Dina-Bouman-Noordemeer (red.) e.a - Beter Nederlands 1

9 en dat het hondje het al die tijd koud (hebben). 10 Hij (optillen) het hondje, (losmaken) de riem en (stoppen) het hondje onder zijn jas. 11 Na een tijdje (omkijken) de vrouw, om naar haar hondje te kijken. En ze (schrikken) zich dood. 12 Ze (denken) dat de grote hond haar lieve hondje (opeten). 13 En ze (flauwvallen) van schrik.

18

Made with