1.3.2 Basishoudingvandeonderzoeker 16 1.3.3 Academischversus praktijkgericht 17

1.3.4 Deonderzoeksmethode 17 1.3.5 Ethiekvandeonderzoeker 19 1.4 Sociaalagogischpraktijkonderzoek 21

1.4.1 Het sociaalagogischedomein en enkele methodologische criteria 21 1.4.2 Onderzoeksactiviteiten 23 1.4.3 Onderzoeksvormen 24 1.4.4 Onderzoeksinstrumenten 25 1.4.5 Opwegnaar conclusies 26 1.4.6 Rapporteren, presenteren, publiceren 27

1.5 Deopzet vandit boek 27 2 Deonderzoeksopdracht 29 2.1 Deopdrachtgever 30

2.2 Praktijkonderzoek: enkele voorbeelden 32 2.3 De relatie tussenonderzoek enpraktijk 38 2.4 Tips 41

3 Het onderzoeksplan 45

3.1 Cruciale factoren indeplanningsfase 46 3.2 De inhoudvanhet onderzoeksplan 47 3.3 Analyse-instrument 50 3.4 Debegeleider 51 3.5 De structuur vanhet onderzoek 52 3.6 Tips 53

4 Het onderzoek 57

4.1 Onderzoek als interventie 58 4.2 Verschillende typenpraktijkonderzoek 59 4.3 Instrumentarium 61 4.3.1 Onderzoeksmethoden 67

4.3.2 Tijdsdrukbij het verzamelenvandata 69

4.4 Voorkennis 70 4.5 Data-analyse 70 4.6 Tips 73 5 Het onderzoeksverslagendepresentatiedaarvan 75 5.1 Schrijven is ordenen endenken 76

5.2 Het onderzoeksverslag 77 5.3 Plagiaat en refereren 83

5.4 Tips voorhet onderdeel onderzoeksverslag 85 5.5 De aanbevelingenvandeonderzoekers 86 5.6 Slechtnieuwsgesprekken 89 5.7 Presenteren 90 5.8 Tips voorhet onderdeel presenteren 93

6 Publiceren: hoedoe jedat? 95 6.1 Het belangvanpubliceren 96 6.2 Hoe ga je tewerk? 96

6.3 Academischof praktijkgericht? 98 6.4 Waarinpubliceren? 100 6.5 Tips 101 7 Uitleiding: criteriavoorgoedpraktijkonderzoek 103

Bibliografie 105

Overdeauteurs 109

Hoebetrek ikdezekinderenop een zinvollemanier bij deactiviteiten?

1

Introductie

‘Hoekom ikde talentenvankinderenophet spoor enhoekan ikdeze stimuleren?’

‘Wat vindenonze cliëntenbijBureau Jeugdzorg eigenlijkvandebejegening?’

‘Zijn jongerengeïnteresseerd inhet kopenendragenvan duurzamekleding?’

‘Is eenpolitiemanof -vrouwalleeneenorde handhaver, of ookeenagogischwerker?’

‘Welkemogelijkhedenheeftdezebasisschool om hetpleinom tebouwen tot groeneoase?’

Zomaarwatvragenuithetpraktijkonderzoekvandeafgelopen jaren. ‘Ech te’ vragendie om een ‘echt’ enonderbouwd antwoord vragen.Omdie on derbouwing gaat het in deze handleiding. Hoe kom je tot antwoorden en oplossingen die de toets der kritiek kunnen doorstaan en die de praktijk een endopweghelpen? Indit eerstehoofdstuk schetsenwehetmethodologischkaderdat alsbasis dient voor deze handleiding. Eerst kijken we naar wat onderzoek eigen lijk is enwaaromwehet doen.Hierbij gaanwe inopde verschillen tussen praktijkonderzoek en academisch onderzoek. Daarna buigenwe ons over de vraag wat praktijkonderzoek in het hbo behelst: we geven enkeleme thodologische criteria, besprekenmogelijke onderzoeksactiviteiten, -vor men en -instrumenten enblikken vooruit naar het trekken van conclusies

11

praktijkonderzoekopniveau

enhet schrijven enpresenteren vanhet verslag.We blijvenhier kort over, omdat er over het doenvanonderzoekveel goed toegankelijkebasislitera tuur is. De achter in dit boek opgenomen bibiografie vormt hiervan een overzicht. Ten slotte gevenwe een kort overzicht van de verdere opzet en indelingvanhet boek.

1.1

Waaromdezehandleiding?

Over het waarom van deze handleidingmerken we het volgende op. De (opleidings)boekenbeschrijven veelal wat je het ideaalbeeld vanhet doen van praktijkonderzoek kunt noemen. Ze gaan over de weg die de onder zoeker dient te volgenom vanprobleemstelling tot oplossingof antwoord tekomen, veelal opgedeeld ineenaantal discrete stappen (ziebijvoorbeeld VanderDonk&VanLanen, 2011). Voor beginnendonderzoekers bieden dezebeschrijvingen en stappenplannenduidelijkehandvattenomhunon derzoek volgens de regelen der kunst uit te voeren. Uit ons eigen onder zoek naar praktijkonderzoeken van bachelor- enmasterstudenten weten we echter dat een onderzoek zelden volgens deze rationele schema’s ver loopt. Het vertoont vaker een zoeken en tasten, een geleidelijke bewust wordingvanwaarhetwerkelijkomgaat enhoedatdient tewordenonder zocht.Onzeeerstevaststellingopbasiswaarvanweaande slag zijngegaan isdat erbehoefte is aan eenhandleidingwaarinopbasis vandesk research en ervaringen van studenten en docenten een adequaat beeld wordt ge schetst van de vele valkuilen die de student op zijnweg kan tegenkomen. Vervolgenswillenwe enige handvattenbiedenomhier opproductieve en effectievewijzemeeom te gaan. Het doen van onderzoek, in dit geval het praktijkonderzoek van een ba chelor-ofmasteropleidingbinnenhet sociaalagogischedomein, is voorde meeste studentengeen sinecure (vgl. ExpertisekringHSAO, 2012).Devol gende vijf aspecten zijnhierbij vanbelang. Ten eerste is er in veel gevallen sprake vanonderzoek inopdracht van een van de organisaties en instellingen uit het relatienetwerk van de hoge school.Dat kan eengemeentelijkedienst zijn, zoalswelzijnof stadsbeheer of eenparticuliere instellingophet gebiedvanopvoeding, onderwijs, zorg ofwelzijn.Denkaan eenbasisschool, eenROCof eenorganisatievoorop bouwwerkof jeugdzorg.Kijknog eensnaarde vragenwaarmeedit hoofd stukopent. Inhoofdstuk2 zullenwe laten ziendat het gevendanwel krij- Vijfaspectenvan sociaalagogischpraktijkonderzoek

1.2

12

1 introductie

gen van een opdracht voor een onderzoek vanaf de aanvang een bepaald stempeldruktofkandrukkenopde inhoudendemethode,wathetonder zoekkanbemoeilijken. Ten tweedevoerende studentenonderzoekuit in eenbepaalde sector.Dat kan de sector zijnwaarin zij zelf werkzaam zijn of stage lopen, maar dat hoeft niet. Het blijkt dat studenten die in een voor hen (relatief) onbe kende sectorhunafstudeeronderzoekdoendaar inkorte tijdgeweldigveel nieuwekennis en ervaringenopdoen,wat bijdraagt aande verbredingvan hunkwalificatieprofiel.Overigens ishierook sprakevan eenafbreukrisico omdat studentengeen tijdhebbenzich tot echtevakspecialisten teontwik kelen. Tenderdevoerende studentenhunonderzoek somsuit induo’s.Voor veel studenten zal het samenwerken op zichzelf niet nieuw zijn, maar het sa menwerken in het kader van een (afstudeer)onderzoek wel. Zoals steeds wanneer samenwerken aande orde is, is alertheidopmeeliftgedrag gebo den. Samen onderzoeken biedt de mogelijkheid van elkaars expertise en vaardighedengebruik temaken. Interviewenbijvoorbeeldgaat de eenwat makkelijker af, terwijl de ander snel toegang heeft tot relevante literatuur. De opleiding kan aanhet eind vande rit uiteraardde inbreng vande stu dentenverschillendwegen. Tenvierdevaltopdat studenten indepraktijkbijnaallemaalworstelenmet de verschillende onderdelen van het design, van de opdrachtformulering ende onderzoeksvraag of probleemstelling tot enmet de rapportage over deresultaten.Ditondankshet feitdat zij indeeerste jarenvandeopleiding vaakkennis hebben gemaaktmet (enkele vormen van) onderzoek, onder zoeksdesign en -methodologie. Ten vijfde is vanbelangdat praktijkonderzoek ‘opniveau’ dient teworden begeleid. Nog steeds geldt dat voor veel docenten in het hoger beroeps onderwijs het zelf doen van onderzoek enhet begeleidendaarvan, op zo wel bachelor- als masterniveau, geen dagelijkse kost is. De ervaring laat zien dat het begeleiden vragen oproept bij docenten, van inhoudelijke, methodologische en agogische aard. Inhet hoger beroepsonderwijswordt op verschillende manieren gewerkt aan de verdere professionalisering vandocentenopdit gebied. InRotterdambijvoorbeeld voerdendocenten praktijkonderzoek uit in de stad, waarbij ze vragen op uiteenlopende ge biedenonderzochten (zieBerding&Witte, 2011).

13

praktijkonderzoekopniveau

1.3

Onderzoekdoen

Alvorensweons specifiekmet praktijkonderzoekgaanbezighouden staan we stil bij onderzoek inmeer algemenezin.Onderzoek, zomaaktdeAme rikaanse filosoof John Dewey duidelijk, is een interventie die we plegen omdat we worden geconfronteerd met een probleem (Dewey, 1997). De vraag ‘waartoe doen we onderzoek?’ laat zich dus vrij eenvoudig beant woorden: we doen onderzoek omdat we worden geconfronteerdmet een probleem, inDeweyswoorden: ‘met een verschijnsel dat het normale ver loopvandedingenverstoort,datdedingen–enons–uitevenwichtbrengt’. Wehebben temakenmet een verstoringdie ertoe leidt dat de situatieniet meer helder en duidelijk is, maar onbepaald en diffuus. Doormiddel van onderzoek, stelt Dewey, zijnwe in staat te achterhalenwat er precies aan de hand is en krijgenwe suggesties aangereikt omuit die diffuse toestand weer in eenheldere enbepaalde situatie te geraken. Met deze algemene methodologische benadering knoopt Dewey aan bij een alledaagse intuïtie. Stel dat we net te laat het perron oprennen en de trein in de verte zienwegrijden. Onze afspraak, daar zijnwemooi te laat voor.VolgensDewey treedtdanonmiddellijkeendenk-ofonderzoekspro ces inwerkingwaarinwe–vaakzeer snel enmaar inbeperktematebewust – een aantal alternatieven afwegen: opbellendat we te laat komen, de bus inplaats vande treinnemen, snel een taxi proberen te vinden enzovoort. Wewegen afwat deze alternatievenons als oplossingvanhet gerezenpro bleem te biedenhebben enuiteindelijk kiezenwe er eenuit die naar onze verwachting het beste zal voldoen. Die voeren we uit: we springen in de taxi enhet zal blijkenof dezeons tochnogop tijd terbestemderplekke zal brengen.De cruciale stappen indit proces zijndus:wewordengeconfron teerdmet een empirische situatie die we als een probleem definiëren, we wegeneenaantal alternatieven (indewetenschap sprekenwevanhypothe sen)met onze verbeeldingskracht af, kiezen er éénuit enbrengendeze in depraktijk. Indiezelfdepraktijk zal blijkenof het gewerkt heeft.Alsdat zo

‘normale’ situatie

probleemsituatie

ja

wegen vanopties (hypothesen)

oplossing gevonden?

nee

Figuur1 Het oplossenvan eenprobleem (Dewey)

14

Made with FlippingBook - Online magazine maker