Previous Page  12-13 / 72 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 12-13 / 72 Next Page
Page Background

12

Jaarverslag Nationaal Restauratiefonds 2015

13

4. Verslag van het bestuur

4.1 Externe ontwikkelingen

Het draagvlak voor monumenten blijft over het

algemeen groot, zowel bij overheden als bij de

Nederlandse bevolking. Ondernemerschap,

betrokkenheid en samenwerking blijft echter

nodig om de monumenten in stand te houden

en ‘te kunnen blijven beleven’. Veel succesvolle

projecten hebben dat ook dit jaar bewezen.

Herbestemming en verduurzaming van de gebouwde

voorraad zijn in veel gemeenten belangrijke thema’s,

die overigens niet alleen gekoppeld zijn aan

erfgoed. Ook de economische meerwaarde van

monumenten in de omgeving is al vele malen

aangetoond. De aantrekkelijkheid van de stad voor

toerisme, recreatie en winkelen neemt toe door de

aanwezigheid van monumenten, alsook de waarde

van de omliggende woningen.

Nieuwe Erfgoedwet

De Erfgoedwet is op 16 juni 2015 door de Tweede

Kamer aangenomen. Er wordt gestreefd naar een

inwerkingtreding per 1 juli 2016. Hierdoor wordt

het onderhoud aan monumenten afdwingbaar.

Verschillende wetten rondom de bescherming van

ons erfgoed worden geïntegreerd, geüniformeerd

en waar mogelijk vereenvoudigd.

Herbestemmingsopgave

Nederland heeft nog altijd te maken met een

overschot aan gebouwde vierkante meters.

Dat geldt ook voor een aantal specifieke

categorieën monumenten, zoals boerderijen,

industriële gebouwen en kerken. Inmiddels is het

voor iedereen duidelijk dat een nieuwe bestemming

voor een monument de mogelijkheden tot behoud

ervan enorm kan vergroten. Een succesvolle

herbestemming heeft ook (economische) meer­

waarde voor de omgeving. Overheden zien de

meerwaarde van herbestemming voor hun regio

of gebied ook. Wij beheren inmiddels diverse

fondsen voor provincies of gemeenten waarin

budgetten voor herbestemming beschikbaar zijn

gesteld. Initiatiefnemers kunnen zo (een deel van)

de herbestemmingskosten met een laagrentende

lening financieren.

Evaluatie Restauratiefondsplus-hypotheek

Het ministerie van OCW heeft vanaf 2012 in zes

jaar totaal 103 miljoen euro beschikbaar gesteld

voor het verstrekken van Restauratiefondsplus­

hypotheken. De lening voor grootschalige restauratie

en herbestemmingen. In 2014 is de nulmeting

‘Evaluatie Restauratiefondsplus-hypotheek’

succesvol afgerond en aan de minister aangeboden.

De eerste conclusies en de jaarmeting over 2015

geven aan dat de beleidsdoelstelling van het

ministerie wordt behaald. In veel gevallen is de

financiering ingezet voor herbestemming, in een

aantal gevallen blijft de functie gelijk. De maat­

schappelijke effecten zijn niet altijd uit te drukken

in euro’s. Wel is er een relatie tussen de reden

waarom de financiering is aangevraagd en de

manier waarop de middelen zijn besteed. Cultureel

waardevolle objecten blijven behouden, extra

investeringen leiden tot een toename van de

(markt)waarde en de aantrekkelijkheid van het

gebied waarin het monument staat neemt in bijna

alle gevallen toe (toerisme, veiligheid en leefbaar­

heid). In 2017 worden de definitieve onderzoeks­

resultaten gepresenteerd.

Verduurzaming

In 2015 heeft de minister ingestemd met

de financiering van de pilot ‘Duurzaamheid

Rijksmonumenten’. Er zijn 20 projecten (niet­

woonhuizen) geselecteerd. Deze projecten

hebben een subsidie toegekend gekregen voor

het realiseren van duurzaamheidsmaatregelen

zoals isoleren en het aanbrengen van zonne­

collectoren. Het Restauratiefonds betaalt

deze subsidie uit.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is,

in opdracht van het ministerie van OCW, een

onderzoek gestart naar de effectiviteit en gevolgen

van verduurzamingsmaatregelen in rijksmonumenten.

Het doel van dit onderzoek is om beleidsinhoudelijke

kennis te ontwikkelen voor een meer structurele

regeling voor de verduurzaming van rijksmonumenten

in de toekomst. Wij onderstrepen het belang van

dit onderzoek en hebben daarom zitting in de

begeleidingscommissie.

Samen met het ministerie van OCW is

een revolverend fonds opgezet, dat specifiek

wordt ingezet om duurzame investeringen in

monumentale scholen tegen een lage rente

te financieren; het Duurzame Scholenfonds.

Monumenteigenaren hebben vooral behoefte

aan betrouwbare en praktische informatie over

duurzame investeringen in hun monument.

Wij delen die informatie daarom op verschillende

manieren en via verschillende communicatiekanalen.

Door samenwerking met ‘Stichting De Groene

Grachten’ - een initiatief dat zich met name

richt op verduurzaming van historische panden -

kunnen wij de kennis die bij deze organisatie

aanwezig is delen met eigenaren, waarmee wij in

contact komen over restauratie en verduurzaming

van hun monument.

Brim monitor

In 2012 is de instandhoudingsregeling (Brim)

herzien. De wens vanuit het veld en de politiek

was om de regeling in de eerste zesjaars periode

hetzelfde te houden. In deze periode worden

gegevens verzameld en geanalyseerd om te

bezien of de regeling na 2018 moet worden

aangepast. De monitor wordt uitgevoerd door de

projectgroep ‘Brim monitor’ waarin het ministerie

van OCW (via directie Erfgoed & Kunsten en

de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) en

het Restauratiefonds zijn vertegenwoordigd.

Het doel voor 2016 is om de laagrentende

leningen vanuit het Restauratiefonds te integreren

in de Brim monitor. Op deze manier wordt toe­

gewerkt naar een totaalbeeld van de financiering

van de monumentenzorg.

“Een succesvolle

herbestemming heeft

ook meerwaarde voor

de omgeving”

Landgoed Het Hooge Boekel werd

met de eerste groenfinanciering van

het Restauratiefonds hersteld.

Terugkijken