milieu
compact
12
beschermingswet 1998 op 19 september 2011 aan
Prorail is verleend voor werkzaamheden aan het
station Wormerveer, te wijzigen ten behoeve van de
hiermee verband houdende verplaatsing van een
benzinestation. Bij besluit van 23 april 2013 heeft
het college de vergunning van 19 september 2011
gewijzigd ten behoeve van de verplaatsing van een
benzinestation. Het gebied Polder Westzaan is,
voor zover thans van belang, aangewezen als Na-
tura 2000-gebied voor de habitatsoort meervleer-
muis. Het gebied dient als foerageergebied voor
deze soort. Niet in geschil is dat belangrijke verblijf-
plaatsen en vliegroutes van de meervleermuis niet
in de nabijheid van de nieuwe locatie van het benzi-
nestation zijn aangetroffen. Omdat niet kan worden
uitgesloten dat enige meervleermuizen gebruik ma-
ken van een route over de Karnemelksloot, die in de
nabijheid van de betrokken locatie is gelegen, heeft
het college ten behoeve van het bestreden besluit
een passende beoordeling gemaakt van de gevol-
gen van de verlichting van het beoogde benzinesta-
tion voor een eventuele vliegroute over deze sloot.
Bij de beoordeling van eventuele lichthinder voor de
meervleermuis heeft het college gebruik gemaakt
van lichtberekeningen die door bureau Arcadis zijn
gemaakt. In het rapport wordt geconcludeerd dat
kunstmatige lichtbronnen die zullen worden ge-
bruikt onder de luifel van het tankstation en de op
te richten lichtmast op een afstand van ongeveer 40
meter, een aandeel van 0 (nul) lux verlichting zul-
len hebben. Ten aanzien van de verlichting van de
zuil met prijsinformatie en de rand van de kap van
het benzinestation is de bijdrage aan de verlichting
tot op een afstand van maximaal 50 meter even-
eens 0 (nul) lux. In het door appellant aangevoerde
ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel
dat dit rapport zodanige gebreken dan wel leemten
in kennis bevat dat het college bij de vergunning-
verlening niet in redelijkheid hiervan heeft mogen
uitgaan. Het Natura 2000-gebied Polder Westzaan
bevindt zich op een afstand van ongeveer 50 meter
van het beoogde benzinestation. Eventuele vlieg-
routes van de meervleermuis langs de Karnemelk-
sloot bevinden zich op een afstand van ongeveer
40 meter van het beoogde benzinestation. Gelet
hierop en op het voorschrift dat aan de verleende
vergunning is verbonden dat kunstmatige lichtbron-
nen naar beneden gericht dienen te zijn, heeft het
college zich op grond van de passende beoorde-
ling ervan verzekerd dat de natuurlijke kenmer-
ken van het gebied niet zullen worden aangetast.
zie
; ABRS 08-01-2014,
nr. 201305221/1/R2
Bestemmingsplan en landschappelijke inpas-
sing tracébesluit
Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad van de
gemeente Muiden het bestemmingsplan “Landelijk
gebied” vastgesteld. Tegen dit besluit is beroep inge-
steld en verzocht een voorlopige voorziening te tref-
fen. Verzoekers betogen dat het tracébesluit weguit-
breiding Schiphol-Amsterdam-Almere van 21 maart
2011 op onjuiste wijze in het plan is opgenomen. Zij
voeren hiertoe aan dat het tracébesluit 2011 voor-
ziet in groenvoorzieningen tegenover hun woningen,
terwijl het plan het mogelijk maakt dat hier een weg
wordt aangelegd. Vast staat dat het tracébesluit 2011
voorziet in een maatregelvlak landschappelijke in-
passing op de gronden tegenover de woningen van
verzoekers. Het tracébesluit 2013 brengt hierin geen
verandering. Volgens het tracébesluit 2011 betreft dit
een vlak waarbinnen de voorzieningen ten behoeve
van de landschappelijke inpassing en boscompen-
satie worden aangebracht. Vast staat voorts dat het
plan op deze gronden voorziet in de bestemming
“Verkeer - 2”. Verzoekers betogen terecht dat het
plan, anders dan het tracébesluit 2011, het moge-
lijk maakt dat op deze gronden wegen worden aan-
gelegd. Hoewel het plan binnen deze bestemming
eveneens voorziet in groenvoorzieningen, is op deze
wijze niet gewaarborgd dat de in het tracébesluit
2011 op de gronden voorziene landschappelijke in-
passing en boscompensatie zal worden aangelegd.
De voorzitter ziet gelet hierop aanleiding om het plan,
voor zover het betreft de gronden met de bestem-
ming “Verkeer - 2” tegenover de woningen van ver-
zoekers, waarop in het tracébesluit 2011 is voorzien
in een maatregelvlak landschappelijke inpassing, te
schorsen. Dit heeft als gevolg dat het ter plaatse vi-
gerende planologische regime ingevolge artikel 13,
vierde lid, van de Tracéwet, zal worden beheerst
door het tracébesluit 2011 en het tracébesluit 2013.
zie
Vz ABRS 08-01-2013,
nr. 201309084/2/R1
Bestemmingsplan en evidente
privaatrechtelijke belemmering
Bij besluit van 27 juni 2013 heeft de raad van de
gemeente Gorinchem het bestemmingsplan “Laag
Dalem” vastgesteld. Appellant betoogt dat het plan
niet kan worden uitgevoerd vanwege een privaat-
rechtelijke belemmering. Daartoe voert hij aan
dat in een overeenkomst met de voormalige pro-
jectontwikkelaar afspraken zijn gemaakt over de
bouwgrenzen en bouwhoogten en de positie van