Ellen Gerrits, Mieke Beers, Gerda Bruinsma en Ingrid Singer - Handboek taalontwikkelingsstoornissen

1.7  Taalinput en taalontwikkelingsstoornissen

Screening en remediëring Het tijdig opsporen van kinderen met een blootstellingsachterstand in de eerste taal en het vervolgens optimaliseren van het taalaanbod biedt de beste kansen om een thuis opgelopen achterstand in te halen. Er zijn nog geen gevalideerde instrumenten beschikbaar die kunnen signaleren of kinderen zo weinig taal- aanbod in het Nederlands krijgen dat zij risico lopen op een taalachterstand in het Nederlands. Het RIVM heeft in 2009 een rapport uitgebracht waarin jgz-professionals wordt uitgelegd hoe zij een omgevingsanalyse kunnen uitvoeren en interprete- ren (Postma, 2009a). Ook voor logopedisten is een dergelijke omgevingsanaly- se goed uitvoerbaar. De in het RIVM-rapport beschreven omgevingsanalyse is niet gevalideerd, maar gebaseerd op consensus en moet gezien worden als een hulpmiddel. In de kern bevraagt en observeert de professional de volgende as- pecten van het taalaanbod: ■■ Is de interactie tussen ouder en kind voldoende? ■■ Spreekt de ouder met het kind tijdens allerlei activiteiten in het dagelijks leven? ■■ Leest de ouder het kind voor? ■■ Doet de ouder (woord)spelletjes met het kind? Op basis van een professionele, maar subjectieve inschatting stelt de professio- nal vast of de taalomgeving voldoende stimulerend is (Postma, 2009a). Schaars, Leseman en Gerrits (2013) ontwikkelden in samenwerking met de gemeente Utrecht de Vragenlijst Ouders en Taalinput (VLOT), een screeningsinstrument voor risicofactoren in de taalomgeving van jonge kinderen. In een longitudinaal onderzoek wordt de validiteit van de VLOT onderzocht en worden optimale af- kapwaarden bepaald (Oudgenoeg, 2016; Leseman, 2014). Ook bij de toeleiding tot voor- en vroegschoolse educatieprogramma’s lijkt het zinvol om een analyse van de taalomgeving en een taalscreening te gebruiken naast of in plaats van de indicatie op basis van het opleidingsniveau of de soci- aal-economische status van de ouders (De Geus, Versteegen & Kruiter, 2013). Screenen op TOS wordt in paragraaf 3.1 uitgebreid besproken. De logopedist kan kinderen bij wie sprake is van een blootstellingsachterstand ten gevolge van deprivatie in combinatie met TOS zonder meer behandelen. Bij kinderen bij wie alleen sprake is van een blootstellingsachterstand ten gevolge van deprivatie is het belangrijk de oorzaak van de deprivatie mee te nemen in de beslissing om tot behandeling over te gaan. De logopedist dient zich hierbij de vraag te stellen of zij de aangewezen persoon is om de problemen in het ge- zin die TOS veroorzaken aan te pakken.

51

Made with