Zet alle krijtborden op een duidelijk zichtbare plaats. Is je krijtbord mooi geworden?
Past het bij het doel? En bij de kernwoorden die je tijdens het oriënteren hebt
opgeschreven?
Voor een antwoord op die laatste vraag gaan jullie het kernwoordenspel spelen. Dat
gaat zo: Jullie maken per bord tien kaartjes: voor elk kernwoord een kaartje. Typ de
woorden of laat ze door één persoon schrijven. Leg de kaartjes op een stapeltje met de
lege kant naar boven. Iemand schudt de kaartjes. Jullie nemen ieder om de beurt een
kaartje van de stapel en plaatsen deze bij het krijtbord dat bij het kernwoord past. Zijn
alle kaarten geplaatst, dan controleren jullie of ze op de juiste plek staan.
Tenslotte bespreek je met de docent hoe je tijdens deze opdracht hebt gewerkt en wat
je ervan geleerd hebt. Daarbij gebruiken jullie de bijlage
Evaluatie en beoordeling.
14
Bouwen, Wonen, Interieur (BWI)




