26
Bij het maken van je persoonlijke reflectieverslag kunnen de onderstaande vragen mogelijk helpen.
Geef geen antwoord van één of twee woorden, maar schrijf volledige zinnen. Het verslag bespreek
je met je begeleider tijdens het eindgesprek.
Projectmatig werken
Wat vond je van de beroepstaak?
Interessant, saai of iets anders?
Kunnen plannen van eigen werkzaamheden
Wist je altijd wat er gedaan moest worden?
Ja/nee, waarom niet? Wat was er onduidelijk?
Hoe heb je dat opgelost?
Was de gemaakte planning overzichtelijk en realistisch?
Wat ging er goed, wat niet? Had je alles op
tijd af?
Werkbonnen maken
Hoe ging het verzamelen van informatie over vragen op de
werkbonnen?
Hoe heb je dat gedaan? Wat heb je er van
geleerd?
Hoe ging het uitvoeren van de werkbonnen in het algemeen?
Hoe heb je dat gedaan? Wat kon er beter?
Wat heb je er van geleerd?
Welke werkbonnen vond je eenvoudig?
Wat vond je eenvoudig, wat ging er goed?
Welke werkbonnen vond je lastig?
Wat vond je precies moeilijk? Hoe heb je de
problemen aangepakt om tot een oplossing
te komen?
Kun je een klant vertellen hoe hij Windows moet installeren?
Leg uit.
Kun je een klant vertellen hoe hij de computer kan beveiligen moet
installeren?
Leg uit.
Hoe ging het uitvoeren van de eindopdracht?
Heb je in één keer alles goed gedaan? Waren
er problemen? Hoe heb je die opgelost?
Persoonlijk/Competenties
Wat zijn je sterke punten?
Bijvoorbeeld: plannen, organiseren,
samenwerken, schrijven, vakmatige zaken.
Wat zijn zaken die je nog moet leren?
Bijvoorbeeld: plannen, organiseren,
samenwerken, schrijven, vakmatige zaken.
Competenties werkproces 2.1 en 2.2
J. Formuleren en rapporteren
L. Materialen en middelen inzetten
T. Instructies en procedures opvolgen
V. Met druk en tegenslag omgaan
Welke competenties beheers je voldoende in
deze beroepstaak?
Welke competenties moet je nog verder
ontwikkelen?
Bijlage 4
Het reflectie-
verslag