Walter Geerts & Martine Dijk m.m.v. Ryanne Tulner - Doeltreffende didactiek

1.3.2  ■  Ter afronding

1

1.3.2 Je eigen waarom, hoe en wat van didactisch afkijken Op lerarenopleidingen is het gebruikelijk dat leraren in opleiding een portfolio moe- ten samenstellen. Didactisch afkijken kan je helpen om materiaal voor een dergelijk portfolio te verzamelen. Haal het maximale uit het didactisch afkijken door voordat je bij je collega in de klas gaat kijken de volgende vragen, die zijn gebaseerd op de gouden cirkel van Sinek (2017), voor jezelf te beantwoorden. Waarom? Wat zijn je drijfveren? Waarom werk je in het onderwijs? Waarom geef je op deze manier les? Wat zijn je belangrijkste waarden? Wat vind je belangrijk in je relatie met leerlingen en waarom? Wanneer voel jij je betrokken? Waar ga je voor? Wat motiveert jou? Waar word je blij van? Hoe? Welke vaardigheden heb je nodig om bovenstaande te bereiken? Welke hulpmiddelen kun je hierbij inzetten? Wat zijn nuttige tools? Welke personen kun je hierbij inzetten? Wie kan je hierbij ondersteunen? Wat? Welk doel wil je precies behalen? Wat wil je bereiken? Wanneer is je resultaat goed genoeg? Wat is de norm om een goed te scoren? 1.3.3 Een korte vooruitblik Tot besluit van dit hoofdstuk een korte vooruitblik op de rest van het boek. De overi- ge hoofdstukken gaan over het lesmodel directe instructie, bijpassende werkvormen, differentiatie en de invulling van het onderwijs van vandaag en morgen. In Doeltreffen- de didactiek gaat het immers om de kwaliteit van je instructie. Een goed lesmodel, bij- passende werkvormen en differentiatie zijn daarbij ondersteunend. Didactiek is ech- ter pas doeltreffend als leerlingen een stap verder komen in hun leerproces. Daarom staat in het hoofdstuk Aanwijzingen voor het onderwijs van nu en morgen centraal hoe je dit leerproces kunt faciliteren. Als auteurs hopen we dat je deze leerstof niet alleen hoeft te lezen maar ook in de praktijk mag toepassen. Didactisch afkijken kan je hierbij helpen om de vertaling naar de praktijk te maken omdat je: • zélf het patroon in een lessituatie herkent als antwoord op een eigen hulpvraag; • eigenaar blijft van je eigen leren als de gespreksrelatie gelijkwaardig is; • dan als vanzelf naar het leren van de leerlingen gaat kijken. Op die manier kan de theorie je helpen om de situatie in de klas te begrijpen. Al eer- der toegepaste pedagogisch-didactische handelingen kun je daardoor nog beter leren uitvoeren. Waarschijnlijk kom je ook tot nieuwe inzichten of verandert de wijze waar- op je tegen een situatie aankijkt omdat je eigen identiteit als leraar in ontwikkeling is. Om het leren, van jou als leraar, te ondersteunen bieden we in elk hoofdstuk, en zeker ook in de afsluitende paragraaf, gereedschap aan in de vorm van vragen, observatie- schema’s of portfolio-opdrachten.

27

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online