Previous Page  22-23 / 72 Next Page
Information
Show Menu
Previous Page 22-23 / 72 Next Page
Page Background

22

Jaarverslag Nationaal Restauratiefonds 2015

23

Jaarverslag Nationaal Restauratiefonds 2015

Treasury

De treasury-activiteiten worden uitgevoerd

binnen de kaders van het treasurystatuut van

het Restauratiefonds. Hoofdlijn van het treasury-

statuut is, dat de treasury-activiteiten een sterk

risicomijdend karakter hebben.

Risicomanagement

Risicobereidheid

Het Restauratiefonds hecht sterk aan een laag

risicoprofiel. Het beleid is gericht op een voort­

durende en zorgvuldige bewaking en beheersing

van risico’s die zijn activiteiten met zich mee­

brengen. In 2015 zijn stappen gezet om te komen

tot een Business Control Framework (BCF) om

daarmee het risicomanagementproces verder

vorm te geven. De verdere ontwikkeling van

risicomanagement, het in kaart brengen van de

‘risicobereidheid’ en de verbetering van het

business control framework zijn de belangrijkste

speerpunten in de komende tijd.

Onderkende risico’s en getroffen maatregelen

De voornaamste te beheersen risico’s bij het

Restauratiefonds betreffen het treasury management,

de kredietverlening, het renterisico en het

operationele risico.

Operationele risico’s worden beheerst door

beheersmaatregelen zoals vastgelegd in het

Handboek Administratie Organisatie.

Maatregelen die zijn genomen om het risico

management in de organisatie verder te

verbeteren, zijn bijvoorbeeld het instellen van

een program board, het aannemen van een

risk manager en het uitvoeren van audits.

Daarnaast zijn bijvoorbeeld risicoanalyses

uitgevoerd en geactualiseerd inclusief het

benoemen van beheersmaatregelen.

Vanuit de afdeling Kwaliteitsbewaking wordt

het juist naleven van procedures gecontroleerd.

Bevindingen vanuit de Kwaliteitsbewaking

worden periodiek gerapporteerd aan het

management en aan de externe accountant.

Jaarlijks wordt bovendien een audit uitgevoerd

op de geautomatiseerde informatie voorziening

(EDP-audit), waaronder het systeem SF2000.

De specifieke financiële aspecten van het

risicomanagement worden in hoofdstuk 6

Jaarrekening nader toegelicht.

IT

Ook in 2015 vindt de geautomatiseerde onder­

steuning van het merendeel van de activiteiten

van het Restauratiefonds plaats met behulp van

het systeem SF2000 in combinatie met het

CRM-pakket Scope en het digitaal archiefsysteem

Xtendis. Via deze applicaties wordt het proces van

rekening-courantverhoudingen en het verstrekken

en beheren van financieringen ondersteund.

Zoals al eerder aangegeven zijn deze toepassingen

met de verzelfstandiging van Fondsenbeheer

volledig in eigen beheer genomen, voor wat

betreft de IT-architectuur.

Eind 2014 is een nieuw IT meerjarenplan

gepresenteerd. Hierin zijn de ambities van de

fondsen vertaald in benodigde IT aanpassingen.

Dit traject krijgt ook in de komende jaren zijn

uitwerking. Per onderdeel zal, op basis van een

business case, de keuze worden gemaakt of de

investering wordt gedaan.

Financieel resultaat

Over geheel 2015 is het bedrijfsresultaat van het

Restauratiefonds uitgekomen op 1.730.000 euro

(2014: 2.345.000 euro). De afname van 615.000

euro ten opzichte van 2014 wordt voor een groot

deel verklaard door een hogere management-

vergoeding aan Fondsenbeheer, hogere reguliere

kosten en dalende overige bedrijfsopbrengsten.

Ten opzichte van de begroting is het gerealiseerde

resultaat van 2015 met 507.000 euro gestegen

(begroot: 1.223.000 euro). Met name de

bedrijfsopbrengsten zijn hoger, grotendeels

verklaard door hogere rente opbrengsten uit

Restauratiefonds-hypotheken, aanvullende

leningen en liquide middelen.

Ontwikkeling bedrijfsopbrengsten

De gerealiseerde bedrijfsopbrengsten zijn ten

opzichte van 2014 gedaald met 151.000 euro met

name doordat de terugontvangen subsidies vanaf

2015 rechtstreeks worden gedoteerd in het nieuw

gevormde bestemmingsfonds ’Terugontvangen

subsidies’ en niet meer worden verwerkt via de

staat van baten en lasten. De rentemarge op de

kernactiviteiten van het Restauratiefonds, het

verstrekken van financieringen aan monument­

eigenaren, is in 2015 met 161.000 euro

toegenomen ten opzichte van 2014. Dit ondanks

een verdere daling van de rentebaten als gevolg

van de dalende kapitaalmarktrente en de verdere

afbouw van de swap portefeuille. Ondanks een

stijging van de aangetrokken leningen ten behoeve

van de aanvullende financieringen zijn de rente­

lasten ten opzichte van 2014 lager uitgekomen

als gevolg van een dalende gemiddelde rente.

De gerealiseerde bedrijfsopbrengsten zijn

941.000 euro hoger dan begroot. Dit wordt

verklaard door een licht hogere rentemarge

op bijna alle producten, maar ook door hogere

behandelingskosten door de toegenomen

productie.

Bedrijfslasten

Ten opzichte van 2014 zijn de bedrijfslasten met

465.000 euro toegenomen, onder meer doordat

de managementvergoeding hoger is uitgevallen.

De vergoeding is hoger uitgevallen door een

toename van inleenkrachten en een hogere

kostenverdeelsleutel van Fondsenbeheer.

De incidentele lasten zijn gedaald ten opzichte

van 2014 als gevolg van een lagere dotatie aan

de voorziening voor insolventie en door een

versnelde vrijval van de voorziening renteswaps

De gerealiseerde bedrijfslasten zijn 435.000 euro

hoger dan begroot, onder meer door een hogere

managementvergoeding. De hogere management-

vergoeding is te verklaren door tijdelijke

extra btw kosten door de koepelvrijstelling van

Fondsenbeheer en een stijging van het aantal

fte’s, direct en indirect werkzaam voor het

Restauratiefonds. In 2015 waren externe

medewerkers benodigd voor vervanging door

ziekte, het opvangen van extra productie en

het opvangen van reguliere werkzaamheden.

Hierdoor konden medewerkers voldoende tijd

besteden aan vernieuwingsprojecten.

Ontwikkeling financieringsproductie

In 2015 werd voor 110,5 miljoen euro aan

leningen verstrekt, significant meer dan in

2014 (91,4 miljoen euro). De productie betreft

zowel de laagrentende leningen (61,2 miljoen

euro) als de aanvullende leningen met een

marktconforme rente (49,3 miljoen euro) voor

zowel rijksmonumenten als gemeentelijke en

provinciale monumenten.

Meer dan de helft van de aanvragers (56%)

van een Restauratiefonds-hypotheek vroeg ook

een lening met een marktconforme rente aan.

Een lichte daling ten opzichte van 2014 (63%).

De investeringsbereidheid van monument­

eigenaren blijft echter onverminderd hoog.

“Het Restauratiefonds

hecht sterk aan een

laag risicoprofiel”

Ontwikkeling en uitzetting van de

Revolving Funds

Het Revolving Fund bestaat uit twee separaat

geadministreerde Revolving Funds: het Revolving

Fund Restauratiefonds-hypotheek en het

Revolving Fund Restauratiefondsplus-hypotheek.

Binnen het Revolving Fund Restauratiefonds-

hypotheek worden verschillende sub-revolving

funds geadministreerd. Per 31 december 2015 is

de totale omvang van het Revolving Fund inclusief

bestemmingsfonds ‘Terugontvangen subsidies’ en

inclusief het resultaat van 2015, 460 miljoen euro

(2014: 434 miljoen euro). Het Revolving Fund

wordt gevoed door dotaties van de Rijksoverheid

en de bestemming van het resultaat (algemene

reserve). In de onderstaande tabel worden de

standen van de Revolving Funds weergegeven.

Revolving Fund inclusief onderliggende sub-revolving funds

(bedragen x € 1.000)

Revolving Fund

Verstrekt*

Tekort/overschot

Rf-h

348.124

357.466

-9.342

Kerken Nevenfunctie-Lening

1.604

652

952

Mobiel Erfgoed-Lening

1.063

66

997

Antillen

8.463

4.771

3.693

Totaal laagrentende leningen

359.254

362.956

-3.701

Cultuurfonds

5.057

4.259

798

Varend Erfgoed-Lening

256

100

156

Duurzame scholenfonds

2.000

0

2.000

Totaal Revolving Fund Rf-h

366.568

367.315

-748

Revolving Fund Rf-h plus

89.546

41.206

48.339

Bestemmingsfonds terugontv.subs.

3.525

0

3.525

Totaal Revolving Fund

459.639

408.522

51.117

*betreft verstrekte leningen exclusief voorzieningen