Hans van der Heijde, Luuk Kampman en Klaas Bruin - Culturele diversiteit in de klas

1  Verkenning

1.4 Vluchtelingen en asielzoekers

Nederland behoort, zoals de meeste staten, tot de ondertekenaars van het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties. Daarmee stelt Nederland zich garant voor hulp aan en zo nodig opvang van vluchtelingen uit gebieden waar ze worden vervolgd of die door oorlog worden geteisterd. Voorwaarde is dat deze mensen door de unhcr (het Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen van de vn) ook inderdaad als vluchtelingen worden aangemerkt oftewel, een beetje cynisch gezegd, een unhcr-keurmerk dragen. Overigens heeft de unhcr grote moeite om de verdragsstaten, inclusief Nederland, hun garantstelling na te laten komen. In veel gevallen voeren Europese staten in de praktijk een ontmoedi- gingsbeleid als het gaat om de toelating van vluchtelingen. ‘Vluchteling’ is dus niet alleen een woord om iemand aan te duiden die op de vlucht is geslagen; in dit kader is het ook een begrip met internationale juri- dische betekenis. Als zodanig wordt het onderscheiden van ‘asielzoeker’. Ook asielzoekers zijn vluchtelingen, maar zij dragen niet dat unhcr-keurmerk en kunnen dus aan de grenzen worden tegengehouden, dan wel worden uitgezet als zij die grenzen toch hebben weten te passeren. In het algemeen geldt – ook in Nederland – de regel dat een asielzoeker een (voorlopige) vergunning voor verblijf krijgt als omstandigheden en redenen van humanitaire aard daartoe aanleiding geven. Is het aannemelijk dat een asielzoe- ker indien hij of zij wordt teruggestuurd naar het land van herkomst, daar moet vrezen voor vervolging en mogelijk lijf en leden, dan kan dat gelden als zo’n hu- manitaire reden om een verblijfsvergunning toe te kennen. Het voorlopige karakter van zo’n verblijfsvergunning kan betekenen dat ie- mand, ook na jaren in Nederland te hebben gewoond, alsnog wordt terugge- stuurd. De neiging daartoe van de overheid is de laatste tien, vijftien jaar onder maatschappelijke druk toegenomen. De zekerheid dat toelating zal worden geweigerd of dat, eenmaal toch de grens gepasseerd, uitzetting waarschijnlijk is, brengt sommigen ertoe het dan maar zonder verblijfsvergunning te proberen. Zij vormen de diffuse groep ‘ille- galen’, waarvan de precieze omvang vanzelfsprekend onbekend is. In veel geval- len blijken deze mensen een makkelijke prooi voor commerciële sectoren waarin men het niet erg nauw neemt met wetten en regels: het risico van uitbuiting is groot. De afgelopen twintig, vijfentwintig jaar laten een duidelijke verharding van het Nederlandse asielbeleid zien: er worden veel minder asielzoekers toegelaten dan voorheen, en zij die wel worden toegelaten maar uiteindelijk geen verblijfsver- gunning krijgen, worden sneller uitgezet. Kijken we wat verder terug, naar 1956, toen Sovjet-Russische troepen in het toen nog communistische Hongarije een opstand neersloegen, dan zien we een heel ander beeld. Nederland ving enkele

25

Made with