InDetail nr 11 - editie juni 2015

InDetail

Magazine van het Restauratiefonds

JAARGANG 6 / NR 11 / 2015

Jubileumeditie InDetail ‘Het Restauratiefonds bestaat 30 jaar!’ De eerste Restauratiefonds-hypotheek ‘Toevallig op het spoor van het Restauratiefonds’

Hoe is het nu met? ‘30 jaar geleden ontving Stadsherstel Hoorn de eerste offerte’

2

3

COLOFON

INHOUD

‘De oplevering is altijd een emotioneel moment’

‘De grote vraag was, hoe krijgen we gasten de kerk in?

‘We hebben hier alle kennis in huis’

HET RESTAURATIEFONDS Met verstand van financieren en hart voor monumenten. Al 30 jaar een begrip in de monumentenwereld.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is een belangrijke plek voor monumenteigenaren

Pieter Siebinga, directeur van het Restauratiefonds, over bijzondere momenten in de afgelopen 30 jaar

Het Kruisherenklooster in Maastricht transformeerde naar een stadshotel

LEER MEER OP PAGINA 6

LEES MEER OP PAGINA 12

LEES MEER OP PAGINA 24

Nationaal Restauratiefonds Westerdorpsstraat 68 Postbus 15, 3870 DA Hoevelaken T 033 253 94 39 info@restauratiefonds.nl restauratiefonds.nl Redactie Boudewijn Drechsler, Amersfoort

Verder in dit nummer NIEUWS VAN HET RESTAURATIEFONDS 4 INTERVIEW MET PIETER SIEBINGA 6 30 FIETSROUTES 10 OUD EN NIEUW VERENIGD - KRUISHERENHOTEL MAASTRICHT 12 BERICHTEN 16

Mirjam van Huet, Zwolle Erna Oostveen, Zwolle

Margriet Boer, Nationaal Restauratiefonds Marieke Bosma, Nationaal Restauratiefonds Fotografie Ingrid de Roode, Tuk Monique Orie, Amersfoort Stefan Ammerlaan, Amsterdam Vormgeving Emotion, Apeldoorn Drukkerij Drukkerij Roelofs, Enschede InDetail is een periodieke uitgave van Nationaal Restauratiefonds. Het magazine wordt kosteloos verspreid en verschijnt twee keer per jaar.

17

RESTAURATIEFONDS COLLEGA’S - KENNISMAKEN MET SANNE KIEL

18

DE EERSTE RESTAURATIEFONDS-HYPOTHEEK

30 TIPS VAN DE RESTAURATIEWIJZER

22

DE SPECIALIST: DOLF MULLER

24

ISSN 1574-9339

Wilt u naast het magazine ook onze digitale nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u deze aanvragen via restauratiefonds.nl/indetail.

28

DE VRAAG - KAN IK BIJ JULLIE HET BLAUWWITTE SCHILDJE AANVRAGEN?

VOOR EN NA DE RESTAURATIE

30

33

KIJK OP MONUMENTEN.NL

4 NIEUWS VAN HET RESTAURATIEFONDS

5

Het Restauratiefonds bestaat 30 jaar!

Pieter van Vollenhovenprijs voor herbestemming stationsgebouw Houthem - St. Gerlach De herbestemming van het stationsgebouw in Houthem - St. Gerlach is de eerste van de twee projecten die de Pieter van Vollenhovenprijs in ontvangst heeft genomen. Op 20 mei overhandigde prof. mr. Pieter van Vollenhoven de prijs persoonlijk aan de initiatiefnemer van de herbestemming, Marco van der Wal. De herbestemming van het stationsgebouw tot unieke vakantiewoning sprak de juryleden bijzonder aan. Niet alleen vanwege de wijze waarop het houten stationsgebouw prachtig is herbestemd, maar ook hoe er aan de omgeving is gedacht die in een landschappelijke stijl is heringericht. Het beeldbepalende gebouw uit 1903 is het enige resterende volledig houten stationsgebouw en daarmee uniek, maar omdat het geen monumentenstatus had, dreigde sloop. Marco van der Wal redde met zijn onderneming het gebouw dat direct aan het spoor ligt, van de sloop. In nauwe samenwerking met de lokale gemeenschap zijn diverse partijen geënthousiasmeerd en over de streep getrokken. NS Stations, Prorail, de dorpsraad, de gemeente Valkenburg en de eigenaar van de aangrenzende grond verleenden uiteindelijk hun medewerking om de herbestemming mogelijk te maken. Het doorzettingsvermogen dat Van der Wal in het herbestemmingsproces heeft laten zien is voor de jury doorslaggevend geweest om de prijs aan dit project toe te kennen. ‘Monumenten vormen een belangrijk onderdeel van onze geschiedenis en identiteit. Bij herbestemmen is de positieve invloed van monumenten op de omgeving goed te zien. Dat vind ik heel belangrijk. Hierdoor is er een groeiende aandacht voor het behoud en de transformatie van monumenten. Ik ga met veel plezier aan het werk in ons jubileumjaar. Met de wetenschap dat er voldoende mooie uitdagingen zijn om aan te gaan’. n Op 10 december is Willemijn Maas benoemd tot voorzitter van het Restauratiefonds. Met deze benoeming is het Restauratiefonds verrijkt met een strategisch netwerker met hart voor monumenten. Maas is oud- directeur van onder andere de HES Hogeschool voor Economische Studies en de AVRO. Willemijn Maas nieuwe voorzitter Nationaal Restauratiefonds

Ons jubileumjaar. Een moment waarop wij terugkijken naar wat er gebeurd is, naar hoe het begon. De op- zet van een nieuwe financiële regeling en daarmee de start van ons Revolving Fund. Dat behoefde nogal wat uitleg. Het is ook een moment om samen te vieren; gepast, maar niet zonder trots. En het is een moment om vooruit te kijken. Want de (monumenten) wereld is constant in beweging. En het Restauratiefonds wil daar graag een belangrijke rol in blijven spelen. De financiële ondersteuning aan eigenaren (met fiscale aftrekmogelijkheden) van een rijksmonument veranderde met de oprichting van het Restauratiefonds. Een deel van de subsidie werd verstrekt als lening tegen zeer lage rente. En de rente en aflossing op die

vaak gehoord. Dat is op zich ook waar. Maar wij weten als geen ander dat het succes van onze organisatie alleen maar samen met anderen kan worden gevierd. Met die verschillende overheden, met onze partners, en natuurlijk met onze klanten. Want alleen samen kunnen wij ervoor zorgen dat Nederland mooi blijft, en nog mooier wordt. Wij willen dat dit jaar dan ook graag samen vieren. Want alleen door te blijven samen- werken, te vernieuwen en constant de ambities van de overheid en de wensen en dromen van de eigenaren te kennen en daar- op te acteren, kunnen wij onze toegevoegde waarde blijven tonen. En op deze manier een belangrijke bijdrage blijven leveren aan het in stand houden van de prachtige monumenten die Nederland rijk is. n

leningen vloeide terug in het vermogen van ons fonds. Zo ontstond het Revolving Fund, ‘ronddraaiend geld’. Eigenlijk een geniale samenwerking tussen de rijksoverheid en de private sector. Inmiddels is het financieren van restauraties onze ‘core business’ geworden. De gedachte van het ronddraaiende geld werd een succes. De doelgroep werd uitgebreid, want alle eigenaren van rijksmonumenten kunnen hiervan gebruik maken. De methodiek werd ook ingezet bij gemeentelijke en provinciale monumenten, door samenwerking met die gemeenten en provincies, maar ook met private partijen, zoals het VSB fonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds.

De zin: ‘Restauratiefonds, uitvinders van het Revolving Fund’ werd de afgelopen weken

Nieuws van toen Augustus 2002

De Hallen in Amsterdam heeft als tweede winnaar de prijs uitgereikt gekregen op 10 juni 2015. n

6 INTERVIEW MET PIETER SIEBINGA

7

‘Bij het zien van Nederlandse monumenten, voel ik me trots’

In het kader van ‘ 30 jaar Nationaal Restauratiefonds’ wordt directeur Pieter Siebinga in dit interview 10 maal om 3 voorbeelden, anekdotes of uitspraken gevraagd. Over hoogtepunten, diepte- punten en gebeurtenissen in de voorbije jaren én over de toekomst.

Van de 30 jaar Nationaal Restauratiefonds staat Pieter Siebinga al meer dan 10 jaar aan het roer. Hij vertelt over het gunstige neveneffect van restauraties op de omgeving, de verschuiving van de klassieke restauratie naar herbestemming en het trotse gevoel waarmee hij langs Nederlandse monumenten rijdt.

3 WELKE ONTWIKKELINGEN HEBBEN HET RESTAURATIEFONDS OP SCHERP GEZET?

1 ‘De regelgeving vanuit de overheid wijzigt nog wel eens. Voor ons is het dan de uitdaging om eventuele beperkende gevolgen voor eigenaren te minimaliseren. Een beperking van de mogelijkheden voor fiscale aftrek heeft bijvoorbeeld impact op het aantal eigenaren dat een restauratie aan wil en kan gaan. Om die reden blijven wij bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van Financiën benadrukken dat wij restaureren voor monumenteigenaren aantrekkelijk moeten houden.’ 2 ‘Hetzelfde geldt voor het dreigen wegvallen van restauratiesubsidies; wij moeten gemeenten en provincies blijven vertellen wat het belang is van restauratiegelden. Gelukkig hebben wij een heel goede samenwerking met het Prins Bernhard Cultuurfonds, waardoor lokale en provinciale overheden niet in hun eentje hoeven te financieren.’ 3 ‘De verminderde economische omstandigheden hebben ook hun weerslag op ondernemers die bij ons een lening hebben afgesloten. De exploitatie van sommige monumenten valt tegen en dat kan problemen opleveren in de afbetaling van leningen. Wij zoeken continu de balans tussen onze nek uitsteken om de droom van de eigenaar mogelijk te maken enerzijds en onze financiële gezondheid anderzijds.’ 1 ‘Buitengewoon trots ben ik op de realisatie van het Revolving Fund voor herbestemmingsprojecten: de Restauratiefondsplus-hypotheek. Hiermee kunnen wij initiatiefnemers van grootschalige restauraties en herbestemmingen ondersteunen. 2 ‘Een andere mooie prestatie is dat wij op de Antillen een Revolving Fund met laagrentende leningen hebben opgericht, zodat ze daar ook monumenten kunnen behouden voor de toekomst.’ 3 ‘Door de jaren heen hebben wij gewerkt aan een totaalpakket voor onze klant. Bij ons kun je niet alleen terecht voor financiering, maar wij zijn ook de ingang naar subsidies, informatie en voorlichting over alles wat komt kijken bij restauratie en bijbehorende regelingen.’

1 ‘In de jaren negentig stelde de overheid extra gelden beschikbaar voor het wegwerken van de restauratieachterstand. Hiermee konden de achterstallige restauraties worden aangepakt. Dat heeft veel betekend voor ‘mooi Nederland’; mede dankzij die slag hebben wij prachtige monumentale panden en beschermde stadsgezichten overeind kunnen houden.’ 2 ‘Het Revolving Fund van het Restauratiefonds, waar wij sinds ons ontstaan in 1985 aan werken, is eind jaren negentig ‘volwassen’ geworden. Van het beheren van subsidiestromen zijn wij verschoven naar het voornamelijk verstrekken van krediet. Het Revolving Fund houdt zichzelf in stand, waardoor wij blijvend kunnen bijdragen aan het behoud en instandhouden van monumentale panden en beschermde (stads)gezichten.’ 3 ‘Door de jaren heen zijn eigenaren van monumenten steeds meer centraal komen te staan in de restauratiebranche. Waar voorheen met name de focus op de restauratie lag, staat nu vaker de wens of het doel van de eigenaar centraal. Dat is een goede ontwikkeling, want die eigenaar is hard nodig om het monument in stand te houden.’ ‘Mooi Nederland doet niet onder voor het cultureel erfgoed in Frankrijk en Italië’ 1 WAT WAREN DE HOOGTEPUNTEN IN 30 JAAR RESTAURATIEFONDS?

2 WELKE GEBEURTENISSEN UIT DE EERSTE JAREN VAN HET RESTAURATIEFONDS HAD JE GRAAG WILLEN MEEMAKEN?

4 WAAR HEB JE JE PERSOONLIJK HARD VOOR GEMAAKT BIJ HET RESTAURATIEFONDS?

1 ‘Allereerst natuurlijk de oprichting van het Restauratiefonds door minister Brinkman, in 1985. Nu, 30 jaar later, heeft ons permanente financieringssysteem voor restauratie en onderhoud zijn kracht bewezen. Het systeem verdient navolging in andere branches waar tot op heden alleen met subsidies wordt gewerkt. Mijn voorganger Ab Welgraven heeft hierin een belangrijke rol gespeeld.’ 2 ‘Dat er nu geldstromen zijn voor het in stand houden van monumenten, komt mede door de visie die begin jaren negentig is ontwikkeld met betrekking tot het terugdringen van de restauratieachterstand. Een belangrijke strategie, waar ik graag van begin af aan een rol in had gehad.’ 3 ‘Een jaar voordat ik bij het Restauratiefonds begon, is de aanvullende financiering in het leven geroepen. Daardoor kunnen wij monumenteigenaren niet alleen laagrentende leningen voor restauraties bieden, maar ook aanvullende financieringen.’

De oprichting van een Revolving Fund op de Antillen

8

9

10

‘Verduurzaming en energiebesparing zijn de toekomst’

5 WAT HEEFT JE HET MEEST GERAAKT IN JOUW TIJD BIJ HET RESTAURATIEFONDS TOT NU TOE?

IN WELKE 3 MONUMENTALE WONINGEN ZOU JE JE THUIS KUNNEN VOELEN?

8 WAT GAAN MONUMENTENEIGENAREN EN PROFESSIONALS UIT DE RESTAURATIEBRANCHE IN DE NABIJE TOEKOMST BEZIGHOUDEN?

1 ‘De oplevering van een restauratieproject is altijd een emotioneel moment. Na jarenlange inzet en soms zelfs strijd is het project gereed. Of het nu om een woonhuis gaat of om de Portugese synagoge in Amsterdam, het is elke keer weer bijzonder dat wij zo’n project mede mogelijk hebben gemaakt.’ 2 ‘De toewijding van onze accountmanagers richting hun klanten vind ik ook bijzonder. Ze nemen de tijd in hun gesprekken en verdedigen een kredietaanvraag intern alsof het om hun eigen object gaat.’ 3 ‘Wanneer ik door Nederland rijd en al die verschillende objecten tegenkom waarvan wij de restauratie hebben gefinancierd, ben ik trots. Door dit werk ben ik Nederland nog meer gaan waarderen als mooi land. Iedereen gaat op vakantie naar Italië en Frankrijk om mooie plekken te bekijken, maar Nederland doet niet onder voor die landen. Je moest eens weten hoeveel bijzondere plekjes in kleine onbekende plaatsen we hier hebben.’

1 ‘Het Restauratiefonds heeft veel financieringen verstrekt voor herbestemmingen van pakhuizen. Vaak werden dat prachtige lofts. Het lijkt mij erg mooi om daarin te mogen wonen. In Rotterdam ligt aan het water het complex de Jobsveem (1912) en in Amsterdam heb je de panden in de nabijheid van Pakhuis de Zwijger, eveneens aan het water gelegen.’ 2 ‘Als qua grootte alles mogelijk is, lijkt mij het wonen in een mooi kasteel buitengewoon prettig. Wel graag in het midden van het land, vanwege de centrale ligging.’ 3 ‘Een herbestemde kerk lijkt mij ook een ideale woonplek. Dergelijke woningen zijn allemaal anders, maar wat ze gemeen hebben, is het indrukwekkende ruimtelijke effect.’

1 ‘De permanente vraag wat je al dan niet aan een monument mag veranderen. Er moet volgens mij meer mogelijk zijn dan wat nu meestal wordt toegestaan, zonder het respect voor zo’n monument te verliezen. Die flexibiliteit is nodig om eigenaren de kans te geven het monument succesvol te exploiteren. Dit vraagt dus om een monumentenzorger nieuwe stijl, die denkt vanuit mogelijkheden en kansen.’ 2 ‘Ik kan me voorstellen dat er ook discussie wordt gevoerd over wat een monument is. Er zijn namelijk bijzondere panden die geen monument zijn, maar wel bepalend zijn voor de culturele waarde van een gebied. Je ziet dit bijvoorbeeld bij oude fabriekspanden. 3 ‘En wat doen wij met landschappen, hoe beschermen wij die? Inmiddels hebben veel monumentale gebouwen, forten en buitenplaatsen de aandacht, maar zonder een goed bewaarde omgeving vermindert de uitstraling van die monumenten. De verantwoordelijkheid voor de omgeving ligt niet bij het Restauratiefonds, maar het heeft wel onze zorg.’

7 WELKE 3 ASPECTEN VAN DIT WERK FASCINEREN JE HET MEEST?

1 ‘Onze maatschappelijke rol in het behoud van monumenten, vind ik de belangrijkste. Wij werken met gemeenschapsgeld en ons doel is cultureel erfgoed voor de toekomst te behouden. Dat is een verantwoordelijke taak die ik heel serieus neem.’ 2 ‘Het contact met de eigenaren die een monument restaureren. Hun verhalen boeien me. Soms zijn dat verhalen over wat zich door de decennia of zelfs eeuwen heen in het gebouw heeft afgespeeld en soms is het de passie van de eigenaar die me raakt.’ 3 ‘Het Restauratiefonds is een schakel in de verbinding tussen overheid en eigenaren. Het blijft uitdagend om die rol goed te vervullen en de belangen van beide kanten te zien en daarnaar te handelen.’

6 WAT ZIJN VOLGENS JOU DE 3 MEEST INDRUKWEKKENDE HERBESTEMMINGSPROJECTEN?

Jobsveem in Rotterdam

Pakhuis de Zwijger

1 ‘De creatieve manier waarop stichting Olympisch Stadion het Olympisch Stadion in Amsterdam heeft gerealiseerd en geëxploiteerd, vind ik bewonderingswaardig. Het erfgoed van de Olympische Spelen

9 WELKE TOEKOMSTDOELEN HEB JE MET HET RESTAURATIEFONDS?

biedt onderdak aan uiteenlopende evenementen, heeft uitstekende faciliteiten en biedt bedrijfsunits.’

1 ‘Verduurzaming en energiebesparing vormen mede de toekomst van de restauratiebranche. Een gebouw moet immers betaalbaar blijven. Wij kunnen monumenteigenaren daarin bijstaan. Wij hebben nu al in de fondsen van Drenthe, Utrecht en Gelderland energiebesparing opgenomen.’ 2 ‘Op het gebied van service richting onze klanten willen wij de mogelijkheden van ons digitaal loket uitbreiden. Daardoor kunnen mensen nog eenvoudiger hun financiering regelen.’ 3 ‘Een derde belangrijk toekomstdoel is om de pot met financiering voor herbestemming gevuld te houden. Er is zo veel vraag naar deze gelden, dat die financiële voorziening binnen een paar jaar opdroogt. Met rapportages die inzichte- lijk maken dat herbestemming loont, blijven wij het ministerie van OCW informeren.’

2 ‘De Westergasfabriek in Amsterdam staat wat mij betreft symbool voor de betekenis die herbestemming kan hebben voor de omgeving. Er werd gas geleverd voor de stadsverlichting en het is nu een culturele ‘hot spot’.’ 3 ‘In Almelo gooit een gevangeniscomplex hoge ogen. Een echtpaar heeft er een hotel van gemaakt: Huis van Bewaring. Hoewel het als hotel een totaal ander gebruik kent, is het gebouw vrijwel in stand gehouden. Zelfs de dikke celdeuren zitten er nog in.’

Westergasfabriek in Amsterdam

Huis van Bewaring in Almelo

Olympisch Stadion in Amsterdam

Olympisch Stadion in Amsterdam

9

10

11

 Fietsen door Weesp, Vreeland en Baambrugge Stichtse Vecht Utrecht

12

FIETSROUTES

Kastelen, stinsen en molens Franekeradeel

22

De zilte smaak van Schiermonnikoog Schiermonnikoog

22

Rondje Schouwen Duiveland Schouwen-Duiveland

13

21

 ‘Met de Beekmannen op Stap’ Deurne

25

30

23

Watermolen Dinkelland

8

14

24

7

Op Nederland Monumentenland vindt u alle informatie en het laatste nieuws omtrent monumenten. Van inspirerende video’s over restauraties tot verrassende verhalen achter monumentale pareltjes. Maar ook een agenda- overzicht met bijzondere activiteiten en prachtige fietsroutes. De mooiste 30 hebben we voor u op de kaart gezet.

Route de smaak van het Vechtdal Dalfsen

15

16

Roden en Havezate Mesinge Noordenveld

16

Ontdek de Nieuwe Hollandse Waterlinie in De Biesbosch Woudrichem

Grafheuvels en karrensporen Westerveld

11

15

6

De monumentale pareltjes van Zuid-Limburg Valkenburg aan de Geul

25

20

14

Fietsen door de Vechtstreek Wijdemeren

17

 Fietsroute Kinderdijk Molenwaard

16

26

12

Rondomde Loosdrechtse plassen Wijdemeren

17

3

Fiets langs het Kroondomein Het Loo Vaassen

27

28

4

27

Fietsen door het Leudal Leudal

18

29

Rondje Amstel Uithoorn

26

Rondje Belfeld Beesel

24

19

Parels van de Nieuwe Hollandse Waterlinie Wijdemeren

Het eiland van Maurik Utrechtse Heuvelrug

13

2

20

Fietsen door Zuid-Beveland Borssele

10

Door het groen van de Utrechtse Heuvelrug Utrechtse Heuvelrug

28

23

10

1

11

Woudrichem, Slot Loevestein en Wijk en Aalburg Werkendam

Huize Morren en Zwaluwenburg Nunspeet

Rondje rondom Vorden Bronckhorst

19

29

18

Proef het kleinschalige toeristische karakter van Zeeland Vrouwenpolder

5

Verken aardkundig monument Drouwenerzand Borger-Odoorn

30

Geulen, slootjes en weteringen Tytsjerksteradiel

21

Fietsroute Leeghwater Graft-de Rijp

25

Heeft u een leuke fietstocht gevonden? Ga naar nederlandmonumentenland.nl voor de volledige route.

Drielandentocht langs kloosters en een kasteel Gulpen-Wittem

12 OUD EN NIEUW VERENIGD

13

‘Dit is geen designhotel, maar een Gesamtkunstwerk’

‘Kruisherenhotel: een samenspel van kunsten en stijlen’ Het Kruisherenklooster (15e eeuw) dreigde in de jaren negentig ondanks zijn omvang, historie en centrale ligging te verpauperen. Het complex werd deels bewoond door zwervers en was toe aan onderhoud. Camille Oostwegel, ondernemer met passie voor monumenten, kocht het om er een hotel van te maken. Nieuwbouw was noodzakelijk voor succesvolle exploitatie. Zo werd het eeuwenoude klooster omgetoverd tot designhotel.

In de 30 jaar dat het Restauratiefonds bestaat, is de visie op behoud van erfgoed landelijk verschoven van sec restaureren naar rendabel exploiteren. Midden in deze periode transformeerde, in het centrum van Maastricht, het Kruisherenklooster naar een stadshotel met 60 designkamers.

hoofdzetel in Huy en deden op die route ook Maastricht aan. Door de jaren heen vatten de heren het idee op om ook een basis in Maastricht op te bouwen. Dit klooster werd die basis. De heren hebben er 250 jaar gewoond en zich beziggehouden met boekbinden en het met de hand kopiëren van documenten’, vertelt Klomp. Met de komst van Napoleon veranderde het gebruik van het klooster; er werd munitie opgeslagen. ‘De ramen werden dichtgespijkerd om de inval van daglicht te minimaliseren. Immers, de combinatie daglicht en explosieve stoffen vormde een poten- tieel gevaarlijke situatie. Ondertussen groeide Maastricht uit en langzaam maar zeker stond de munitieopslag dus ingebouwd tussen woningen.’ ‘De grote vraag was, hoe krijgen we gasten de kerk in?’ Toen begin 1900 werd geopperd om het dak van het klooster te halen, zodat de druk bij een eventuele explosie weg kon, staken Victor de Stuers (oprichter van de Nederlandse monumentenzorg) en Pierre Cuypers daar een stokje voor. Met een brief aan het toenmalige Ministerie van Oorlog verzochten ze om herbestemming. En zo geschiedde. Klomp: ‘Dankzij hun betrokkenheid is het klooster in 1908 gerestaureerd en werd het daarna 70 jaar lang benut als proefstation voor het Ministerie van Landbouw.’ Grimmige sfeer In de jaren ‘80 begon het verval. Het gebruik wisselde tussen dependance van de kunstacademie, gymlokaal, kerk en thuisbasis van operagezelschap Opera Zuid. ‘In die tijd verpauperde de hele buurt. De sfeer werd grimmiger en er was drugstoerisme.

De afgelopen 30 jaar is de ontwikkeling snel gegaan. Steeds vaker vragen monumenten om nieuwe oplossingen om het te kunnen behouden. Een in het oog springend voorbeeld hiervan is het Kruisherenhotel. De familie Oostwegel is met 3 hotels en 6 restaurants, allemaal gevestigd in monumentale gebouwen, wel specialist te noemen op het gebied van het restaureren, transformeren en exploiteren van cultureel erfgoed. Volgens bouwcoördinator Bart Kockelkoren en gastheer Bastiaan Klomp ziet familiebedrijf Camille Oostwegel ChâteauHotels & -Restaurants zichzelf als een ‘schakel in de geschiedenis’. ‘Het hotel is voor dit klooster geen eindstation, maar tijdelijke gedaante. In deze vorm kan het gebouw weer een aantal decennia in stand worden gehouden.’ Voor de oorsprong van het klooster gaan wij terug naar de vijftiende eeuw. ‘Leden van de orde van de Kruisheren trokken jaarlijks naar de

MYSTIEKE SFEER BEHOUDEN Architect Henk Vos heeft de mystieke sfeer van de kerk weten te behouden. ‘Hij adviseerde om de verdieping van het restaurant zo te plaatsen dat gasten wel door de glas-in-loodramen naar buiten kunnen kijken, maar niet het drukke straatbeeld zien. Ze zien de lucht en de bomen, maar niet de auto’s en parkeerplaatsen.’

Bart Kockelkoren en Bastiaan Klomp

14

15

Nieuwbouw De oplossing werd gevonden in een klein stukje grond tussen de portierswoning en een rijtje woningen, gelegen aan de kloostertuin. ‘Daar konden we een bijgebouw realiseren. Wat er ooit heeft gestaan, is niet bekend, dus nabouwen was geen optie’, vertelt Kockelkoren. ‘Een logische eerste ingeving was om er iets in dezelfde klassieke stijl te bouwen als de rest van het complex. Echter, daar was de welstandscommissie het niet mee eens. Juist om het klassieke karakter van het klooster te benadrukken, moest er iets in contrasterende stijl worden gebouwd.’ Architect Rob Brouwers stelde voor een strak gebouw te ontwerpen, uitgevoerd in cortenstaal. Het staal roest onder invloed van weersomstandigheden en verkleurt zodoende met de tijd. Doos-in-een-doos De nieuwbouw was bij lange na niet de grootste uitdaging waar het team voor kwam te staan. Twee zaken maakten het project tot een bouwkundige puzzel: de akoestiek en het feit dat de gemeente eiste dat het gebouw reversibel zou zijn. Die tweede uitdaging is het hoofd geboden door een ‘doos-in-een- doosconstructie’ toe te passen. ‘We mochten van de gemeente ingrepen doen, maar niet te zwaar, want het moest terug te draaien zijn. Camille Oostwegel sloot zich daarbij aan. Het hotel is immers een schakel in de geschiedenis van het klooster. Wellicht krijgt het over tientallen jaren weer een heel andere bestemming. Dus vrijwel alles wat we erin hebben gebouwd, zoals de trappen en de muren van kamers, staat los van het casco’, zegt Kockelkoren. ‘De doos-in-doosconstructie

kreeg zijn eigen fundering van buispalen. Daarop rusten dus alle hotelkamers. Dat is niet alleen van belang voor het reversibele karakter van de aanpassingen, maar ook omdat het originele fundament niet kon worden gebruikt voor het bouwen van de kamers. Zouden we daar op voortborduren, dan zou er zetting ontstaan, met bijvoorbeeld scheuren in de gevels of verzakkingen als gevolg.’ De 4 meter hoge glas-in-loodramen wilde de gemeente van binnen en van buiten in hun geheel zichtbaar laten. ‘Echter, als we verdiepingen in het klooster wilden aanbrengen, zouden de ramen van binnen uit optisch worden ‘doorbroken’’, benoemt Kockelkoren een punt waarop gepuzzeld is. De oplossing werd gevonden door de kamers op die plekken ruim voor de glas-in-loodramen te plaatsen en de hotelkamers daar af te werken met glas, zodat je vanuit de kamers de volledige ramen kunt aanschouwen. Geluidsabsorberend materiaal Toen eenmaal een indeling voor het pand was gevonden en de bijbehorende fundering was geslaagd, kon de akoestiek worden aangepakt, met name in de kerk, waar ontvangst, bar en restaurant zijn gevestigd. De akoestiek waar André Rieu profijt van had bij de opname van zijn cd, is voor een hotel funest. ‘Stel je maar voor hoe het zou galmen in de kerk wanneer daar 100 man zit te eten’, zegt Klomp. ‘Peutz Group heeft een akoestisch onderzoek gedaan. De conclusie was dat we 500 vierkante meter geluidsabsorberend materiaal in het interieur moesten verwerken.’ Dat is in een moderne stijl gedaan. Zo zijn de banken in de bar tegen de ronde wanden geplaatst en uitgevoerd met metershoge, stoffen rugleuningen. Trappen en verdiepingen zijn afgewerkt met hout en staal met daarin kleine gaatjes om het weerkaatsen van geluid te voorkomen. Ook is gewerkt met tapijt en stoffen bekleding.

Aan de restauratie en herbestemming van het Kruisherenklooster is 14 miljoen euro besteed. Het gebouw stond 1,5 jaar in de stijgers, met een voorbereidingsperiode van 2,5 jaar. Gesamtkunstwerk De Duitse lichtkunstenaar Ingo Mauer drukte een flinke stempel op de uitstraling van het hotel. ‘Hij noemde het project geen restauratie en het eindresultaat was volgens hem ook geen designhotel; hij noemde het een ‘Gesamtkunstwerk’, een samenspel van kunsten. En dat is het geworden; we hebben in alle architectuurbladen van de wereld gestaan. Dan ontvingen we weer een blad met Chinese tekens. Wat er precies staat, is voor ons niet duidelijk natuurlijk, maar de foto’s herkennen we wel’, zegt Kockelkoren lachend. De bladen laten steevast de door Maurer ontworpen koperen tunnel zien, die de entree vormt. ‘De tunnel heeft met zijn lichtweerkaatsende eigenschappen niet alleen een esthetisch effect, het moet de drempel voor gasten verlagen. Het klinkt oneerbiedig en zo bedoel ik het niet, maar hoe krijg je anders mensen de kerk in? Ons complex moet mensen uitnodigen om naar binnen te gaan; het moet duidelijk zijn dat dit niet wordt gebruikt als kerk, maar als hotel.’ n

In het klooster zelf hadden bovendien zwervers onderdak gevonden’, vertelt Kockelkoren. ‘Hoogtepunten in die periode waren dat er, refererend aan de geschiedenis, Franse chansons werden gezongen en dat André Rieu er de best verkochte Nederlandse cd aller tijden opnam.’ Camille Oostwegel keek door de verpaupering heen en zag kansen. Een hotel moest het worden. Hij vroeg Kockelkoren er ook eens een kijkje te nemen. ‘Het enige wat nog goed was aan het gebouw, waren de muren. Voor de rest was het een rotzooi’, blikt hij terug. Het klooster omtoveren naar een hotel zou nog niet een-twee-drie zijn gerealiseerd, voorspelde hij direct. ‘Een hotel heeft een bepaald aantal kamers nodig om rendabel te zijn’, licht hij toe. ‘In dit project lag dat omslagpunt op 60 kamers. Dit complex telt een klooster, een kerk en een portierswo- ning. In de kerk zijn de ontvangst en het restaurant gevestigd. In het klooster konden 50 kamers worden gemaakt en in de portierswoning 7. Dan misten we er nog 3 om het project te doen slagen.’

TIPS UIT MAASTRICHT

• Is financiële winst je drijfveer, begin dan niet met de exploitatie van een monument. Natuurlijk zijn zwarte cijfers haalbaar, maar nieuwbouw is 1,5 keer zo goedkoop en heeft een kortere terugverdientijd. • Een bijzonder monument kan sponsoren trekken. Zo is de restauratie van de 55 glas-in-loodramen die het Kruisherenhotel telt, grotendeels gesponsord. Sponsoren variëren van de plaatselijke afdeling van netwerkclub Ronde Tafel tot particulieren met een persoonlijke betrokkenheid bij de geschiedenis van het klooster. • In een hotel zijn er 24 uur per dag gasten. Daar moet je met het restaureren rekening mee houden in verband met overlast.

16 BERICHTEN

17

KENNISMAKEN MET

Het Restauratiefonds viert 30 jarig bestaan op de Restauratiebeurs

Sanne Kiel

Op 16, 17 en 18 april 2015 vond de Nederlandse Restauratiebeurs plaats in ’s-Hertogenbosch. De Restauratiebeurs is een bruisend evenement waar liefhebbers van monumenten elkaar ontmoeten en waar u wordt geïnformeerd en geïnspireerd. Op de stand van het Restauratiefonds stonden onze experts klaar om iedereen te helpen met vragen over aankoop, restauratie, onderhoud en herbestemmen van monumenten. Dit keer was het extra feestelijk op de stand vanwege het 30 jarig bestaan. Voor iedereen was er koffie met chocolade! Donderdag was een extra drukke dag met twee lezingen en een borrel voor professionals. De Groene Grachten gaf een lezing over het verduurzamen van monumenten en adviesbureau Ecorys vertelde over de positieve uitkomsten van het onderzoek naar de Restauratiefondsplus-hypotheek. Het volledige onderzoek is te lezen op restauratiefonds.nl. n

30 jaar Restauratiefonds. Dat moet gevierd worden. Laat dat maar aan Sanne Kiel over, sinds mei 2014 werkzaam bij het Restauratiefonds en verantwoordelijk voor alle evenementen en bijeenkomsten. Van organisatie tot communicatie. En… toeval of niet: ze is precies 30 jaar jong.

In elk nummer van InDetail vertelt een medewerker van het Restauratiefonds wat hem of haar bezighoudt, drijft en motiveert.

OpenMonumentendag Op 12 en 13 september is er weer een Open Monumentendag. Het Restauratiefonds en Open Monumentendag zijn al weer 30 jaar partners. Dit keer heeft het weekend het thema Kunst & Ambacht. Er is aandacht voor architectuur, toegepaste kunst en alle andere kunstvormen zoals podiumkunsten, beeldende kunsten, letteren of muziek. Daarnaast wordt de ambachtskant belicht: stucwerk, wandbeschilderingen en tegeltableaus. Maar ook meubilair, serviesgoed en glaswerk. Kunstenaars en vaklieden tonen hun kunnen en monumenten in restauratie krijgen speciale aandacht. Het monument is dé plek waar alle verschillende vormen van ambacht, zowel oude als hedendaagse, samenkomen en te zien zijn. Meer over Open Monumentendag leest u op openmonumentendag.nl n

van herbestemming van monumenten. Dat was in Artis.’ Ze vervolgt: ‘Maar uiteraard waren wij dit jaar ook met een stand en lezingen aanwezig op de Nederlandse Restauratiebeurs. De week erna vond al weer een bijeenkomst plaats over het energiezuiniger maken van monumenten in Utrecht. En al dit soort evenementen organiseren wij meestal samen met andere partijen, zoals gemeenten, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en andere erfgoedprofessionals. Daar gaat het ons ook om: de diverse spelers in het veld bij elkaar brengen en bestaande kennis delen.’ Passie Uiteraard staat er dit jaar nog meer op de agenda: dertig jaar Restauratiefonds. ‘Op 5 juni is het exact dertig jaar geleden dat het Revolving Fund in het leven werd geroepen, en daarmee het Restauratiefonds.’ Toen was dat een hele nieuwe uitvinding, nu is het al drie decennia succesvol. ‘Met de activiteiten rondom ons jubileum sluiten wij aan op bestaande activiteiten zoals de Restauratiebeurs en het Monumentencongres, waarvoor wij onze klanten dan ook hebben uitgenodigd. En natuurlijk hebben wij deze speciale editie van InDetail, met een vervolg in december van dit jaar. Verder organiseren wij een feest voor alle medewerkers en vinden er nog een aantal kleinere diners en bijeenkomsten plaats. Allemaal op historische locaties.’ ‘Zo willen wij onze waardering uiten voor dertig jaar samenwerking met alle betrokken mensen en partijen in het land en tevens onze banden aanhalen voor de komende dertig jaar.’ Maar dat zal ongetwijfeld geen probleem zijn: ‘Ik merk dat zowel onze klanten als de erfgoed- organisaties door het vuur willen gaan voor ons cultureel erfgoed. Die passie viel mij direct al op en dat vind ik echt inspirerend!’ n

‘Aanpakken, locaties bezoeken en contacten leggen: organiseren is mijn tweede natuur.’ Niet voor niets was Sanne hiervoor al werkzaam als marketing coördinator bij een internationale tegeltapijt producent, en in die hoedanigheid druk met de organisatie van allerlei events. ‘Dat was heel leuk werk, maar ik wilde iets minder commercieel bezig zijn. Meer diepgang.’

‘Organiseren is mijn tweede natuur.’

Harlinger Tegelwerk

Persoonlijk En toen kwam daar een vacature bij het Restauratiefonds voorbij. ‘Dat kon wel eens iets voor mij zijn. Niet dat ik zo met monumenten bezig was, maar ik voelde mij wel altijd aangetrokken tot cultureel erfgoed, oude steden, de sfeer van historie.’ Inmiddels werkt Sanne al weer een jaar bij het Restauratiefonds en ook hier is zij verantwoordelijk voor alle evenementen. En de verwachting die ze had van deze baan, klopte. ‘Ik ben nu niet meer primair gericht op de massa, maar meer bezig met het brengen van onze boodschap aan onze verschillende doelgroepen; van professionals tot monumenten- eigenaren.’ Dat vergt een persoonlijke aanpak.

Nieuws van toen April 2003

Inmiddels heeft Sanne al heel wat evenementen mogen organiseren; van het uitnodigen van sprekers tot het regelen van locaties en catering. ‘Mijn eerste grote bijeenkomst was voor initiatiefnemers

ONDERWERP 18 DE E ST ESTAURATIEFONDS-HYPOTHEEK De eerste Restauratiefonds-

19

‘Ik was zo trots als een pauw!’

hypotheek werd in 2001 verstrekt aan de familie Antonides uit Opeinde. Het rieten dak van hun monumentale boerderij was aan vernieuwing toe. Hoe is het nu met de familie en hun monument?

een andere boerderij. Wiebe: ‘Wij zijn hier samen als pachter op de boerderij gekomen toen wij 21 en 23 waren.’ Meintje: ’Toen wij trouwden, kreeg ik van mijn ouders wat vee mee en Wiebe ook. Wiebe: ’En ik kocht een trekker. Ik was zo trots als een pauw!’ Wiebe en Meintje wonen nog steeds met veel plezier in hun monument. Meintje: ‘Het is ruim, we hebben een mooi uitzicht en het is nog steeds een prachtig bedrijf, al is er ook wat dat betreft wel het nodige veranderd in de loop der jaren. We hadden grond tot aan De Leien, een meer een eind verderop. Maar nu loopt er een vierbaansweg over ons land. Daardoor moesten we op een gegeven moment einden lopen om onze koeien naar een nieuw stuk grasland te brengen.’ DE BOERDERIJ De boerderij van de familie Antonides is gebouwd in Amsterdamse schoolstijl. Deze expressieve stijl in de bouwkunst ontstond rond 1910 en werd tot in de jaren dertig van de vorige eeuw met name in Amsterdam, maar ook daarbuiten, veel gebouwd. De boerderij in Opeinde bevat een aantal herkenbare Amsterdamse school invloeden: • Het gebruik van ‘eerlijke’ materialen, zoals baksteen en hout • Horizontale belijning in de voorgevel • De steile wolfeinden, dat zijn de korte zijden van het dak. • Het gebruik van smeedwerk, zoals de stalramen.

het geheel het bekijken waard. Toen Wiebe en Meintje vorig jaar aan de Open Monumentendag in Opeinde meededen, kwamen er tot hun grote verrassing maar liefst honderd bezoekers over de vloer! Meintje: ‘Het is zo leuk om over je huis te vertellen, over de achtergrond ervan, over wat er allemaal zo bijzonder aan is.’ Aanpassingen De boerderij is aan de buitenkant sinds 1928 nagenoeg hetzelfde gebleven. Binnen zijn er in de loop der jaren wel wat aanpassingen gedaan. Wiebe vertelt: ‘Oorspronkelijk woonde de familie Douma in de villa hiernaast en in de boerderij was ruimte gemaakt voor twee woningen voor personeel. Toen mijn vader de boerderij ging pachten werkten hier nog drie knechten op de boerderij, die hier ook inwoonden. Na verloop van tijd verdween het personeel en draaiden wij het bedrijf met ons gezin, wij konden als kinderen natuurlijk ook meehelpen. Van de twee woningen hebben wij in de loop der jaren één geheel gemaakt. Daarbij hebben we er wel voor gezorgd dat we zoveel mogelijk van het oude bewaarden, zoals de deuren en de koperen deurknoppen.’ Trots Wiebe en Meintje namen de pacht van de boerderij in Opeinde in 1967 over van Wiebe’s ouders. De ouders van Wiebe gingen naar

‘De eerste Restauratiefonds-hypotheek’

De familie Antonides kwam in 2001 toevallig op het spoor van het Restauratiefonds en daar waren ze maar wat blij mee. De lage rente van de Restauratiefonds-hypotheek gaf net wat meer financiële armslag voor de opknapbeurt waar hun monumentale boerderij zo hard aan toe was.

Wie de bebouwde kom van Opeinde binnenrijdt, ziet meteen de prachtige boerderij en villa in Amsterdamse schoolstijl. Een imposant geheel en een mooie binnenkomer voor het dorp. Wiebe en Meintje Antonides wonen in de boerderij, ze hebben er een prachtige woon- plek, met uitzicht over de landerijen voor hun huis. Bezoekers Wiebe: ‘Ik ben hier komen wonen in 1955, ik zat toen in de vijfde klas van de lagere school en was dus een jaar of tien. Mijn vader pachtte deze boerderij van de familie Douma. Douma had deze boerderij en

de villa hiernaast in 1928 laten bouwen. Hij gaf de architecten De Boer en Van Manen uit Drachten opdracht om iets te ontwerpen. Het moest vooral ‘iets aparts’ worden en modern zijn.’ Het werden twee panden − een villa en een boerderij − in Amsterdamse school stijl. Met elektriciteit, een lorriespoor tussen de koeien door en er werd nagedacht over de luchtcirculatie in de stallen. ‘Het was dus zeker modern,’ vult Meintje aan. ‘Toen wij later de boerderij overnamen, in de jaren zestig van de vorige eeuw, kwamen er nog steeds school- klassen van de landbouw- en de landbouwhuishoudschool naar onze boerderij op excursie om alles eens goed te bekijken.’ En nog altijd is

20

21

kom een eindje verschoven en daardoor vallen wij nu binnen de bebouwde kom, dat heeft gevolgen voor de manier waarop je hier je bedrijf kan voeren. Overnemen van de boerderij door een van onze kinderen zit er niet in. Dat vinden wij jammer, wij zouden deze plek graag in de familie houden. Dat is een stuk emotie, maar wat koop je daarvoor? Wij snappen ook wel dat het zo loopt, het is tegenwoordig niet zo simpel meer om boer te zijn. Voorlopig wonen wij hier nog zeer tot tevredenheid. Hier weggaan, daar zijn wij nog niet aan toe. Wij zijn gehecht aan deze boerderij, deze plek, en waar krijg je zo’n uitzicht?’ n

Ondernemers die hun bedrijf verder willen ontwikkelen, kunnen een monument soms als knellend gaan ervaren. ‘Wij gingen mee met de tijd. Wij hebben in 1979 achter de oorspronkelijke stal een loopstal laten bouwen, dat maakte het verzorgen van de dieren een stuk minder arbeidsintensief. Deze stal staat in verbinding met het oude deel. In het oude deel hebben we alles kunnen laten, zoals het altijd was. En met het nieuwe deel konden we weer jaren vooruit.’

De rente was toen 2% en dat scheelde nogal bij de rente die we anders hadden moeten betalen. Wij waren er heel erg blij mee. Ook al omdat alles supersnel in kannen en kruiken was. Het dak was echt aan vervanging toe en hoe langer je wacht, hoe slechter het ook binnen wordt, dus het was fijn dat wij zo snel aan de slag konden.’ Toekomst Zo’n mooi pand, daar wil je nooit meer weg. Toch denken Wiebe en Meintje daar nu wel over na. Meintje: ‘We zitten er wel een beetje mee. We zijn met het melken van koeien een aantal jaren geleden al gestopt. Nu hebben we nog zo’n 60, 70 stuks jongvee in de aange- bouwde ligboxstal staan. Een Fries-Hollands ras dat we exporteren over de hele wereld. Ze gaan naar Rusland, Oman en Engeland. Het land dat we niet meer nodig hebben, verhuren we aan andere boeren in de buurt. Zo lukt het allemaal nog aardig op het bedrijf. We voelen ons nu nog goed, maar worden natuurlijk wel een dagje ouder. En het huis is bewerkelijk, vooral de buitenkant. Je moet het houtwerk buiten zeer regelmatig schilderen en de tuin moet ook op orde blijven.’ Wiebe: ‘Onze kinderen zijn inmiddels heel andere richtingen ingeslagen, een zoon heeft nog wel overwogen om hier boer te worden, maar uitbreiden kan op deze plek eigenlijk niet meer. De gemeente heeft een paar jaar geleden het bordje van de bebouwde

‘Dit is een stuk emotie’

GETALLEN

In de afgelopen 30 jaar zijn er via het Restauratiefonds meer dan 4.300 Restauratiefonds-hypotheken verstrekt, voor een bedrag van in totaal meer dan 430 miljoen euro. Gemiddeld gaat het per lening om een bedrag van rond de 100.000 euro . De meeste leningen werden verstrekt in de provincie Noord-Holland, dat waren er  ruim 1.100 .

Nieuw dak In 1987 kochten Wiebe en Meintje de boerderij van de erfgenamen van de familie Douma. Wiebe: ‘Het feit dat dit een monument is, hebben we nooit als een beperking ervaren. Het is wel zo dat we er aan de buitenkant goed rekening mee moeten houden, met het schil- derwerk bijvoorbeeld. En het rieten dak is nogal kostbaar. Het scheelt dat het dak aan de voor- en achterzijde nagenoeg recht naar beneden loopt. Daar blijft dus geen water op staan en het riet is daardoor nog lang in goede staat gebleven. Normaal is een rieten dak na 30, 35 jaar aan vervanging toe. In de periode dat mijn vader op het bedrijf zat, was het al eens vernieuwd. In 2001 was het dak aan de oostzijde aan vervanging toe, later hebben wij ook de andere kant aangepakt. Per kant kost zoiets rond de 36.000 euro. Toevallig kwamen we op het spoor van de laagrentende hypotheek van het Restauratiefonds.

22

23

13. Praat met eerdere opdrachtge- vers over hun ervaringe n. Hoe was de samenwerking met de architect of aannemer? 14. Lees op monumenten.nl alles over duurzaamheids- en ener- giebesparende maatregelen in monumenten. welke aannemers hij goede ervaringen heeft. 16. De huur van een steiger kan oplopen, denk na over het bun- delen van werkzaamheden. 17. Neem bij oplevering een onafhankelijke bouwkundige mee, dan heeft u een sterkere positie tegenover de aannemer. 18. Doe het werk in een logische volgorde , als u later in het 15. Vraag uw architect met

21. Vertel uw buren vroegtijdig dat u bouwplannen heeft. 20. Maak foto’s van het pand voor, tijdens en na de restauratie. 21. Ga naar de bibliotheek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, zij hebben een archief met veel historisch materiaal. 22. Tijdens de bouw wordt veel water gebruikt in stucwerk, voegen, et cetera. Goed venti- leren is dan zeer noodzakelijk. 23. Voorkom onderverzekering . Sluit een verzekering af met een indexering of een garantie tegen onderverzekering. 24. Als er geschilderd wordt vraag dan naar de kleurnummers van de verf en noteer deze.

26. Laat bij grote monumentale waarden van het pand een bouwhistorisch onderzoek doen. 27. Vertel uw v erzekeringsmaat- schappij dat het om een monument gaat. Vaak is er een gespecialiseerde taxateur nodig om de herbouwwaarde te schatten. 28. Ga niet zonder goed advies naden en kieren bij kozijnen dichtkitten. Kozijnen kunnen vanwege de weggenomen ventilatiemogelijkheid sneller gaan rotten .

Tips van de RestauratieWijzer

Een monument restaureren is een hele onderneming. Met de RestauratieWijzer kunt u gebruikmaken van een uitgebreid stappenplan, informatie en deskundige hulp. In de afgelopen jaren hebben de medewerkers van de RestauratieWijzer veel tips verzameld. Wij geven er hier 30 prijs! 1. Kijk op monumenten.nl of uw pand een rijksmonument is. 2. Wat mag en wat mag niet? 5. De Rijksdienst voor het

9. De Monumentenwacht kan een onafhankelijk rapport maken over de staat van uw pand. Kijk voor meer informatie op monumentenwacht.nl 10. De RestauratieWijzer kan een financierings-berekening maken, om de haalbaarheid van uw plannen te toetsen. architect over het rapporteren van eventueel meerwerk. 12. Vraag referentieprojecten van de aannemer op en ga er kijken. 11. Maak afspraken met de

Cultureel Erfgoed heeft veel handige brochures gemaakt, kijk eens op cultureelerfgoed.nl onder publicaties. 6. Maak een planning en vraag alle betrokken partijen alvast een ruime schatting te maken.

Neem contact op met de monumentenambtenaar van uw gemeente. 3. Kijk op omgevingsloket.nl voor informatie over de omgevings- vergunning. 4. Leg uw plan voor aan Bureau Monumentenpanden van de Belastingdienst, zij stellen

29. Zorg voor voldoende

(preventieve) maatregelen tegen brand: brandmelders, branddeken, brandblussers et cetera.

7. U kunt de leges voor uw vergunning berekenen op bouwleges.nl . 8. Spreek vooraf met uw

30. Klaar met restaureren?

25. Vraag de aannemer een tekening met daarop

proces structurele wijzigingen wilt maken kost dat veel tijd en geld.

Informeer wat de consequenties zijn op uw inboedel- en opstalverzekering .

aannemer af of er kosten zijn verbonden aan het uitbrengen van een offerte.

de drukkende aftrekbare onderhoudskosten vast.

aangegeven waar de leidingen in de muur zitten.

24 ONDERWERP DE SPECIALIST

25

Of zoals Rijksdienstwoordvoerder en communicatiemedewerker Dolf Muller het verwoordt: ‘Wij werken al zo lang samen, we zijn bijna een soort broer en zus geworden.’ En die band beperkt zich allang niet meer alleen tot het financiële verhaal, de Restauratiefonds-hypotheken en de subsidies. Juist in de beeldvorming en de informatievoorziening − het creëren van draagvlak voor monumenten − zijn er behoorlijke slagen gemaakt. ‘Neem onze gezamenlijke site monumenten.nl, de brochure Monumentaal Wonen of de Erfgoedacademie voor profes- sionals in de erfgoedsector. Dat zijn gezamenlijke projecten waarin we onze kennis en ervaring bundelen en delen.’ Maar ook spectaculaire publieksgerichte initiatieven zoals DomUnder kunnen rekenen op de gezamenlijke steun van Restauratiefonds en Rijksdienst. Hier worden de resten van het Romeinse castellum onder het Domplein in Utrecht op aantrekkelijke wijze toegankelijk gemaakt voor jong en oud. En dat maakt ons erfgoed tastbaar en beleefbaar voor de ‘gewone man’. InfoDesk Daarmee is de Rijksdienst van een vergunningverlenende en contro- lerende instantie − dat ligt nu bij de gemeenten − steeds meer een voorlichtende, verbindende en adviserende partij geworden. Dat begint al heel klein en persoonlijk bij de InfoDesk. Het ene monument is immers het andere niet, en elke eigenaar bevindt zich weer in een andere situatie. ‘Standaardadvies’ is daarom niet altijd afdoende en zo komen er bij de Rijksdienst ook hele specifieke vragen binnen. De vraagstellers kunnen rekenen op een persoonlijke behandeling van InfoDeskmedewerkers Peter Berendse, Wim Coret en Carolin Driedijk. Zij proberen monumenteneigenaren maar ook professionals, zoals gemeenteambtenaren, zoveel mogelijk persoonlijk op weg te helpen in de wereld van vergunningen, restauratie en financiering. Wim Coret: ‘Dat zijn bijvoorbeeld hele concrete vragen over wat nu wel of niet mag. Vroeger hadden wij dat voor het zeggen, maar nu gaat de gemeente daarover. Dat is soms best verwarrend voor eige- naren van een rijksmonument. Wij kunnen hen dan op weg helpen OVER DE RIJKSDIENST VOOR HET CULTUREEL ERFGOED De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed adviseert en inspireert bij het behoud, de duurzame ontwikkeling en de toegankelijkheid van het meest waardevolle erfgoed van Nederland. Op het gebied van monumentenzorg, maar ook archeologie, historisch landschap en museale collecties, voert de Rijksdienst de wet- en regelgeving uit. ‘Steeds meer mensen zoeken doelbewust een monument’

Dolf Muller is woordvoerder en medewerker communi- catie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Samen met de InfoDesk ontsluit hij de kennis en kunde van de Rijksdienst en zorgt hij dat de monumenteneigenaar goed geïnformeerd blijft.

Peter Berendse, Carolin Driedijk en Wim Coret

en uiteindelijk doorverwijzen naar de gemeente.’ Carolin Driedijk: ‘Wij hebben hier alle kennis in huis. Bijvoorbeeld specialisten die alles weten over materialen en hoe deze toe te passen of te restaureren. Van verf, behang tot hout. Maar ook over herbestemming van monu- menten en de exploitatie ervan kunnen wij advies geven. Wij zetten al die vragen uit in de organisatie en komen zo snel mogelijk met een antwoord. De lijnen liggen heel kort hier.’ Peter Berendse: ‘Veel mensen willen natuurlijk ook meer weten over de financiering. Degenen die voor een laagrentende lening in aanmerking komen, sturen we door naar het Restauratiefonds en eigenaren die recht op subsidies hebben, helpen wij zelf weer verder. En zo komt iedere vraag bij de juiste persoon terecht. Wim Coret: ‘Ook die vraag van dat keuterboertje dat geen internet heeft maar wel een monumentaal boerderijtje. Dat zijn de leukste klanten overigens. ’En domme vragen bestaan niet. Carolin: ‘Soms willen mensen in een bepaald monument kijken of deze als trouwlocatie gebruiken. Of wij de sleutel hebben. Veel mensen denken dat het een soort openbare gebouwen zijn. Maar ja, vaak zijn dat particuliere woonhuizen. Dan moet je soms even uitleggen dat dat niet zomaar gaat.’ Peter Berendse: ‘De mensen weten ons in ieder geval goed te vinden.’

‘De samenleving is de motor achter het erfgoedbehoud geworden’ Dat fabeltje van die spijker die niet in die monumentale muur mag worden geslagen hebben wij inmiddels wel gehad. Monumenten zijn tegenwoordig eerder booming. Er is in 30 jaar dus veel veranderd, mede dankzij de hechte samenwerking tussen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Restauratiefonds.

Made with