Carin Wevers - Kan ik daar wat aan doen?

1.3 • Armenzorg in het oude Griekenland

De deugden Rechtvaardigheid is ook bij de Grieken de hoogst gewaardeerde deugd. Over de vraag wat rechtvaardigheid is, lopen de meningen echter flink uiteen. Volgens Plato is rechtvaardigheid een deugd die alleen de filoso- fen zich eigen kunnen maken. Het is de meest voortreffelijke houding en kan alleen door oefening ontwikkeld worden. Omdat de filosofen weten wat rechtvaardigheid is, moeten zij de staat leiden en de wetten opstel- len. (De meeste tijdgenoten van Plato waren het hier overigens niet mee eens.) Volgens Plato is het onmogelijk dat iemand weet wat rechtvaar- digheid is, maar toch onrechtvaardig handelt. Bewust het kwade nastre- ven (de ‘kwade wil’ is een christelijke notie) is voor zowel Plato als Aristo- teles een teken van domheid, onwetendheid, of onbeheerstheid. Plato is hierin het meest uitgesproken: wie het goede kent, zal volgens hem het goede doen (zie ook paragraaf 6.4). In een van de dialogen praat Socrates met Menon over de vraag of je het slechte kunt nastreven. Aristoteles denkt hier genuanceerder over. Hij hield rekening met wat in het Grieks akrasia (onbeheersbaarheid of wilszwakte) genoemd wordt: iemand kan weten dat zijn gedrag niet zo slim is, maar er toch niet in slagen om zich verstandig te gedragen. Hij heeft zichzelf niet onder controle. Aristoteles geeft verschillende definities van rechtvaardigheid (zie ook paragraaf 3.3 en 11.4.2). Bij hem zijn het niet de filosofen, maar vooral de welgestelden (de aristoi ) die in staat zijn zich te oefenen in deze deugd der deugden. Het kost namelijk de nodige tijd en inspanning om een voortreffelijke karakterhouding te ontwikkelen. De Grieken begrijpen zichzelf altijd als lid van een bepaalde gemeenschap. De ethiek is daar- om nooit alleen een individuele kwestie, maar altijd ook van politiek be- lang: ‘Rechtvaardig is alles wat het geluk van een politieke gemeenschap en de elementen van dat geluk voortbrengt en in stand houdt. Daarom is iemand het voortreffelijkst als hij zijn goede eigenschappen niet voor zichzelf maar voor anderen in praktijk brengt’ (Aristoteles, EN, 1129b20 en 1130a5). Omdat alleen de welgestelden zich echt kunnen oefenen in deze deugd, kunnen de anderen zich beter gewoon aan de wet houden. Zo iemand is rechtvaardig als hij de wet in acht neemt en de gelijkheid res- pecteert: gelijke gevallen worden gelijk behandeld (ibid., 1131a10). Omdat de armen als aparte categorie zo goed als ontbreken, komen de begrippen ‘liefdadigheid’ (in de betekenis van geld en goederen geven aan de armen) en ‘aalmoezen’ in de Griekse cultuur niet of nauwelijks voor. De sociale moraal geldt ten aanzien van medemensen in het al- gemeen en nooit ten aanzien van de armen in het bijzonder. Er wordt wel aan de bedelaars gegeven, maar dat wordt niet gezien als een apar- te deugd of kwaliteit, omdat dergelijke handelingen de gever weinig

animatiefilmpje en rap over Plato’s staat

deel 1

fragment uit gesprek tussen

Socrates en Protagoras

filmpjes over de deugd rechtvaar- digheid

35

Made with FlippingBook - professional solution for displaying marketing and sales documents online