Hans van der Heijde, Luuk Kampman en Klaas Bruin - Culturele diversiteit in de klas

Deel 1  De Nederlandse samenleving en culturele diversiteit

1.6 Problemen en knelpunten

Migranten komen terecht in een gebied met andere zeden, gewoonten en tradi- ties en vaak een andere taal. Zij moeten dus vele problemen het hoofd bieden. Ze zullen zich ten minste deels moeten aanpassen en heersende zeden en gewoon- ten leren begrijpen. Ze zullen de taal moeten leren. Om als volwaardig burger te kunnen functioneren, moeten ze allerlei maatschappelijke instituties en hun functioneren leren kennen. Dat is moeilijk en vereist ondersteuning, maar hoe dan ook ligt de sleutel tot het oplossen van zulke problemen bij de nieuwkomer zelf. Dat geldt niet, of veel minder, voor een ander probleem: het als ‘anders’ worden gezien en het niet als volwaardig lid van de maatschappij geaccepteerd worden door zichzelf als autochtoon identificerende Nederlanders. Net als de nieuwkomers kennen ook de traditioneel ingezetenen hun aanpassingsproble- men: hoe te reageren op en om te gaan met mensen die ze als vreemdelingen ervaren? ‘Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet’, aldus een oud gezegde: wat en wie als vreemd worden gezien, hoeven niet te rekenen op een warm onthaal. Kortom, aanpassing is niet alleen een taak van de nieuwkomer, maar ook van de samenleving waarin hij terecht is gekomen. Maatschappijen zijn dynamisch in vele opzichten. Veel mensen houden niet van veranderingen, want die maken de toekomst onzeker en onzekerheid be- zorgt ze (ook) angstgevoelens. En dus worden immigratie en immigranten (ook) als ongewenste verschijnselen en verschijningen gezien – zelfs al is die migratie slechts één factor in de maatschappelijke dynamiek. Die angst hoeft niet onge- grond te zijn, want immigratie leidt tot meer concurrentie op de arbeidsmarkt, kan voor huisvestingsproblemen zorgen, en kan het leven in je buurt een heel ander aanzien geven dan je gewend was. We hebben dus te maken met twee typen migratieproblemen: die van de nieuwkomers, die ze grotendeels zelf praktisch moeten oplossen, en die van traditioneel ingezetenen, die uit angst voor ‘het vreemde’ en ‘vreemdelingen’ afwijzend staan tegenover hun komst en aanwezigheid. Voor dat laatste type problemen is geen pasklare praktische oplossing voorhanden. Gewenning lijkt het toverwoord en dat is het waarschijnlijk ook; denk maar aan al die migran- tengroepen uit vroeger jaren, zoals de Indo’s, die al langere tijd niet meer als vreemdelingen worden gezien. Daar waar concurrentie in het spel is, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt en in de huisvestingssector, leidt zo’n afwijzende attitude maar al te makkelijk tot discriminatie. Hoewel discriminatie bij wet verboden is, bewijst elk onderzoek ernaar steeds weer dat discriminatie helaas een veelvoorkomend fenomeen is in Nederland, vooral op de arbeidsmarkt. Gezien de wanverhouding tussen het grote aantal klachten bij het College voor de Rechten van de Mens en het beperk- te aantal zaken dat aan de rechter wordt voorgelegd, lijkt het erop dat Nederland

30

Made with