E1 pwt havo

Hoofdstuk 21 Kosten van duurzame productiemiddelen

Domein E Uitwerkingen proefwerktraining

1 a ( € 127.000 + € 13.000 – € 8.000)/11 = € 12.000 .

b Het gemiddeld geïnvesteerd vermogen is ( € 127.000 + € 13.000 + € 8.000)/2 = € 74.000. De jaarlijks in te calculeren interest is 6% € 74.000 = € 4.440 .

2 a Jaarlijkse afschrijving: € 192.000/4 = € 48.000. In 9 maanden is de afschrijving 9/12

€ 48.000 = € 36.000 .

b De totale afschrijving per 31 december 2016 is: 2014 € 36.000 2015 € 48.000 2016 € 48.000

132.000

Balans per 31 december 2016

Aanschafprijs Afschrijving Boekwaarde

192.000 132.000 60.000

3 a 0,20

€ 24.000 = € 43.200 .

€ 212.000 + 2/12 0,20

b € 186.000 + € 24.000 − € 43.200 = € 166.800 .

4 a Bij een te voorzichtige schatting wordt de levensduur te kort ingeschat en worden de jaarlijkse afschrij- vingsbedragen hoger dan feitelijk nodig. Daarmee wordt de kostprijs en misschien de verkoopprijs te hoog vastgesteld. b Gedurende de totale levensduur wordt 100% − 9% = 91% afgeschreven, per jaar 22,75%. Op 1 januari 2014 is er 2 keer afgeschreven, resteert nog 22,75% 2 + 9% = 54,5%. De jaarlijkse afschrijving is (299.750 / 0,545) 0,2275 = € 125.125 .

c De aanvankelijke investering is € 299.750 / 0,545 = € 550.000. Het aankoopbedrag is dan € 550.000 – € 37.000 = € 513.000 .

CE

Management & Organisatie in Balans

27

Made with