Nucleaire Technologie in de 21ste Eeuw - Intro
In de nucleaire sector onderscheidt men laagactief afval (b.v. speciale beschermkledij, radioactieve vloeistoffen uit ziekenhuizen), middelactief afval (b.v. een defecte en vervangen pomp of klep, uitgeputte harsen of andere producten uit de waterzuivering), en hoogactief afval (splijtingsproducten uit versleten splijtstofelementen). Een klassieke kerncentrale van 1.000 MW levert per jaar gemiddeld 540 m 3 afvalstoffen, waarvan 480 m 3 laagactief afval, 57 m 3 middelactief afval dat geen koeling vergt en 3 m 3 hoogactief afval dat verder moet worden gekoeld. Verder maakt men onderscheid tussen kortlevend (halveringstijd < 30 jaar) en langlevend afval. Laagactief kortlevend radioactief afval (zgn. “ type A afval ”) is vrij onschuldig en kan relatief makkelijk worden verwerkt, bv. door verbranding of supercompactie (Figuur 11 ). Na maximaal zo’n 100 jaar zullen de reststoffen het meeste van hun activiteit verloren hebben. Daarom is tijdelijke opslag en zgn. “oppervlakteberging” in bovengrondse bunkers – eventueel omgevormd tot ‘tumili’ in het landschap – verdedigbaar (Figuur 12).
(a)
(b)
Figuur 11: Illustratie diverse types onverwerkt laag-radioactief afval (a) en controlekamer verbrandingsinstallatie (b) – bron: Belgoprocess.
Figuur 12: Oorspronkelijk Niras-ontwerp oppervlaktebergings- site ‘Categorie - A’ afval te Dessel.
Omtrent de berging van langlevend en middelactief of hoogactief afval (“ type B & C afval ”) is echter heel wat meer debat. Op dit terrein – vooral dat van de definitieve bergingsmethoden – wordt er over de hele wereld intensief onderzoek verricht.
16
Made with FlippingBook - Online Brochure Maker