Nico Mol - Bedrijfseconomie voor de collectieve sector

de collectieve sector versterkt, zoals in onderwijs en gezondheidszorg. En ten slotte zijn ook bij de overheid in enge zin (Rijk, provincies en gemeenten en waterschappen) nieuwe, op programma- en prestatiebegrotingen en bijbeho- rende managementrapportages gebaseerde vormen van ‘planning en control’ geïntroduceerd. Het besef dat ook overheidsorganisaties ‘bedrijven’ zijn, ligt ten grondslag aan het beroep dat tegenwoordig in alle geledingen van de collectieve sector wordt gedaan op de theoretische inzichten en het analytisch instrumentarium van de bedrijfseconomie. Het wezenskenmerk van een bedrijf is de productie van goederen en diensten, ongeacht of deze door commerciële of door niet-commer­ ciële doelstellingen is ingegeven. De bedrijfseconomie mag dan traditioneel vooral gericht zijn op het particuliere bedrijfsleven en de doelstellingen die daarin worden nagestreefd, de kern van haar aanbevelingen kan ook op de col- lectieve sector worden overgedragen. Dit studieboek beoogt deze kern uit de bedrijfseconomie te destilleren en de aanbevelingen van deze wetenschap los te pellen uit de context van het winst- streven waarin zij oorspronkelijk zijn gedaan. Aan de hand daarvan wil het de toepassingsmogelijkheden van de bedrijfseconomie voor de collectieve sector verduidelijken, die door de al genoemde ontwikkelingen in die sector worden geïllustreerd. Bij de beschouwing van die toepassingsmogelijkheden dienen we echter ook de beperkingen van dat bedrijfseconomisch gezichtspunt in het oog te houden. Een belangrijke beperking is dat de maatschappelijke welvaart , die de uiteinde- lijke rechtvaardiging van de overheidsactiviteiten vormt, buiten het blikveld van de bedrijfseconomie ligt. Deze wetenschap kan zich bij de beoordeling van collectieve uitgaven dan ook wel uitspreken over een mogelijke kostenreduc- tie van de voorzieningen, maar niet over het gewenste voorzieningenniveau. Bij de budgettering of tarifering van niet-commerciële diensten kan zij wel de kosten in kaart brengen die de dienstverlening met zich meebrengt, maar niet het eigenlijke nut dat deze verschaft. In de sociale zekerheid kan zij wel de uit- voeringsorganisatie ter discussie stellen, maar niet de hoogte van de verstrekte uitkeringen. Wie een indruk wil krijgen van de mogelijkheden van de bedrijfseconomie, zal zich ook op haar grenzen moeten bezinnen. Met het oog daarop bakenen we ons onderwerp ‘bedrijfseconomie voor de collectieve sector’ nu eerst af ten opzichte van de ‘leer der openbare financiën’, waarbinnen de collectieve sector vanuit het gezichtspunt van de maatschappelijke welvaart wordt bestudeerd.

1.2 Bedrijfseconomie en openbare financiën

De bedrijfseconomie richt zich, met een gebruikelijke omschrijving, op het eco- nomisch handelen in de bedrijfsorganisatie . Deze omschrijving brengt allereerst tot uitdrukking dat de bedrijfseconomie (zoals elke economische discipline) georiënteerd is op de afweging van kosten en baten in de gedragingen en beslis-

12

Made with