Frieda Kleinjan & Renée van Epenhuysen - opSTAP Spaans

op STAP

vocabulaire grammatica opdrachten dialogen cultuur vocabulaire grammatic rammatica cultuur vocab pdrachten dialogen cultuur vocabulaire grammatica opdrachten dialogen cul ocabulaire grammatica opdrachten dialogen cultuur vocabulaire grammatica dialogen cultuur vocabulaire grammatica opdrachten dialogen cultuur vocab cultuur vocabulaire grammatica opdrachten dialogen cultuur vocabulaire g ogen cultuur vocabulaire grammatica opdrachten dialogen cultuur vocabula Frieda Kleinjan & Renée van Epenhuysen CD

op STAP Spaans

Frieda Kleinjan en Renée van Epenhuysen

Vijfde, herziene druk

c u i t g e v e r ij

c o u t i n h o

bussum 2008

© 1992 Uitgeverij Coutinho b.v. Alle rechten voorbehouden.

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd ge- gevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektro- nisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toege- staan op grond van artikel 16 h Auteurswet 1912 dient men de daarvoor wettelijk ver- schuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Reprorecht (Postbus 3051, 2130 KB Hoofddorp, www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) kan men zich wenden tot Stichting PRO (Stichting Publicatie- en Reproductie- rechten Organisatie, Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp, www.cedar.nl/pro).

Eerste druk 1992 Vijfde, herziene druk 2008

Uitgeverij Coutinho Postbus 333 1400 AH Bussum info@coutinho.nl www.coutinho.nl

Ontwerp omslag en binnenwerk: Linda van Putten, Maarssenbroek Illustraties omslag: Peter van Allen (www.petervanallen.com): rode brommer, bor- den (achterzijde); Klaus Dolle: Parc de la Ciutadella; Larry Miller: Gaudi en ober; Salvador del Saz: Opera House in Valencia Illustraties binnenwerk: Pablo Blanes (p. 19), Marco Diez (p. 67), camililla.blogdia- rio.com (p. 27), Philip Greenspun (p. 11, 61), Vincent van der Veken (p. 33, 43) Geluid: KlankTank, Utrecht Stemmen: Ana Margarita Martínez de Velsco, Carmen Montón Lecumberri, Nadine Münninghoff, Faustino Muñoz Ortiz, C. Ramón Cabello Noot van de uitgever Wij hebben alle moeite gedaan om rechthebbenden van copyright te achterhalen. Personen of instanties die aanspraak maken op bepaalde rechten, wordt vriendelijk verzocht contact op te nemen met de uitgever.

ISBN 978 90 469 0129 8 NUR 634

Voorwoord

OpSTAP Spaans is een overzichtelijke en praktische introductiecursus voor degenen die niet onvoorbereid naar een Spaanstalig land willen gaan. Deze cursus biedt meer dan een verzameling losse zinnen en uitdrukkingen. U leert al snel om zelf eenvoudige zinnen te formuleren. OpSTAP Spaans kan worden aangevuld met Uit de voeten met Spaans , een communicatieve cursus van Marina Beckers. Voor een eventueel vervolg is de methode Basisgrammatica Spaans zeer geschikt (beide uitgegeven bij Cou- tinho). OpSTAP Spaans kan worden gebruikt door groepen onder begeleiding van een docent, maar is dankzij de antwoorden achter in dit boek en de bijbeho- rende cd ook geschikt voor zelfstudie.

Informatie over land, volk en cultuur

Te beluisteren op de cd (met tracknummer)

Grammatica en gebruik

Oefeningen

6

Wat leert u in dit boek?

Introductie De uitspraak De klemtoon Het alfabet

Hoofdstuk 5 ¿Algo más? • inkopen doen op de markt en in een warenhuis • vragen hoeveel iets kost • postzegels kopen • een krant kopen in een kiosk • afdingen Hoofdstuk 6 ¿Tiene hora? • vragen hoe laat het is • vragen wanneer de trein aan- komt of vertrekt • vragen hoe laat iets open of dicht gaat • vragen wat iemand doet op een bepaalde dag • vragen welke dag of maand het is

Hoofdstuk 1 ¡Hola! • uzelf voorstellen • vragen wie iemand is

• vragen wat iemands beroep is • vragen waar iemand vandaan komt • tellen: 1 t/m 20 Hoofdstuk 2 ¡Mucho gusto! • iemand voorstellen • vragen hoe het met iemand gaat • begroeten en gedag zeggen • tellen: 21 t/m 100

Hoofdstuk 3 ¿Dónde está …? • de weg vragen • de weg wijzen • tellen: 101 t/m 1000

Hoofdstuk 7 A ver • een kamer reserveren • internetten • een auto huren

Hoofdstuk 4 ¡A tu salud! • iets bestellen in een café of restaurant • vragen wat iemand wil drinken of eten • een gesprekje voeren in een café • praten over het weer

Hoofdstuk 8 ¿Te conviene? • iemand uitnodigen of iets voorstellen • een uitnodiging accepteren of afwijzen • vragen of u mag bellen • een telefoongesprekje voeren

7

Inhoud

Introductie 9

Hoofdstuk 5 ¿Algo más? 43 Cultuur 43 Dialogen 44

De uitspraak 9 De klemtoon 10 Het alfabet 10

Grammatica 45 Zo zegt u… 46 Oefeningen 47

Hoofdstuk 1 ¡Hola! 11 Cultuur 11 Dialogen 12

Hoofdstuk 6 ¿Tiene hora? 49 Cultuur 49 Dialogen 50

Grammatica 13 Zo zegt u… 15 Oefeningen 15

Grammatica 51 Zo zegt u… 54 Oefeningen 54

Hoofdstuk 2 ¡Mucho gusto! 19 Cultuur 19 Dialogen 20

Hoofdstuk 7 A ver 59 Cultuur 59 Dialogen 60

Grammatica 21 Zo zegt u… 23 Oefeningen 23

Grammatica 61 Zo zegt u… 63 Oefeningen 64

Hoofdstuk 3 ¿Dónde está…? 27 Cultuur 27 Dialogen 28

Hoofdstuk 8 ¿Te conviene? 67 Cultuur 67 Dialogen 68

Grammatica 29 Zo zegt u… 31 Oefeningen 31

Grammatica 69 Zo zegt u… 70 Oefeningen 71

Hoofdstuk 4 ¡A tu salud! 35 Cultuur 35 Dialogen 36

Beknopte basisgrammatica 75 Woordenlijst Spaans-Nederlands 87 Woordenlijst Nederlands-Spaans 92 Antwoorden bij de oefeningen 97

Grammatica 38 Zo zegt u… 40 Oefeningen 40

8

Handleiding

OpSTAP Spaans bestaat uit een boek en een cd. Het boek is onderverdeeld in acht hoofdstukken. Elk hoofdstuk begint met informatie over Spanje en zijn inwoners. Daarna worden de meest voorkomende situaties in dialoog- vorm aangeboden . Onder wordt een beknopte uitleg gegeven van de be- langrijkste grammaticaregels en onder ‘Zo zegt u…’ zijn de zegswijzen die in de tekst voorkomen overzichtelijk gerangschikt. Bij ieder hoofdstuk wordt onder een gevarieerd aantal oefeningen gegeven, waarmee de (zelf)stu- derende op speelse wijze zijn of haar kennis kan toetsen. Achterin zijn twee woordenlijsten opgenomen, Spaans-Nederlands en Nederlands-Spaans, een beknopte basisgrammatica en de antwoorden bij de oefeningen. Zegswijzen bestaande uit meerdere woorden staan vermeld on- der het eerste woord. 1 Luister eerst naar de dialogen op de cd en lees mee in het boek. 2 Als u de inhoud van de tekst goed begrijpt, spreek dan mee met de cd. 3 U kunt toetsen of u de tekst beheerst door in het boek de Spaanse tekst te bedekken en de Nederlandse vertaling weer om te zetten in het Spaans. bestuderen. 5 Leer de uitdrukkingen en woorden van ‘Zo zegt u…’ uit het hoofd. 6 De daarop volgende oefeningen zullen dan geen probleem meer op- leveren. Dit kunt u eventueel controleren met de tekst op de cd. 4 Als dit vlot verloopt, kunt u het onderdeel grammatica Voor een goed gebruik van zowel boek als cd geven wij u de volgende tips:

¡Mucho éxito! Veel succes!

9

Introductie

1 De uitspraak

Het Spaans is, in tegenstelling tot veel andere talen, een taal waar schrijfwijze en uitspraak niet ver uit elkaar liggen. Hieronder volgt een overzicht van de letters die moeilijkheden kunnen opleveren. • b en v worden op dezelfde manier uitgesproken: aan het begin van een woord als b, in het midden van een woord meer als een w: Valencia, Barcelona, bebida, universidad • c wordt uitgesproken als een k, maar als de Engelse th voor e en i: caro, Carmen, cerveza, cinco • ch wordt uitgesproken als tsj zoals in het dansritme chachacha: mucho, chocolate • g wordt uitgesproken als de g in het Franse garçon, maar voor e en i als de Nederlandse g: Gómez, tango, Gerona, gitano

• h wordt nooit uitgesproken: Holanda, hoy

• j als de Nederlandse g: José, Juan

• ll wordt uitgesproken als lj, waarbij de l nauwelijks wordt uitgesproken, zoals in vanille: Mallorca, tortilla

• ñ wordt uitgesproken als nj, waarbij de j-klank overheerst: España, niño

• qu wordt uitgesproken als k: ¿qué?, queso

10

• u wordt uitgesproken als de Nederlandse oe: mucho, tú • z wordt uitgesproken als de Engelse th: plaza, cerveza

2 De klemtoon

Woorden die op een klinker ( a , e , i , o , u ), n of s eindigen, krijgen de klemtoon op de voorlaatste lettergreep:

Barcelona estudiante gracias

Alle andere woorden krijgen de klemtoon op de laatste lettergreep: hotel comer Madrid In woorden met een accentteken krijgt de lettergreep met het accentteken altijd de klemtoon: estación muchísimo sábado Het alfabet

A (a)

N (ene) Ñ (eñe) O (o) P (pe) Q (cu) R (erre) S (ese) T (te)

B

(be)

C (ce) CH (che) D (de)

E F

(e)

(efe)

G (ge)

H (hache)

U (u)

I J

(i)

V (uve)

(jota)

W (uve doble) X (equis) Y (i griega)

K (ka)

L

(ele)

Ll (elle) M (eme)

Z (zeta)

11

Hoofdstuk 1

In dit hoofdstuk leert u • uzelf voorstellen • vragen wie iemand is • vragen wat iemands beroep is • vragen waar iemand vandaan komt • tellen: 1 t/m 20 ¡Hola!

Spanjaarden zijn levensgenieters De Spanjaarden vormen een extrovert volk dat graag van het leven geniet. Dat doen ze meestal buiten de deur, waar veel mensen zijn. Favoriet zijn de brede boulevards die in alle grote en kleine steden te vinden zijn. Daar flane- ren gezinnen en groepjes jongens en meisjes om te zien en gezien te worden. Het is dé plek om elkaar te ontmoeten en de begroetingen zijn dan ook niet van de lucht. Omdat de dagindeling van de Spanjaarden anders is dan die van de Neder- landers is het belangrijk te weten op welk tijdstip u wat zegt. Waar nog wel eens verwarring over bestaat, is de begroeting buenos días , die letterlijk ver-

12

taald ‘goedendag’ betekent, maar alleen ’s morgens wordt gebruikt in de bete- kenis van ‘goedemorgen’. De ochtend duurt in Spanje tot zo’n twee uur ’s mid- dags. Daarna begroet men elkaar met buenas tardes . De middag loopt voor Nederlandse begrippen tot in de avond, want pas na acht uur, als het donker begint te worden, wordt er buenas noches , ‘goeden- avond’ gezegd. Bij buenas noches zit er eveneens een addertje onder het gras: dat gebruikt men niet alleen ’s avonds, maar ook als men iemand ‘welterusten’ wenst, dus in de betekenis van ‘goedenacht’. Opvallend is dat al deze begroe- tingen in het meervoud staan.

3 Dialogen 1 – Hola, soy Annemieke.

– Hallo, ik ben Annemieke. Ik kom uit Haarlem. Ik ben Nederlandse.

Soy de Haarlem. Soy holandesa.

2 – ¿Eres Simon van Swieten? • No, soy Karel de Jong.

– Ben jij Simon van Swieten? • Nee, ik ben Karel de Jong.

– ¿Eres de Bélgica? • No, soy de Holanda.

– Kom je uit België?

• Nee, ik kom uit Nederland.

3 – ¿De dónde es usted?

– Waar komt u vandaan?

• Soy de Castellón. Soy española.

• Ik kom uit Castellón. Ik ben Spaanse.

4 – Buenos días, ¿es usted de Finlandia?

– Goedemorgen, komt u uit Finland?

• No, soy alemán.

• Nee, ik ben Duitser.

– ¿De Bonn?

– Uit Bonn?

• No, de Berlín.

• Nee, uit Berlijn.

5 – Hola, soy Ángel, ¿cómo te llamas?

– Hallo, ik ben Ángel, hoe heet jij?

• Me llamo Fran ç oise.

• Ik heet Fran ç oise.

– Fran ç oise… ¿Eres francesa? • Sí, y tú, ¿de dónde eres? – Soy español, soy de Barcelona.

– Fran ç oise… Ben je Française? • Ja, en waar kom jij vandaan? – Ik ben Spanjaard, ik kom uit Barcelona.

13

6 – Por favor ¿cómo se llama usted? • ¿Yo? Me llamo Lieven Thijs.

– Pardon, hoe heet u? • Ik? Ik heet Lieven Thijs. – En waar komt u vandaan? • Ik kom uit Brugge, ik ben Belg.

– ¿Y de dónde es usted? • Soy de Brujas, soy belga.

7 – ¿Qué eres?

– Wat ben je?

• Soy estudiante.

• Ik ben student.

8 – Oiga, ¿es usted la señora Pérez? • Sí, soy yo. Y usted, ¿quién es?

– Bent u mevrouw Pérez?

• Ja, dat ben ik. En wie bent u? – Soy Jane Major. Soy profesora de inglés. – Ik ben Jane Major. Ik ben lerares Engels. 4 Tellen: 1 t/m 20

1 uno 2 dos 3 tres

11 once 12 doce 13 trece

4 cuatro 5 cinco 6 seis 7 siete 8 ocho 9 nueve 10 diez

14 catorce 15 quince 16 dieciséis 17 diecisiete 18 dieciocho 19 diecinueve

20 veinte

Het werkwoord ser (zijn)

(yo) soy (tú) eres

ik ben jij bent

(él, ella, usted) es

hij, zij, u bent

(nosotros/-as) somos (vosotros/-as) sois (ellos/-as, ustedes) son

wij zijn

jullie zijn

zij zijn, u bent

In het Spaans worden de persoonlijke voornaamwoorden meestal weggela- ten, met uitzondering van ‘u’ of als er sprake is van nadruk. Bij het vragen naar iemands nationaliteit wordt ser (zijn) gebruikt. Om te vragen waar iemand vandaan komt, gebruikt u ser de (komen uit/afkomstig zijn van).

14

Het werkwoord llamarse (heten/zich noemen)

(yo) me llamo (tú) te llamas

ik heet jij heet

(él, ella, usted) se llama

hij, zij, u heet

(nosotros/-as) nos llamamos (vosotros/-as) os llamáis (ellos/-as, ustedes) se llaman

wij heten

jullie heten

zij heten, u heet

De u-vorm kan in het enkel- en in het meervoud worden gebruikt en staat in de derde persoon. De Nederlandse vertaling van de meervoudsvorm staat dan toch in het enkelvoud. Llamarse is in het Spaans een wederkerend werkwoord: me / te / se/nos/os zijn dus wederkerende voornaamwoorden en mogen niet worden weggelaten. Zie ook paragraaf 15 van de beknopte basisgrammatica achterin. Vraag- en uitroeptekens In het Spaans krijgt een vraagzin niet alleen een ? aan het eind, maar tevens een omgekeerd vraagteken aan het begin: ¿. Zo staat ook voor een uitroep een omgekeerd uitroepteken: ¡.

¿dónde? ¿cómo?

waar?

hoe? wat? wie?

¿qué?

¿quién?

Zie ook paragraaf 16 van de beknopte basisgrammatica: de vragende voor- naamwoorden. Het vrouwelijk In het Spaans hebben ‘wij', ‘jullie’ en ‘zij (meervoud)’ ook een vrouwelijke vorm: nosotras , vosotras en ellas .

15

5 Zo zegt u…

Hé, hoort u ’ns.

Oiga. (een manier om aandacht te vragen, hoeft niet altijd te worden vertaald in het Nederlands)

Hoi, hallo.

Hola.

Goedemorgen. Alstublieft, graag.

Buenos días.

Por favor.

Ja.

Sí.

Nee.

No.

Oefening 1 Kies het juiste antwoord bij de vragen:

1 ¡Hola!

a Soy estudiante. b Sí, soy de Bélgica.

2 ¿Eres belga? 3 ¿Quién es?

c Buenos días. d Soy Carlos.

4 ¿Cómo te llamas? 5 ¿Es usted alemán?

e Me llamo Concha. f Sí, soy de Bonn.

6 ¿Qué eres?

Oefening 2

1 Hoe zegt u waar u vandaan komt? 2 Hoe vraagt u waar Ana en Pedro vandaan komen?

3 Hoe zegt u dat u student bent? 4 Hoe trekt u iemands aandacht?

5 Hoe zegt u goedemorgen? 6 Hoe begroet u een vriend? 7 Hoe begint u een zin beleefd als u iets wilt vragen? 8 Hoe zegt u dat u (mv.) uit Amsterdam komt? 9 Hoe vraagt u hoe iemand heet? 10 Hoe vraagt u wat iemand doet voor de kost?

16

Oefening 3 Vul de ontbrekende Spaanse woorden in:

1 – Hola, soy Pepe. • Hola, soy Hans, ____________ de Haarlem.

2 – Por favor, ¿____________ te llamas? • ____________ llamo Angel Castellón. 3 – Oiga, ¿María es ____________? • Sí, es de Holanda. 4 – ¿____________ es Jane Major? • Jane es ____________ de inglés. 5 – Y tú ¿quién ____________? • ____________ Renée. 6 – ____________, doce, ____________, catorce, ____________, dieciséis, ____________, dieciocho, ____________, veinte. 7 – ¿ ____________ ustedes de París? • Sí ____________ de París. 8 – ¿ Cómo ____________ llamaís? • Nos ____________ Sánchez.

Barcelona, Arco de Triunfo

17

6 Oefening 4

Zeg het Nederlandse antwoord in het Spaans.

1 – ¿Eres de Finlandia?

• Nee, ik kom uit Nederland.

2 – ¿Quién es usted? • Ik ben Juan Pérez. 3 – Hola, ¿cómo te llamas? • Ik heet Marijke. 4 – ¿De dónde eres? • Ik ben Belgische. 5 – ¿Se llama usted Isabel? • Ja, ik heet Isabel Gómez. 6 – Hola, soy Manolo ¿y tú? • Ik? Ik ben Pedro. 7 – ¿Qué es usted? • Ik ben lerares. 8 – ¿Es usted de Cataluña? • Ja, ik kom uit Barcelona. 9 – ¿Quién es usted?

• Ik ben Carlos Martínez. Ik kom uit Valencia. 10 – Buenos días, ¿es usted el profesor de español? • Ja, dat ben ik.

Oefening 5 Vertaal in het Spaans:

1 – Goedemorgen, bent u José Carreras ? • Nee, ik heet José Banderas. 2 – Komt u (mv.) uit Utrecht? • Ja, en wij heten Anna en Hans. 3 – Komen zij uit Andalusië? • Ja, uit Sevilla. 4 – En wie ben jij? • Ik ben Antonio en kom uit Madrid.

Oefening 6 Vul in: yo, tú, él/ella/usted, nosotros, vosotros, ellos/ellas/ustedes

1 ____________ son. 2 ____________ os llamáis. 3 ____________ somos. 4 ____________ te llamas.

6 ____________ eres. 7 ____________ me llamo. 8 ____________ nos llamamos. 9 ____________ soy. 10 ___________ se llama.

5 ____________ es.

Made with