Hans van der Heijde, Luuk Kampman en Klaas Bruin - Culturele diversiteit in de klas

Deel 1  De Nederlandse samenleving en culturele diversiteit

ders. Dat voorbehoud is problematisch: wat als die derde generatie zich daar zelf nauwelijks nog mee identificeert, maar deze daar door autochtonen nu juist wel en zelfs uitsluitend mee wordt geïdentificeerd, en die autochtonen daarom wei- geren hen óók als autochtonen te beschouwen? In dit verband is het veelzeggend dat velen uiterlijke kenmerken (huidskleur met name) en voor- en achternamen als voldoende criteria hanteren voor het indelen van mensen bij allochtonen of autochtonen. Overigens kiest de Nederlandse overheid er tegenwoordig voor om in beleidsdocumenten de aanduidingen ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ zo veel mogelijk te vermijden. Zo ontstond in de zomer van 2015 in de Volkskrant een discussie over of deze aanduidingen nog wel in de krant gebruikt zouden moeten worden (Klok, 2015). Allochtonen: personen van wie ten minste één ouder in het buitenland is gebo- ren. Allochtonen die in het buitenland zijn geboren vormen de eerste generatie; allochtonen die in Nederland zijn geboren de tweede generatie. Allochtonen van de eerste generatie worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Ze worden tot de niet-westerse allochtonen gere- kend als ze zijn geboren in Turkije, Afrika, Latijns-Amerika of Azië, met uitzonde- ring van Japan en Indonesië. Op grond van hun sociaaleconomische positie (in Nederland) worden allochtonen uit Japan en Indonesië tot de westerse alloch- tonen gerekend. Wat Indonesië betreft gaat het vooral om mensen die in voor- malig Nederlands-Indië zijn geboren. De tweede generatie wordt onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van het geboorteland van hun moeder. Als dat Nederland is, dan is het geboorteland van de vader bepalend. Voor de twee- de generatie geldt dezelfde landenindeling als voor de eerste generatie. (naar: cbs, 2001) Het lijkt voor de hand te liggen deze hele kwestie te vereenvoudigen door alleen de nationaliteit van de inwoners van Nederland als uitgangspunt en criterium te nemen. Was je ooit Turk, Marokkaan, Rus, Chinees enzovoort, maar ben je geëmigreerd naar Nederland en heb je je tot Nederlander laten naturaliseren, of ervoor gezorgd dat je kinderen de Nederlandse nationaliteit kregen? Dan ben je (of zijn je kinderen) Nederlander. Hier zitten voor beleidsmakers echter haken en ogen aan. Migranten uit de voormalige koloniën, zoals Suriname, bezaten de Nederlandse nationaliteit al, nog voordat ze naar Nederland migreerden. Sommige staten staan het hebben van twee nationaliteiten toe (op het moment van schrijven Nederland trouwens ook nog), en Marokko hanteert het principe dat de Marokkaanse nationaliteit niet kan worden afgelegd en ingeruild tegen een andere: ook al kiest een naar Nederland gemigreerde Marokkaan voor de Nederlandse nationaliteit, hij be- houdt zijn Marokkaanse nationaliteit.

28

Made with