Pauline Kuiper-Jong - Taaltempo Nederlands

en hij?

hij kan voetballen wij gaan kijken zij gaat kijken ik ga wandelen

gaan jullie kijken?

en zij?

gaat u wandelen? moet ik reserveren? kun je me verstaan? kun je hem verstaan? wil je haar helpen? willen jullie ons helpen?

u/je moet reserveren ik kan u/je verstaan ik kan hem verstaan ik wil haar helpen we willen jullie helpen

ga je eten?

ik ga eten

zij gaan eten ik kom kijken

en zij?

kom je kijken?

B

is de koffie voor jou?

ja, de koffie is voor mij/nee, de koffie is niet voor mij ik neem een uitsmijter/broodje kaas hij neemt een uitsmijter/broodje kaas/(.....) ja, de tosti’s zijn al klaar/nee, de tosti’s zijn nog niet klaar ja, we hebben broodjes/nee, we hebben geen broodjes ja, de haringen zijn duur/nee, de haringen zijn niet duur de kabeljauw is duurder/ goedkoper ja, de haring is lekker/nee, de haring is niet lekker ja, het is een lekkere haring/nee, het is geen lekkere haring ja, ik ga met jullie naar de film/ ja, leuk!/nee, ik ga niet met jullie naar de film/(.....)

neem je een uitsmijter of een broodje kaas?

en Chris?

zijn de tosti’s al klaar?

hebben jullie broodjes?

zijn de haringen duur?

is de kabeljauw duurder of goedkoper?

is de haring lekker?

is het een lekkere haring?

ga je met ons naar de film?

26

Made with