14ZW3SMDFB2

2 Sociaal-maatschappelijk dienstverlener Niveau 4 Fase

Serie 2014 Crebonummers 92670

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Niveau 4

Stichting Consortium Beroepsonderwijs Zorg & Welzijn (kwalificatiedossiers 2011, 2012, 2013 of 2014)

Fase 2 Crebonummers 92670

artikelnummer: 14ZW3SMDFB2

Colofon

Dit is een uitgave van Stichting Consortium Beroepsonderwijs

Manager Zorg & Welzijn I. Rabelink

Ontwikkelteam Maatschappelijke Zorg A. Mulder (ontwikkelteamleider) K. Postema

Eindredactie A. Brink M. Brok

Ontwerp/DTP H. Aalbersberg R. Bokma appeltje-n grafische ontwerpen

© 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, namelijk elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van Stichting Consortium Beroepsonderwijs. Verantwoording Stichting Consortium Beroepsonderwijs heeft van alle haar bekende rechthebbenden op de in deze publicatie opgenomen teksten en afbeeldingen toestemming gekregen om deze te gebruiken.

www.consortiumbo.nl

Inhoud

Beroepsprestatie 2.1

4

Eenvoudige juridische vraagstukken behandelen (2014-smd-bp 2.1)

Beroepsprestatie 2.2

12

Ondersteunen bij financiële problemen (2014-smd-bp 2.2)

Beroepsprestatie 2.3

20

Een brug slaan tussen het recht en de cliënt (2014-smd-bp 2.3)

Beroepsprestatie 2.4 Adviseren bij budgetbeheer (2014-smd-bp 2.4)

28

Voortgangsgesprek

38

(2014-smd-vg)

* Daar waar hij staat, wordt ook zij bedoeld. * Waar cliënt staat, kan ook worden gelezen: bezoeker, hulpvrager, klant.

Beroepsprestatie 2.1 Eenvoudige juridische vraagstukken behandelen (2014-smd-bp 2.1)

Werkprocessen met de competenties van deze beroepsprestatie

Nummer van het werkproces

Titel van het werkproces

Competenties die bij het werkproces horen J Formuleren en rapporteren

1.2 Maakt een dienstverleningsplan

M Analyseren

Q Plannen en organiseren

2.2 Behandelt eenvoudige juridische vragen van de cliënt C Begeleiden

J Formuleren en rapporteren

K Vakdeskundigheid toepassen

M Analyseren

4

Zorg & Welzijn serie 2014

1

Oriënteren

Typering van deze beroepsprestatie De sociaal-maatschappelijk dienstverlener krijgt te maken met juridische vragen. Daarom is het belangrijk dat je kennis hebt van de sociale wet- en regelgeving. Je behandelt vragen van de cliënt met een eenvoudig juridisch karakter over gebruik van en toegang tot sociale wet- en regelgeving. Je informeert en adviseert de cliënt over zijn juridische rechten en plichten. Je vertaalt juridische procedures en regelingen in begrijpelijke taal voor de cliënt. Bij complexe vraagstukken verwijs je de cliënt door naar de juiste instantie voor rechtshulp. Ans is werkzaam bij een loket voor juridisch advies. Mevrouw Van Dalsum komt met een vraag. Haar buren hebben een aantal jaren geleden een pruimenboom geplant in de achtertuin, vlak naast de schutting. Zij snoeien de boom niet en deze groeit dus maar door. Mevrouw Van Dalsum heeft een aantal klachten. Er zitten veel vogels in de boom die van de pruimen pikken en daardoor heeft ze steeds vogelpoep op de bloempotten die aan haar kant van de schutting staan. Ook vallen er steeds half afgevreten pruimen in haar tuin, wat ongedierte aantrekt. Bovendien heeft ze een grote schaduwplek in haar tuin en minder licht in de slaapkamer boven. Ze zou graag willen weten of er regelgeving is op dit gebied voordat ze hier met haar buren over gaat praten. Het contact met de buren is niet optimaal. Ze wil goed beslagen ten ijs komen voordat ze dit gaat bespreken. Ans weet te weinig van het burgerlijk wetboek en verwijst mevrouw Van Dalsum daarom door naar een collega. Monica volgt de opleiding apothekersassistent en in het weekend werkt ze in een eetcafé. Haar baas wil haar in de zomervakantie ook ’s avonds laten werken. Monica wil weten of zij dat mag doen als 17 jarige en ook wil ze weten of ze voor avondwerk meer salaris kan vragen. Ze legt haar vragen voor aan Johan, medewerker bij het jongerenloket.

5

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

2

Plannen

Overleg met je begeleider over je POP en de voorwaarden voor het uitvoeren van de opdrachten in de beroepsprestatie. Bekijk de resultaten en de voortgangsbeoordelingslijst. Maak vervolgens je PAP. Leg een inleverdatum voor de resultaten vast.

Stap 1 en 2 van de Wegwijzer zijn aangetoond.

De moeilijkheidsgraad

De mate van complexiteit van de beroepssituatie

De mate van zelfsturing

De mate van verantwoordelijkheid voor

{ { gesloten context

{ { geleid

3 3 uitvoeren van het eigen takenpakket

3 3 open context

3 3 begeleid

{ { jouw samenwerking met collega’s

{ { complexe context

{ { zelfstandig*

{ { de hele zorg- en begeleidingscyclus

{ { aansturen van collega’s op hetzelfde of lager niveau

* zelfstandig is niet van toepassing omdat de beroepsprestatie ontwikkelgericht is

Het gewenste resultaat van deze beroepsprestatie Je hebt in overleg met de cliënt doelstellingen en acties geformuleerd en een realistisch en uitvoerbaar dienstverleningsplan opgesteld. Je hebt afspraken met de cliënt gemaakt over de aanpak. Je hebt eenvoudige juridische vragen van de cliënt behandeld, hem proactief geïnformeerd en geadviseerd over gebruik en toegang tot sociale wet- en regelgeving, adequate juridische documenten opgesteld en de cliënt waar nodig doorverwezen naar juridische deskundigen.

6

Zorg & Welzijn serie 2014

3

Uitvoeren

De competenties uit deze beroepsprestatie worden beoordeeld met behulp van de voortgangsbeoordelingslijst. De beoordelingsvormen zijn: gedragsbeoordeling en/of specifieke bewijsstukken. Maak hierover afspraken met je begeleider(s).

Opdrachten

A. Juridische informatie begrijpelijk maken voor de cliënt Vraag aan je begeleider een juridische brief, gericht aan een cliënt of instelling, op het gebied van de sociale wet- en regelgeving. Als een dergelijke brief er niet is, kun je op internet een juridische brief opzoeken. Lees de brief goed door en vertaal deze in algemeen dagelijks taalgebruik, zodat een cliënt de inhoud van de brief kan begrijpen. Hou je bij het schrijven aan de richtlijnen van de organisatie. Gebruik correcte spelling en grammatica.

Kopie van de juridische brief en de vertaalde brief WP 2.2: J, K

B. Cliënten doorverwijzen naar een externe instantie voor rechtshulp Onderzoek welke vorm van rechtshulp het beste aansluit bij de hulpvraag van de cliënt. Zet de verschillende mogelijkheden van rechtshulp voor de cliënt op een rij, zodat de cliënt een weloverwogen keuze kan maken. Informeer de cliënt over de kosten van de rechtshulp en mogelijke vergoedingen en/of toevoeging. Ondersteun de cliënt bij het maken van een keuze.

Gedragsbeoordeling WP 2.2: C, J, K, M

C. Cliënten ondersteunen bij hulpvragen op juridisch gebied Ondersteun een cliënt met een eenvoudige juridische vraag over het gebruik van en de toegang tot sociale wet- en regelgeving. Onderzoek de hulpvraag van de cliënt. Overleg met de cliënt over de gewenste oplossing en mogelijkheden. Geef de cliënt inzicht in de regels en de procedures die van toepassing zijn en geef juridisch advies. Leg de dienstverlening aan de cliënt vast in een dienstverleningsplan en hanteer bij het uitvoeren van de opdracht de richtlijnen van de organisatie. Leg de afspraken die met de cliënt gemaakt zijn vast. Beschrijf ook welke wet- en regelgeving van toepassing is en waarom.

Gedragsbeoordeling WP 2.2: C, J, K, M Dienstverleningsplan WP 1.2: J, M, Q

Bewijsstukken

Lever de volgende bewijsstukken aan: • Volledig ingevulde voortgangsbeoordelingslijst • Kopie van de juridische brief en de vertaalde brief • Het dienstverleningsplan

7

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

4/5 Controleren/Evalueren

Deze stappen zijn onderdeel van de voortgangsbeoordelingslijst.

Voortgangsbeoordelingslijst

Beroepsprestatie 2.1 Eenvoudige juridische vraagstukken behandelen (2014-smd-bp 2.1) Opleiding Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Naam student:

Cohort:

G : Goed V : Voldoende O : Onvoldoende

Beoordelingscriteria

Werkproces 1.2 Maakt een dienstverleningsplan

Bewijsstuk Dienstverleningsplan Competenties

De student:

G V O

J Formuleren en rapporteren

zorgt voor volledige en nauwkeurige plannen en dossiers verwerkt en registreert nauwkeurig alle benodigde gegevens formuleert op een logische en gestructureerde manier

  

  

  

M Analyseren

analyseert gegevens grondig

  

legt relaties tussen gegevens, oorzaken en effecten

  

combineert gegevens uit diverse bronnen tot relevante informatie t.b.v. het dienstverleningsplan

  

Q Plannen en organiseren

maakt een tijdsplanning

  

maakt een overzicht van benodigde acties en middelen

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

8

Zorg & Welzijn serie 2014

Werkproces 2.2 Behandelt eenvoudige juridische vragen van de cliënt

Gedragsbeoordeling Competenties

De student:

G V O

C Begeleiden

adviseert de cliënt over eenvoudige wet- en regelgeving kan duidelijk de voor- en nadelen van de te volgen aanpak aangeven verwijst zo nodig door naar juridische deskundigen

  

  

  

J Formuleren en rapporteren

hanteert correcte spelling en grammatica

  

gebruikt de juiste woorden en uitdrukkingen

  

zorgt voor nauwkeurige en volledige, juridische documenten vermijdt het gebruik van onnodig juridisch vakjargon

  

  

K Vakdeskundigheid toepassen

laat juridisch inzicht zien

  

M Analyseren

brengt structuur aan in de veelheid van gegevens

  

is in staat om de belangrijkste informatie uit een grote hoeveelheid gegevens te halen

  

Bewijsstuk Kopie van de juridische brief en de vertaalde brief J Formuleren en rapporteren hanteert correcte spelling en grammatica

  

gebruikt de juiste woorden en uitdrukkingen

  

zorgt voor nauwkeurige en volledige, juridische documenten vermijdt het gebruik van onnodig juridisch vakjargon

  

  

K Vakdeskundigheid toepassen

laat juridisch inzicht zien

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

9

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Afspraken met betrekking tot acties die de student gaat ondernemen om zichzelf verder te ontwikkelen (POP/PAP)

Beoordeling beroepsprestatie 2.1 Eenvoudige juridische vraagstukken behandelen (s.v.p. aankruisen wat van toepassing is)  G oed aangetoond

 V oldoende aangetoond  O nvoldoende aangetoond

Naam begeleider: (s.v.p. voluit schrijven in blokletters)

Functie:

Instelling:  BPV

 Opleiding

Datum:

Handtekening:

Naam begeleider: (s.v.p. voluit schrijven in blokletters)

Functie:

Instelling:  BPV

 Opleiding

Datum:

Handtekening:

10

Zorg & Welzijn serie 2014

11

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Beroepsprestatie 2.2 Ondersteunen bij financiële problemen (2014-smd-bp 2.2)

Werkprocessen met de competenties van deze beroepsprestatie

Nummer van het werkproces

Titel van het werkproces

Competenties die bij het werkproces horen J Formuleren en rapporteren

1.2 Maakt een dienstverleningsplan

M Analyseren

Q Plannen en organiseren

2.3 Ondersteunt de cliënt bij financiële problemen en budgetbeheersing

C Begeleiden

D Aandacht en begrip tonen

K Vakdeskundigheid toepassen

12

Zorg & Welzijn serie 2014

1

Oriënteren

Typering van deze beroepsprestatie De sociaal-maatschappelijk dienstverlener ondersteunt cliënten bij (het voorkomen van) financiële problemen en bij budgetbeheersing. Je maakt voor cliënten hun inkomsten en uitgaven inzichtelijk. Je adviseert cliënten over hun uitgavenpatroon, geeft informatie en biedt middelen ter ondersteuning. Waar nodig stimuleer je cliënten om kritisch te kijken naar hun uitgavenpatroon en motiveer je cliënten om hun gedrag te veranderen. Met de cliënt stel je het probleem vast en zoek je naar oplossingen. Cliënten van de sociaal-maatschappelijk dienstverlener hebben vaak een laag inkomen met alle risico’s van dien. Het is belangrijk dat je de risicofactoren van armoede herkent en armoede signaleert. Je stimuleert de cliënten om daarover te praten en wijst ze op de mogelijkheden van inkomensondersteuning. Mevrouw Wouters staat voor een aantal grote uitgaven: haar wasmachine is stuk en is niet meer te repareren. Een nieuwe wasmachine kan ze niet kopen; ze heeft alleen een AOW-uitkering. Een vrijwilliger van de ouderensoos heeft haar voor informatie en advies doorverwezen naar de gemeentelijke welzijnsinstelling. Marjo, ouderenconsulent bij de welzijnsinstelling, bespreekt met mevrouw Wouters haar probleem. Op basis van het inkomen heeft mevrouw recht op verschillende vormen van inkomensondersteuning. Marjo zoekt uit of mevrouw daarvan gebruik kan maken voor de aanschaf van een nieuwe wasmachine. Ook neemt ze met mevrouw Wouters door van welke regelingen op het gebied van inkomensondersteuning zij gebruikt maakt en van welke niet. De inkomenssituatie van Karlijn is, nadat haar dochter op kamers is gaan wonen, veranderd. Ze is van alleen- staande ouder alleenstaand geworden en daardoor is haar bijstandsuitkering lager geworden. Veel van haar vaste lasten zijn hetzelfde gebleven terwijl het inkomen lager is geworden. Karlijn wil weten wat per week het budget is dat ze aan eten, drinken, kleding en dergelijke uit kan geven. Haar dochter komt nog regelmatig het weekend thuis en Karlijn vraagt zich af of ze nu haar dochter om een financiële bijdrage kan vragen als ze bij haar is. Ze legt haar vragen voor aan Bernard, de sociaal-maatschappelijk dienstverlener van het Steunpunt.

13

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

2

Plannen

Overleg met je begeleider over je POP en de voorwaarden voor het uitvoeren van de opdrachten in de beroepsprestatie. Bekijk de resultaten en de voortgangsbeoordelingslijst. Maak vervolgens je PAP. Leg een inleverdatum voor de resultaten vast.

Stap 1 en 2 van de Wegwijzer zijn aangetoond.

De moeilijkheidsgraad

De mate van complexiteit van de beroepssituatie

De mate van zelfsturing

De mate van verantwoordelijkheid voor

{ { gesloten context

{ { geleid

3 3 uitvoeren van het eigen takenpakket

3 3 open context

3 3 begeleid

{ { jouw samenwerking met collega’s

{ { complexe context

{ { zelfstandig*

{ { de hele zorg- en begeleidingscyclus

{ { aansturen van collega’s op hetzelfde of lager niveau

* zelfstandig is niet van toepassing omdat de beroepsprestatie ontwikkelgericht is

Het gewenste resultaat van deze beroepsprestatie Je hebt in overleg met de cliënt doelstellingen en acties geformuleerd en een realistisch en uitvoerbaar dienstverleningsplan opgesteld. Je hebt afspraken met de cliënt gemaakt over de aanpak. Je hebt de cliënt, in opdracht van een hulpverlener of instantie met meer bevoegdheden, op inzichtelijke en doortastende wijze ondersteund bij financiële problemen en budgetbeheersing. Je hebt de cliënt geadviseerd over zijn uitgavenpatroon, middelen aangereikt ter ondersteuning en de cliënt gemotiveerd tot gedragsverandering.

14

Zorg & Welzijn serie 2014

3

Uitvoeren

De competenties uit deze beroepsprestatie worden beoordeeld met behulp van de voortgangsbeoordelingslijst. De beoordelingsvormen zijn: gedragsbeoordeling en/of specifieke bewijsstukken. Maak hierover afspraken met je begeleider(s).

Opdracht

A. Financiële problemen voorkomen of oplossen Ondersteun de cliënt bij het vinden van mogelijkheden om financiële problemen te voorkomen of op te lossen. Onderzoek welke hulpvraag de cliënt heeft en maak vervolgens een dienstverleningsplan. Geef informatie en (ongevraagd) advies over de mogelijkheden tot inkomensondersteuning. Motiveer, waar nodig, de cliënt tot gedragsverandering. Stimuleer de cliënt om kritisch naar zijn uitgavenpatroon te kijken. Draag kennis en vaardigheden over aan de cliënt, zodat hij zijn uitgavenpatronen beter kan beheersen. Leg de dienstverlening aan de cliënt vast in een rapportage. Beschrijf:

• De hulpvraag van de cliënt • Het dienstverleningsplan • Het verloop van de dienstverlening

Gedragsbeoordeling WP 2.3: C, D, K Rapportage financiële problemen voorkomen of oplossen WP 1.2: J, M, Q

Bewijsstukken

Lever de volgende bewijsstukken aan: • Volledig ingevulde voortgangsbeoordelingslijst • Rapportage financiële problemen voorkomen of oplossen

15

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

4/5 Controleren/Evalueren

Deze stappen zijn onderdeel van de voortgangsbeoordelingslijst.

Voortgangsbeoordelingslijst

Beroepsprestatie 2.2 Ondersteunen bij financiële problemen (2014-smd-bp 2.2) Opleiding Sociaal-Maatschappelijk dienstverlener

Naam student:

Cohort:

G : Goed V : Voldoende O : Onvoldoende

Beoordelingscriteria

Werkproces 1.2 Maakt een dienstverleningsplan

Bewijsstuk Rapportage financiële problemen voorkomen of oplossen Competenties De student:

G V O

J Formuleren en rapporteren

zorgt voor volledige en nauwkeurige plannen en dossiers verwerkt en registreert nauwkeurig alle benodigde gegevens formuleert op een logische en gestructureerde manier

  

  

  

M Analyseren

analyseert gegevens grondig

  

legt relaties tussen gegevens, oorzaken en effecten

  

combineert gegevens uit diverse bronnen tot relevante informatie t.b.v. het dienstverleningsplan

  

Q Plannen en organiseren

maakt een tijdsplanning

  

maakt een overzicht van benodigde acties en middelen

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

16

Zorg & Welzijn serie 2014

Werkproces 2.3 Ondersteunt de cliënt bij financiële problemen en budgetbeheersing

Gedragsbeoordeling Competenties

De student:

G V O

C Begeleiden

geeft de cliënt feedback over zijn financiële huishouding stimuleert de cliënt om kritisch naar zijn uitgavenpatroon te kijken adviseert de cliënt over zijn uitgavenpatroon

  

  

  

motiveert de cliënt tot gedragsverandering

  

D Aandacht en begrip tonen

let bij de ondersteuning op het welzijn van de cliënt

  

herkent risicofactoren en signaleert armoede signaleert

  

toont bezorgdheid

  

stimuleert de cliënt stimuleert om te praten over zijn klachten

  

K Vakdeskundigheid toepassen expertise delen

toont juridisch en rekenkundig inzicht

  

rekent vlot en accuraat

  

maakt inkomsten en uitgaven inzichtelijk

  

brengt structuur aan in inkomsten en uitgaven

  

draagt haar kennis en expertise over aan de cliënt

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

17

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Afspraken met betrekking tot acties die de student gaat ondernemen om zichzelf verder te ontwikkelen (POP/PAP)

Beoordeling beroepsprestatie 2.2 Ondersteunen bij financiële problemen (s.v.p. aankruisen wat van toepassing is)  G oed aangetoond

 V oldoende aangetoond  O nvoldoende aangetoond

Naam begeleider: (s.v.p. voluit schrijven in blokletters)

Functie:

Instelling:  BPV

 Opleiding

Datum:

Handtekening:

Naam begeleider: (s.v.p. voluit schrijven in blokletters)

Functie:

Instelling:  BPV

 Opleiding

Datum:

Handtekening:

18

Zorg & Welzijn serie 2014

19

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Beroepsprestatie 2.3 Een brug slaan tussen het recht en de cliënt (2014-smd-bp 2.3)

Werkprocessen met de competenties van deze beroepsprestatie

Nummer van het werkproces

Titel van het werkproces

Competenties die bij het werkproces horen J Formuleren en rapporteren

1.2 Maakt een dienstverleningsplan

M Analyseren

Q Plannen en organiseren

2.2 Behandelt eenvoudige juridische vragen van de cliënt C Begeleiden

J Formuleren en rapporteren

K Vakdeskundigheid toepassen

M Analyseren

20

Zorg & Welzijn serie 2014

3.5 Evalueert de geboden ondersteuning

D Aandacht en begrip tonen

J Formuleren en rapporteren

M Vakdeskundigheid toepassen

1

Oriënteren

Typering van deze beroepsprestatie De sociaal-maatschappelijk dienstverlener is een vraagbaak op het gebied van zeer uiteenlopende voorzieningen. Om op een goede manier aan het werk te gaan is het van belang dat je eerst de situatie en de wensen van de cliënt inventariseert. Je verzamelt informatie door onder andere gesprekken te voeren met de cliënt. Je analyseert de verzamelde gegevens en op basis daarvan formuleer je samen met de cliënt doelen en acties. Je stelt een haalbaar en realistisch dienstverleningsplan op. Je maakt afspraken met de cliënt en je legt deze vast. Zo nodig stel je het dienstverleningsplan bij en formuleer je nieuwe doelen. De cliënt kan ook voor juridische vragen bij jou terecht. Als het gaat om een geschil met bijvoorbeeld de belastingdienst of een woningbouwvereniging kan het nodig zijn dat je ondersteuning biedt en de belangen van je cliënt behartigt. Het is belangrijk dat je juridische documenten kunt opstellen. Denk hierbij aan bezwaarschriften en beroepsgeschriften. Hiervoor is het nodig dat je kennis hebt van de sociale wet- en regelgeving. Zo nodig verwijs je door naar juridisch deskundigen. “Wat ben ik blij dat ik u zie,” zegt meneer Khalid. “Ik heb een brief van de gemeente gekregen en ik begrijp er niets van.” Pien is werkzaam bij vluchtelingenwerk. Een van haar taken is het ondersteunen van cliënten bij het doornemen van officiële documenten. Voor mensen die nog maar kort in Nederland zijn is het moeilijk om officiële brieven en documenten te lezen, te begrijpen en te beantwoorden. “Laat uw brief maar eens zien, dan zullen we hem samen doorlezen.” Pien vertaalt de brief naar zo eenvoudig mogelijk Nederlands zodat meneer Khalid de inhoud van de brief begrijpt. Meneer Khalid maakt ondertussen aantekeningen in zijn moedertaal zodat hij het thuis nog een keer kan nalezen. Janneke is werkzaam binnen een team sociale raadslieden. Dit valt binnen de afdeling maatschappelijke dienstverlening van een lokale welzijnsorganisatie. Vandaag voert zij een afsluitend gesprek met Stef Nielsen. Ze heeft eerder een aantal gesprekken met hem gevoerd nadat hij ontslagen was. Ook heeft zij meneer Nielsen geholpen bij het aanvragen van een uitkering. In het gesprek wil ze de door haar geboden ondersteu- ning met hem evalueren.

21

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

2

Plannen

Overleg met je begeleider over je POP en de voorwaarden voor het uitvoeren van de opdrachten in de beroepsprestatie. Bekijk de resultaten en de voortgangsbeoordelingslijst. Maak vervolgens je PAP. Leg een inleverdatum voor de resultaten vast.

Stap 1 en 2 van de Wegwijzer zijn aangetoond.

De moeilijkheidsgraad

De mate van complexiteit van de beroepssituatie

De mate van zelfsturing

De mate van verantwoordelijkheid voor

{ { gesloten context

{ { geleid

{ { uitvoeren van het eigen takenpakket

3 3 open context

3 3 begeleid

{ { jouw samenwerking met collega’s

{ { complexe context

{ { zelfstandig*

3 3 de hele zorg- en begeleidingscyclus

{ { aansturen van collega’s op hetzelfde of lager niveau

* zelfstandig is niet van toepassing omdat de beroepsprestatie ontwikkelgericht is

Het gewenste resultaat van deze beroepsprestatie Je hebt in overleg met de cliënt doelstellingen en acties geformuleerd en een realistisch en uitvoerbaar dienstverleningsplan opgesteld. Je hebt afspraken met de cliënt gemaakt over de aanpak. Je hebt eenvoudige juridische vragen van de cliënt behandeld, hem proactief geïnformeerd en geadviseerd over gebruik en toegang tot sociale wet- en regelgeving, je hebt adequate juridische documenten opgesteld en de cliënt waar nodig doorverwezen naar juridische deskundigen. Het proces en de resultaten van de geboden ondersteuning heb je (tussentijds) geëvalueerd met de cliënt en/of opdrachtgever en hiervan verslag gedaan en er lering uit getrokken.

22

Zorg & Welzijn serie 2014

3

Uitvoeren

De competenties uit deze beroepsprestatie worden beoordeeld met behulp van de voortgangsbeoordelingslijst. De beoordelingsvormen zijn: gedragsbeoordeling en/of specifieke bewijsstukken. Maak hierover afspraken met je begeleider(s).

Opdrachten

A. Aanpak bij het opstellen van een juridische document Ondersteun de cliënt bij het opstellen van een juridisch document, zoals bezwaarschrift of beroepsgeschrift. Leg je aanpak vast in een verslag, maak duidelijk wat de hulpvraag was, wat de cliënt deed en wat jouw bijdrage was bij het opstellen van het document. Voeg het document bij het verslag.

Verslag aanpak en het juridische document WP 2.2: J, K

B. Opstellen en uitvoeren van het dienstverleningsplan Begeleid de cliënt met een eenvoudige juridische vraag over het gebruik van en toegang tot sociale wet- en regelgeving. Inventariseer de situatie en wensen van de cliënt, analyseer de informatie en stel met de cliënt de hulpvraag vast. Stel in overleg met de cliënt het dienstverleningsplan op. Bespreek het plan met de cliënt, maak zo nodig aanpassingen. Voer de gevraagde ondersteuning uit. Vraag je begeleider of een collega om het gesprek met de cliënt bij te wonen. Evalueer de geboden ondersteuning. Analyseer de informatie uit de evaluatie en trek hieruit conclusies wat je kunt doen om de dienstverlening eventueel te verbeteren. Gedragsbeoordeling WP 2.2: C, J, K, M Het dienstverleningsplan inclusief evaluatie en conclusies WP 1.2: J, M, Q; WP 3.5: D, J, M

Bewijsstukken

Lever het volgende bewijsstuk aan: • Volledig ingevulde voortgangsbeoordelingslijst • Verslag aanpak en het juridische document • Het dienstverleningsplan inclusief evaluatie en conclusies

23

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

4/5 Controleren/Evalueren

Deze stappen zijn onderdeel van de voortgangsbeoordelingslijst.

Voortgangsbeoordelingslijst

Beroepsprestatie 2.3 Een brug slaan tussen het recht en de cliënt (2014-smd-bp 2.3) Opleiding Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Naam student:

Cohort:

G : Goed V : Voldoende O : Onvoldoende

Beoordelingscriteria

Werkproces 1.2 Maakt een dienstverleningsplan

Bewijsstuk Het dienstverleningsplan inclusief evaluatie en conclusies Competenties De student:

G V O

J Formuleren en rapporteren

zorgt voor volledige en nauwkeurige plannen en dossiers verwerkt en registreert nauwkeurig alle benodigde gegevens formuleert op een logische en gestructureerde manier

  

  

  

M Analyseren

analyseert gegevens grondig

  

legt relaties tussen gegevens, oorzaken en effecten

  

combineert gegevens uit diverse bronnen tot relevante informatie t.b.v. het dienstverleningsplan

  

Q Plannen en organiseren

maakt een tijdsplanning

  

maakt een overzicht van benodigde acties en middelen

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

24

Zorg & Welzijn serie 2014

Werkproces 2.2 Behandelt eenvoudige juridische vragen van de cliënt

Gedragsbeoordeling Competenties

De student:

G V O

C Begeleiden

adviseert de cliënt over eenvoudige wet- en regelgeving kan duidelijk de voor- en nadelen van de te volgen aanpak aangeven

  

  

J Formuleren en rapporteren

gebruikt de juiste woorden en uitdrukkingen

  

vermijdt het gebruik van onnodig juridisch vakjargon

  

K Vakdeskundigheid toepassen

laat juridisch inzicht zien

  

M Analyseren

brengt structuur aan in de veelheid van gegevens

  

is in staat om de belangrijkste informatie uit een grote hoeveelheid gegevens te halen

  

Bewijsstuk Verslag aanpak en het juridische document J Formuleren en rapporteren

gebruikt de juiste woorden en uitdrukkingen

  

zorgt voor nauwkeurige en volledige juridische documenten vermijdt het gebruik van onnodig juridisch vakjargon

  

  

K Vakdeskundigheid toepassen

laat juridisch inzicht zien

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

Werkproces 3.5 Evalueert de geboden ondersteuning

Bewijsstuk Het dienstverleningsplan inclusief evaluatie en conclusies Competenties De student:

G V O

D Aandacht en begrip tonen

vraagt de cliënt naar zijn ervaringen, mening en gevoelens

  

J Formuleren en rapporteren

formuleert evaluatiegegevens begrijpelijk

  

M Analyseren

legt verbanden tussen de evaluatiegegevens

  

combineert gegevens uit diverse bronnen tot relevante informatie

  

trekt conclusies over kritische punten

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

25

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Afspraken met betrekking tot acties die de student gaat ondernemen om zichzelf verder te ontwikkelen (POP/PAP)

Beoordeling beroepsprestatie 2.3 Een brug slaan tussen het recht en de cliënt (s.v.p. aankruisen wat van toepassing is)  G oed aangetoond

 V oldoende aangetoond  O nvoldoende aangetoond

Naam begeleider: (s.v.p. voluit schrijven in blokletters)

Functie:

Instelling:  BPV

 Opleiding

Datum:

Handtekening:

Naam begeleider: (s.v.p. voluit schrijven in blokletters)

Functie:

Instelling:  BPV

 Opleiding

Datum:

Handtekening:

26

Zorg & Welzijn serie 2014

27

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Beroepsprestatie 1.4 Actief ondersteunen (2014-smd-bp 1.4)

Werkprocessen met de competenties van deze beroepsprestatie

Nummer van het werkproces

Titel van het werkproces

Competenties die bij het werkproces horen D Aandacht en begrip tonen

1.1 Inventariseert de situatie en wensen van de cliënt

N Onderzoeken

F Ethisch en integer handelen

R Op de behoeften en verwachtingen van de klant richten

2.3 Ondersteunt de cliënt bij financiële problemen en budgetbeheersing

C Begeleiden

D Aandacht en begrip tonen

K Vakdeskundigheid toepassen

28

Zorg & Welzijn serie 2014

3.4 Verricht administratieve werkzaamheden en beheert dossiers

J Formuleren en rapporteren

K Vakdeskundigheid toepassen

M Analyseren

3.5 Evalueert de geboden ondersteuning

D Aandacht en begrip tonen

J Formuleren en rapporteren

M Analyseren

1

Oriënteren

Typering van deze beroepsprestatie Mensen kunnen door omstandigheden in financiële problemen komen: door ontslag, ziekte, echtscheiding, verhuizing. Als sociaal-maatschappelijk dienstverlener ondersteun je, soms in opdracht van een hulpverlener of instantie, cliënten bij financiële problemen en budgetbeheer. Je informeert en adviseert cliënten over hun uitgavenpatroon en biedt middelen ter ondersteuning. Je bent alert op signalen van armoede en sociale problematiek en maakt de signalen bespreekbaar met de cliënt. Met de cliënt bepaal je de hulpvraag en de acties om tot oplossingen te komen. Je bespreekt wat de cliënt zelf kan doen en welke ondersteuning jij daarbij kunt bieden. Eventueel verwijs je de cliënt door. Je evalueert de dienstverlening met de cliënt en eventuele opdrachtgever. Schoorvoetend komt meneer Eefsting het kantoor van Margriet binnen. Margriet is als sociaal-maatschappelijk dienstverlener verbonden aan de Stichting Budget Hulp. Ze heeft op verzoek van de Sociale Dienst een afspraak gemaakt met meneer Eefsting om met hem naar zijn financiële situatie te kijken. Meneer heeft door omstandigheden een schuld opgebouwd bij de woningstichting. Margriet brengt eerst de financiële situatie van meneer in kaart. Tijdens het gesprek signaleert Margriet dat meneer Eefsting een tamelijk geïsoleerd bestaan leidt: hij heeft weinig sociale contacten en doet geen activiteiten buitenshuis. Nadat ze samen mogelijke oplossingen voor de schuld bij de woningstichting hebben doorgenomen maakt Margriet de signalen bespreekbaar. Suzan woont, als ze zich bij Cor meldt, een klein jaar op zichzelf. Cor werkt als sociaal-maatschappelijk dienst- verlener bij de gemeentelijke welzijnsinstelling. “Het is gênant! Ik kan gewoon niet goed uitkomen met mijn geld.” Toen Suzan nog bij haar ouders woonde, hield ze zich eigenlijk niet bezig met haar financiën. Meestal hield ze geld over. Tijdens het gesprek met Cor wordt het Suzan duidelijk dat zij nog geen inzicht heeft in wat de kosten zijn van zelfstandig wonen. Cor maakt met Suzan een overzicht van haar financiële situatie: haar inkomsten, vaste lasten en hoe ze het verschil besteedt. Jantine is met haar kinderen gevlucht uit een problematische thuissituatie. In de crisisopvang waar ze nu verblijft, doet ze een beroep op Marieke, de sociaal-maatschappelijk dienstverlener. Jantine heeft met de kinderen halsoverkop het huis verlaten. Ze heeft geen geld maar moet toch een aantal spullen aanschaffen voor zichzelf en haar kinderen. Om de eerste nood te lenigen krijgt ze vanuit de instelling een voorschot. Veel cliënten van Marieke komen uit een problematische situatie, hebben schulden en geen of een laag inkomen. Ze ondersteunt de cliënt bij het treffen van betalingsregelingen, het organiseren van schuldhulpverlening of het aanvragen van een uitkering. Ze verricht daaruit voortvloeiende administratieve werkzaamheden en houdt de dossiers van de cliënten bij.

29

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

2

Plannen

Overleg met je begeleider over je POP en de voorwaarden voor het uitvoeren van de opdrachten in de beroepsprestatie. Bekijk de resultaten en de voortgangsbeoordelingslijst. Maak vervolgens je PAP. Leg een inleverdatum voor de resultaten vast.

Stap 1 en 2 van de Wegwijzer zijn aangetoond.

De moeilijkheidsgraad

De mate van complexiteit van de beroepssituatie

De mate van zelfsturing

De mate van verantwoordelijkheid voor

{ { gesloten context

{ { geleid

{ { uitvoeren van het eigen takenpakket

{ { open context

3 3 begeleid

{ { jouw samenwerking met collega’s

3 3 complexe context

{ { zelfstandig*

3 3 de hele zorg- en begeleidingscyclus

{ { aansturen van collega’s op hetzelfde of lager niveau

* zelfstandig is niet van toepassing omdat de beroepsprestatie ontwikkelgericht is

Het gewenste resultaat van deze beroepsprestatie Je hebt de situatie en wensen van de cliënt op materieel en (daaraan gerelateerd) psychosociaal gebied systematisch in kaart gebracht in overleg met de cliënt en een volledig en juist beeld gekregen van de knelpunten, (verborgen) problemen, mogelijkheden en beperkingen van de cliënt in een voor de cliënt veilige omgeving. Je hebt de cliënt, in opdracht van een hulpverlener of instantie met meer bevoegdheden, op inzichtelijke en doortastende wijze ondersteund bij financiële problemen en budgetbeheersing. Je hebt de cliënt geadviseerd over het uitgavenpatroon, middelen aangereikt ter ondersteuning en de cliënt gemotiveerd tot gedragsverandering. Het proces en de resultaten van de geboden ondersteuning heb je (tussentijds) geëvalueerd met de cliënt en/of opdrachtgever en hiervan verslag gedaan en er lering uit getrokken.

30

Zorg & Welzijn serie 2014

3

Uitvoeren

De competenties uit deze beroepsprestatie worden beoordeeld met behulp van de voortgangsbeoordelingslijst. De beoordelingsvormen zijn: gedragsbeoordeling en/of specifieke bewijsstukken. Maak hierover afspraken met je begeleider(s).

Opdrachten

A. Het ondersteunen van de cliënt bij financiële problemen Ondersteun een cliënt met een financieel probleem en/of beheersing van zijn budget. Inventariseer de financiële situatie en de wensen en behoeften van de cliënt. Analyseer de financiële gegevens en breng met de cliënt de mogelijkheden om het probleem op te lossen in kaart, draag daarbij je expertise over aan de cliënt. Stel in overleg met de cliënt doel, middelen en activiteiten vast. Wees alert op de risicofactoren en signalen van armoede. Evalueer de dienstverlening met de cliënt en eventuele opdrachtgever. Verricht de bijkomende administratieve werkzaamheden en beheer de dossier van de cliënt volgens de richtlijnen van de organisatie.

Leg in een rapportage vast: • De hulpvraag van de cliënt • De in overleg met de cliënt vastgestelde doelen, middelen en activiteiten • De evaluatie van de dienstverlening

Gedragsbeoordeling WP 1.1: D, F, R; WP 2.3: C, D, K; WP 3.4: J, K, M Rapportage Hulpvragen en evaluatie van de dienstverlening WP 1.1: N; WP 3.5: D, J, M

B. Het ondersteunen van de cliënt bij het beheer van zijn budget Ondersteun een cliënt bij het beheer van zijn budget. Inventariseer de wensen en behoeften van de cliënt en breng de financiële situatie van de cliënt in kaart. Analyseer de gegevens, geef de cliënt inzicht in zijn financiële situatie en adviseer over het bestedingspatroon. Reik de cliënt middelen aan om het budget zo zelfstandig mogelijk te beheren. Bied waar nodig ondersteuning.

In het verantwoordingsverslag verantwoord je het verloop van de dienstverlening: • Je begeleiding van de cliënt • De adviezen en de middelen die je de cliënt hebt aangereikt

Gedragsbeoordeling WP 1.1: D, F, R; WP 2.3: C, D, K Verantwoordingsverslag over het ondersteunen van een cliënt bij het beheer van zijn budget WP 2.3: C, D, K

Bewijsstukken

Lever de volgende bewijsstukken aan: • Volledig ingevulde voortgangsbeoordelingslijst • Rapportage hulpvragen en evaluatie van de dienstverlening • Verantwoordingsverslag over het ondersteunen van een cliënt bij het beheer van zijn budget

31

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

4/5 Controleren/Evalueren

Deze stappen zijn onderdeel van de voortgangsbeoordelingslijst.

Voortgangsbeoordelingslijst

Beroepsprestatie 2.4 Adviseren bij budgetbeheer (2014-smd-bp 2.4) Opleiding Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Naam student:

Cohort:

G : Goed V : Voldoende O : Onvoldoende

Beoordelingscriteria

Werkproces 1.1 Inventariseert de wensen en behoeften van de cliënt

Gedragsbeoordeling Competenties

De student:

G V O

D Aandacht en begrip tonen

toont belangstelling voor de vragen en problemen van de cliënt

  

luistert geïnteresseerd naar de cliënt

  

vraagt door om de situatie en behoeften van de cliënt duidelijk te krijgen

  

F Ethisch en integer handelen

toont zich eerlijk en betrouwbaar

  

communiceert eerlijk en open

  

gaat discreet om met gevoelige zaken

  

houdt zich aan gemaakte beloften en afspraken

  

R Op de behoeften en verwachtingen van de klant richten

inventariseert de wensen en behoeften van de cliënt op een actieve manier bekijkt de wensen en behoeften in relatie tot de mogelijkheden van dienstverlening

  

  

koppelt haar bevindingen terug aan de cliënt

  

controleert of de cliënt met haar bevindingen kan instemmen

  

32

Zorg & Welzijn serie 2014

Bewijsstuk Rapportage hulpvragen en evaluatie van de dienstverlening. N Onderzoeken gebruikt verschillende bronnen om informatie te krijgen

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

Werkproces 2.3 Ondersteunt de cliënt bij financiële problemen en budgetbeheersing

Gedragsbeoordeling Competenties

De student:

G V O

C Begeleiden

geeft de cliënt feedback over zijn financiële huishouding stimuleert de cliënt om kritisch naar zijn uitgavenpatroon te kijken adviseert de cliënt over zijn uitgavenpatroon

  

  

  

motiveert de cliënt tot gedragsverandering

  

D Aandacht en begrip tonen

let bij de ondersteuning op het welzijn van de cliënt

  

herkent risicofactoren en signaleert armoede

  

toont bezorgdheid

  

stimuleert de cliënt om te praten over zijn klachten

  

K Vakdeskundigheid toepassen

toont juridisch en rekenkundig inzicht

  

rekent vlot en accuraat

  

maakt inkomsten en uitgaven inzichtelijk

  

brengt structuur aan in inkomsten en uitgaven

  

draagt haar kennis en expertise over aan de cliënt

  

Bewijsstuk Verantwoordingsverslag C Begeleiden

geeft de cliënt feedback over zijn financiële huishouding stimuleert de cliënt om kritisch naar zijn uitgavenpatroon te kijken adviseert de cliënt over zijn uitgavenpatroon

  

  

  

motiveert de cliënt tot gedragsverandering

  

D Aandacht en begrip tonen

let bij de ondersteuning op het welzijn van de cliënt

  

herkent risicofactoren en signaleert armoede

  

toont bezorgdheid

  

stimuleert de cliënt om te praten over zijn klachten

  

33

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

K Vakdeskundigheid toepassen

toont juridisch en rekenkundig inzicht

  

rekent vlot en accuraat

  

maakt inkomsten en uitgaven inzichtelijk

  

brengt structuur aan in inkomsten en uitgaven

  

draagt haar kennis en expertise over aan de cliënt

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

Werkproces 3.4 Verricht administratieve werkzaamheden en beheert dossiers

Gedragsbeoordeling Competenties

De student:

G V O

J Formuleren en rapporteren

verwerkt, archiveert en registreert alle benodigde gegevens voert administratieve handelingen accuraat uit

  

  

verzorgt correspondentie op nauwkeurige wijze

  

K Vakdeskundigheid toepassen

werkt met verschillende gegevensbestanden

  

toets gegevens kritisch op juistheid, betrouwbaarheid, volledigheid en relevantie

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

34

Zorg & Welzijn serie 2014

Werkproces 3.5 Evalueert de geboden ondersteuning

Bewijsstuk Rapportage hulpvragen en evaluatie van de dienstverlening Competenties De student:

G V O

D Aandacht en begrip tonen

signaleert en informeert naar de mening van betrokkenen formuleert evaluatiegegevens begrijpelijk

  

J Formuleren en rapporteren

  

M Analyseren

legt verbanden tussen de evaluatiegegevens

  

combineert gegevens uit diverse bronnen tot relevante informatie

  

trekt conclusies over kritische punten

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

35

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Afspraken met betrekking tot acties die de student gaat ondernemen om zichzelf verder te ontwikkelen (POP/PAP)

Beoordeling beroepsprestatie 2.4 Adviseren bij budgetbeheer (s.v.p. aankruisen wat van toepassing is)  G oed aangetoond

 V oldoende aangetoond  O nvoldoende aangetoond

Naam begeleider: (s.v.p. voluit schrijven in blokletters)

Functie:

Instelling:  BPV

 Opleiding

Datum:

Handtekening:

Naam begeleider: (s.v.p. voluit schrijven in blokletters)

Functie:

Instelling:  BPV

 Opleiding

Datum:

Handtekening:

36

Zorg & Welzijn serie 2014

37

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Voortgangsgesprek (2014-smd-vg)

Werkprocessen met de competenties

Nummer van het werkproces

Titel van het werkproces

Competenties die bij het werkproces horen F Ethisch en integer handelen

1.1 Inventariseert de situatie en wensen van de cliënt

R Op de behoeften en verwachtingen van de klant richten

2.3 Ondersteunt de cliënt bij financiële problemen en budgetbeheersing

D Aandacht en begrip tonen

Typering van het voortgangsgesprek Met het voortgangsgesprek aan het eind van fase 2 sluit je fase 1 en 2 af. In de opleiding heb je basiskennis en basisvaardigheden geleerd. In de beroepspraktijk heb je geoefend met het in praktijk brengen daarvan, onder meer door het uitvoeren van de beroepsprestaties. Gaandeweg ben je je meer bewust geworden van wat het beroep van je vraagt en heb je je beroepsvaardigheden eigen gemaakt. In het voortgangsgesprek wordt gesproken over je competentie-ontwikkeling tot nu toe. In de beoordelingslijst staan de werkprocessen en competenties die centraal staan in het gesprek. Je vertelt over de keuzes die je gemaakt hebt en je motivatie hiervoor. Je onderbouwt je keuzes en standpunten met de kennis die je in de opleiding hebt opgedaan. Hieruit blijkt dat je je bewust bent van je bekwaamheid en van dat wat je nog moet en wilt leren op school en in de beroepspraktijk.

Je bereidt het gesprek voor aan de hand van de STARRT-methode.

Resultaat

Je kunt je handelen in de beroepspraktijk mondeling aan de hand van voorbeelden verantwoorden.

Bewijsstuk

Lever het volgende bewijsstuk aan: • Volledig ingevulde voorgangsbeoordelingslijst

38

Zorg & Welzijn serie 2014

Voortgangsbeoordelingslijst

Voortgangsgesprek (2014-smd-vg) Opleiding Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Naam student:

Cohort:

G : Goed V : Voldoende O : Onvoldoende

Beoordelingscriteria

Werkproces 1.1 Inventariseert de situatie en wensen van de cliënt Competenties De student verantwoordt dat:

G V O

F Ethisch en integer handelen

verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij zich in gesprekken met de cliënt eerlijk en betrouwbaar toont verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij in gesprekken met de cliënt open en duidelijk communiceert verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij discreet omgaat met gevoelige zaken verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij zich houdt aan gemaakte beloften en afspraken verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij de wensen en behoeften van de cliënt actief inventariseert verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij de wensen en behoeften van de cliënt bekijkt in relatie tot de mogelijkheden verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij haar bevindingen duidelijk terugkoppelt aan de cliënt verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij checkt of de cliënt met haar bevindingen kan instemmen

  

  

  

  

R Op de behoeften en verwachtingen van de klant richten

  

  

  

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

39

Fase 2

Sociaal-maatschappelijk dienstverlener

Werkproces 2.3 Ondersteunt de cliënt bij financiële problemen en budgetbeheersing Competenties De student verantwoordt dat:

G V O

D Aandacht en begrip tonen

verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij bij het ondersteunen van de cliënt bij financiële problemen en budgetbeheersing goed let op het welzijn van de cliënt verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij bij het ondersteunen van de cliënt bij financiële problemen en budgetbeheersing bezorgdheid toont verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij bij het ondersteunen van de cliënt bij financiële problemen en budgetbeheersing risicofactoren en signalen van armoede herkent verantwoordt mondeling aan de hand van voorbeelden dat zij bij het ondersteunen bij financiële problemen en budgetbeheersing de cliënt stimuleert om over zijn klachten te praten

  

  

  

  

Feedback aan de hand van bovengenoemde beoordelingscriteria

40

Zorg & Welzijn serie 2014

Made with