CZW20120081

CZW20120081

Competentiewijzer Fase 1, 2 en 3

Doktersassistent

OPLEIDING ASSISTERENDEN GEZONDHEIDSZORG / Niveau 4

Doktersassistent 2012

Competentiewijzer Fase 1, 2 en 3 (2012-da-cw)

Opleiding Assisterenden Gezondheidszorg Doktersassistent Niveau 4

Artikelnummer CZW20120081

Colofon Deze uitgave is gerealiseerd onder verantwoordelijkheid van Stichting Consortium Beroepsonderwijs - Zorg & Welzijn & Assisterenden Gezondheidszorg

Directie en managementteam L. Fine B. Huijberts A. Pijnenburg I. Rabelink M. Wouters

Ontwikkelteamleider M. Pelgrum

Ontwikkelaars van de fase P. van Bussel

Redactie A. Brink M. Brok

Ontwerp H. Witjes (Studio Blanche)

DTP Stichting Consortium Beroepsonderwijs/studio Blanche Juni 2013

Foto’s Stichting Consortium Beroepsonderwijs

Ondanks alle inspanningen is het mogelijk dat Stichting Consortium Beroepsonderwijs niet alle copyrights van de in de uitgave opgenomen illustraties heeft geregeld. Degene die meent alsnog rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht contact op te nemen met Stichting Consortium Beroepsonderwijs.

© 2013 Stichting Consortium Beroepsonderwijs Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvou- digd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, namelijk elektronisch, mecha- nisch, door fotokopie, opnamen of enige andere manier, zonder toestem- ming van Stichting Consortium Beroepsonderwijs.

2

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Inleiding

Deze competentiewijzer is afgeleid van het kwalificatiedossier Doktersassistent 2012. De competentiewijzer 2012 bevat alle competenties, componenten en werkprocessen die in het totale opleidingstraject gedurende de drie fasen voorkomen.

Het uitgangspunt is de competentie. Bij iedere competentie is aangegeven in welke werkprocessen de competentie voorkomt. Tevens staan de componenten en het eindgedrag beschreven. Het eindgedrag is afgeleid van de prestatie-indicatoren uit het kwalificatiedossier. Bij ieder werkproces staat vermeld in welke onderdelen (beroepsprestatie, verantwoordingsverslag, assessmentgesprek) deze competentie met componenten voorkomt, met vermelding van de fase. De in blauw aangegeven onderdelen zijn ontwikkelingsgericht en de in zwart-VET aangegeven onderdelen zijn kwalificerend. Bij iedere competentie is een opsomming gegeven van kennis-, vaardigheden- en houdingsaspecten. Dit is geen uitputtende lijst, maar dekt wel de werkprocessen, de bijbehorende competenties en componenten uit fase 1, 2 en 3.

De lijst kan naar eigen inzicht aangevuld worden.

De competentiewijzer is bedoeld voor studenten en opleiders. De verwachtingen en eisen van het beroep en de opleiding in de desbetreffende fase komt door de competentiewijzer goed in beeld.

Als student kun je voor jezelf vaststellen wat je sterke en minder sterke kanten zijn binnen de verschillende competenties en werkprocessen. De competentiewijzer is een handig hulpmiddel bij het formuleren van je leerdoelen in het persoonlijke ontwikkelingsplan (POP).

Opleiders kunnen de competentiewijzer gebruiken bij de ondersteuning van studenten in hun studieloopbaan.

Ontwikkelaars Petra van Bussel

Ontwikkelteamleider Maria Pelgrum

3

COMPETENTIEWIJZER

Inhoud

Competentie A Competentie D Competentie E Competentie F Competentie G Competentie I Competentie J Competentie K Competentie L Competentie Q Competentie R Competentie S Competentie T Competentie V

Beslissen en activiteiten initiëren

5 7 9

Aandacht en begrip tonen

Samenwerken en overleggen Ethisch en integer handelen Relaties bouwen en netwerken

11 12 13 14 15 17 19 20 21 22 24

Presenteren

Formuleren en rapporteren

Vakdeskundigheid toepassen

Materialen en middelen inzetten

Plannen en organiseren

Op de behoeften en verwachtingen van de klant richten

Kwaliteit leveren

Instructies en procedures opvolgen

Met druk en tegenslag omgaan

Nederlands - taalvaardigheden

25

Rekenen

25

4

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Competentie A. Beslissen en activiteiten initiëren

Werkprocessen

1.1 Staat de zorgvrager te woord en kanaliseert de zorgvraag ( BP 1.2, BP 2.2, BP 3.2) Componenten beslissingen nemen Eindgedrag Je kiest binnen de gestelde kaders en passend binnen het protocol, een passende vervolgstap. Je zorgt voor een juiste afhandeling van de zorgvraag.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de behoefte en verwachtingen van de zorgvrager de bronnen waar aanvullende informatie over de zorgvrager te vinden is triage (NHG) standaarden en procedures de (minder complexe) ziektebeelden, beperkingen en handicaps van de zorgvragers de benodigde informatie over geneesmiddelen medische terminologie het medisch zorgaanbod de Nederlandse taal een moderne vreemde taal aspecten van de beroepshouding verschillende observatietechnieken de technieken voor het opbouwen van een vertrouwensrelatie de taken, verantwoordelijkheden en grenzen van het beroep de wet- en regelgeving de complexe en gecombineerde ziektebeelden, beperkingen en handicaps van de zorgvragers

actief luisteren uitvragen volgens de (NHG) standaarden en procedures doorvragen als de boodschap onduidelijk is de Nederlandse en moderne vreemde taal toepassen non-verbale en verbale communicatiemethoden en -technieken toepassen en afstemmen op het communicatieniveau van de ander rekening houden met de positie van de cliënt controleren aan de hand van meerdere technieken of de cliënt de boodschap begrijpt je communicatie afstemmen op het niveau van de cliënt je verplaatsen in het standpunt van de zorgvrager en diens autonomie centraal stellen gerichte observatietechnieken toepassen een open gespreksituatie creëren en controleren aan de hand van meerdere technieken of de zorgvrager de boodschap begrijpt overleggen kort samenvatten en rapporteren de communicatie afstemmen op de zorgvrager en in je handelen rekening houden met de verschillen in leeftijd, leefstijl, cultuur en sekse verantwoordelijkheid tot handelen nemen

planmatig consequent (klant)vriendelijk besluitvaardig alert accuraat laagdrempelig respectvol reflectief motiverend stimulerend proactief bij dilemma’s betrouwbaar waakzaam verantwoordelijk

...........................

................................

5

COMPETENTIEWIJZER

Competentie A. Beslissen en activiteiten initiëren (vervolg)

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

beslissingen nemen en deze beargumenteren risico’s inschatten en anticiperend handelen bij onverwachte en risicovolle acute situaties adequaat reageren de oorzaak van miscommunicatie achterhalen en je gedrag en communicatiestijl daarop aanpassen de gemaakte vervolgstap (gekozen beleid) motiveren

................................

6

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Competentie D. Aandacht en begrip tonen

Werkprocessen

1.1 Staat de zorgvrager te woord en kanaliseert de zorgvraag ( BP 1.2, BP 2.2, AsG1, BP 3.2) Componenten interesse tonen, luisteren Eindgedrag

Je toont belangstelling voor de zorgvrager. Je vraagt door en verheldert de zorgvraag. Je luistert aandachtig en toont interesse. Je laat non–verbale signalen zien.

2.4 Begeleidt en informeert de zorgvrager ( BP 1.3, BP 2.1, BP 2.3, BP 3.1, BP 3.3) Componenten anderen steunen Eindgedrag Je herkent de signalen wanneer een zorgvrager het moeilijk heeft. Je biedt de nodige ondersteuning.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de culturele achtergrond van groepen in de Nederlandse samenleving de (minder complexe) ziektebeelden, beperkingen en handicaps van de zorgvragers de verschillende en alternatieve communicatietechnieken de triage (NHG) standaarden en procedures de geneesmiddelen aspecten van de beroepshouding verschillende observatietechnieken de communicatieve niveaus van de verschillende cliëntcategorieën de taken en verantwoordelijkheden van het beroep de factoren die gedrag verklaren zoals leeftijd, leefstijl, cultuur en sekse de complexe en gecombineerde ziektebeelden, beperkingen en handicaps van de zorgvragers de medische terminologie het medische zorgaanbod de ziektebeelden

actief luisteren doorvragen als de boodschap niet helder is non-verbale en verbale communicatiemethoden en -technieken toepassen rekening houden met de positie van de cliënt controleren aan de hand van meerdere technieken of de cliënt de boodschap begrijpt je communicatie afstemmen op het niveau van de cliënt in je handelen rekening houden met de verschillen in leeftijd, leefstijl, cultuur en sekse de invloeden van je eigen kwaliteiten, wensen en waarden op je loopbaanontwikkeling verwoorden een relatie leggen tussen je persoonlijke waarden en je toekomstig beroep omgaan met de effecten van je gedrag op anderen oprecht begrip hebben voor de gevoelens van anderen

open (naar anderen) klantvriendelijk alert accuraat laagdrempelig inlevend respectvol reflectief zorgvuldig geïnteresseerd motiverend

...........................

7

COMPETENTIEWIJZER

Competentie D. Aandacht en begrip tonen (vervolg)

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de regels van de Nederlandse taal

je tolerant opstellen ten opzichte van een afwijkende mening de oorzaken van miscommunicatie achterhalen en je gedrag en communicatiestijl daarop aanpassen

................................

................................

8

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Competentie E. Samenwerken en overleggen

Werkprocessen

1.1 Staat de zorgvrager te woord en kanaliseert de zorgvraag ( BP 1.2, BP 2.2, BP 3.2) Componenten anderen raadplegen en betrekken Eindgedrag Je raadpleegt de behandelaar op tijd bij twijfel over de urgentie. 2.2 Assisteert de behandelaar bij de medische handeling (BP 2.3, BP 3.3) Componenten anderen raadplegen en betrekken Eindgedrag Je overlegt tijdens de behandeling tijdig. Je overlegt regelmatig tijdens de behandeling.

3.3 Stemt de werkzaamheden af (BP 1.1, BP 1.4, BP 2.4, AsG1, BP 3.4) Componenten afstemmen Eindgedrag Je overlegt regelmatig met collega’s en/of andere disciplines.

Je overlegt tijdig met de arts en andere disciplines. Je voert bij onduidelijkheden of twijfel overleg.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de verschillende vormen van het communicatieproces de gezondheidstoestand, en mogelijke behandeling en/of (medicatie)therapieën van de zorgvrager de werkzaamheden die verricht moeten worden de verschillende overlegvormen beschikbare informatiesystemen protocollen apparatuur, materialen, instrumenten en hulpmiddelen de principes van samenwerken verschillende disciplines die betrokken zijn bij de behandeling en hun werkzaamheden verschillende vormen van informatieverstrekking vaktermen methoden van conflicthantering vergadertechnieken

behandelaar en collega’s, tijdig inschakelen en bij de behandeling betrekken effectief communiceren tijdens de behandeling luisteren naar gevoelens en emoties van zorgvrager binnen een vertrouwde context actief deelnemen aan een discussie en hierin je eigen standpunten uitleggen kenbaar maken wat je kwaliteiten, grenzen en valkuilen zijn betrokkenheid bij anderen tonen bijdragen aan een optimaal werkklimaat een functionele samenwerkingsrelatie hebben met een zorgvrager en met diens naasten het element van beroepshouding ‘respect tonen voor de cliënt’ integreren bij de uitvoering van je eigen taken in teamverband werken feedback ontvangen en op constructieve wijze geven

open (naar anderen) respectvol inlevend zorgvuldig

hulpvaardig coöperatief motiverend (voor anderen) initiatiefrijk gericht op feedback meedenkend beleefd

...........................

9

COMPETENTIEWIJZER

Competentie E. Samenwerken en overleggen (vervolg)

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

360ºC feedback de regels van de Nederlandse taal

werkzaamheden afstemmen op die van collega(‘s) deelnemen aan (multidisciplinair) overleg gezamenlijk belang stellen boven je eigen belang gemaakte afspraken mondeling en schriftelijk helder samenvatten passend feedback geven concessies doen waarbij je je eigen belang (deels) opoffert ten gunste van het belang van het team verschillende belangen overzien en op basis daarvan oplossingen aandragen die voor iedereen voordelen opleveren bemiddelen bij conflicten openstaan voor andermans ideeën je aan afspraken houden teamprestaties delen met anderen

................................

zonder jezelf voorop te stellen anderen complimenten geven gemaakte afspraken schriftelijk vastleggen

................................

10

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Competentie F. Ethisch en integer handelen

Werkprocessen

1.1 Staat de zorgvrager te woord en kanaliseert de zorgvraag ( BP 1.2, BP 2.2, BP 3.2 en VV2) Componenten integer handelen, verschillen tussen mensen respecteren, ethisch handelen Eindgedrag Je respecteert de zorgvrager. Je gaat discreet om met gevoelige/vertrouwelijke informatie. Je handelt onbevooroordeeld.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de beroepscode de uitgangspunten van de geheimhouding de uitgangspunten van respectvol handelen de verschillende culturele achtergronden van de zorgvragers de verschillende levensbeschouwingen de verschillende seksuele voorkeuren de normen en waarden van de branche, de organisatie en de beroepsgroep de wetgeving geldende normen en waarden de methodiek om ethische vraagstukken methodisch op te lossen

volgens de beroepscode handelen respectvol reageren op culturele en levensbeschouwelijke verschillen van de zorgvragers respectvol omgaan met verschillende seksuele voorkeuren van de zorgvragers open en duidelijk communiceren discreet omgaan met (privacy)gevoelige zaken anderen onbevooroordeeld tegemoet treden het vertrouwen winnen van de zorgvrager emotionele ondersteuning vragen voor jezelf mondeling en schriftelijk aangeven wanneer werkzaamheden en gedrag afwijken van algemeen geldende waarden en normen beslissingen nemen waarbij je de gevolgen van verschillende belangen meeneemt relaties opbouwen op basis van vertrouwen en openheid beslissingen nemen verschillende belangen onderscheiden

open naar anderen respectvol inlevend beleefd belangstellend ethisch en integer eerlijk stabiel zorgvuldig voorkomend onbevooroordeeld betrouwbaar

..........................

................................

................................

11

COMPETENTIEWIJZER

Competentie G. Relaties bouwen en netwerken

Werkprocessen

3.4 Voert beheertaken uit (BP 2.4, BP 3.4 en VV2) Componenten relatienetwerk onderhouden en benutten Eindgedrag

Je onderhoudt contacten met leveranciers. Je investeert in de relatie met leveranciers.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de uitgangspunten van een goede samenwerkingsrelatie de verschillende communicatievormen de theorie van communicatie de aspecten van werk en beroepshouding de verschillende disciplines en hun werkzaamheden de verschillende leveranciers en dienstverleners en hun aanbod de stappen voor het opbouwen van een vertrouwensrelatie het voorraadsysteem

gemakkelijk nieuwe contacten leggen voor bepaalde vragen de juiste personen/organisaties benaderen verschillende communicatievormen toepassen je communicatieve gedrag afstemmen op de anderen bijdragen aan een optimaal werkklimaat een functionele samenwerkingsrelatie creëren de juiste beroepshouding laten zien privacy bewaken de juiste omgangsvormen gebruiken in contacten met anderen kenbaar maken wat je kwaliteiten, grenzen en valkuilen zijn betrokkenheid bij anderen tonen persoonlijke relaties opbouwen en onderhouden

open inlevend beleefd

milieubewust zelfverzekerd,

zelfbewust coöperatief alert op ontwikkelingen collegiaal stimulerend voor anderen stipt, nauwgezet

............................

................................

................................

12

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Competentie I. Presenteren

Werkprocessen

1.2 Geeft voorlichting en advies ( BP 1.2, BP 2.1 , BP 2.2, BP 3.2) Componenten duidelijk uitleggen en toelichten, betrouwbaarheid en deskundigheid uitstralen Eindgedrag Je presenteert jezelf als ter zake deskundig. Je wekt vertrouwen op basis van je deskundigheid. Je legt zaken duidelijk en correct uit. Je gebruikt heldere taal. Je hanteert een goed spreektempo. 2.4 Begeleidt en informeert de zorgvrager ( BP 1.3, BP 2.1, BP 3.1) Componenten duidelijk uitleggen en toelichten, betrouwbaarheid en deskundigheid uitstralen Eindgedrag Je presenteert jezelf als ter zake deskundig. Je wekt vertrouwen op basis van je deskundigheid. Je legt zaken duidelijk en correct uit. Je gebruikt heldere taal. Je hanteert een goed spreektempo. Je controleert of de informatie goed is overgekomen.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de culturele en levens- beschouwelijke verschillen van de zorgvragers verschillende gedragsdeterminanten verschillende voorlichtings-, advies- en instructiemethoden om informatie over te brengen verschillende presentatietechnieken het medicijngebruik van de zorgvrager de behandeling die de zorgvrager moet ondergaan de hulpmiddelen interventies die ertoe bijdragen de gestelde doelen te bereiken de rechten en plichten van cliënt en zorgverlener, klachtrecht, inzagerecht de regels van de Nederlandse taal verbale en non-verbale communicatie verschillende audio-visuele hulpmiddelen

voorlichting en advies geven aan de zorgvrager een duidelijke, gedetailleerde presentatie houden over relevante onderwerpen informatie en advies aanbieden op een aansprekende manier communiceren in helder Nederlands of een andere moderne vreemde taal, afgestemd op de doelgroep passend communiceren bij de situatie, met of zonder vaktermen actief deelnemen aan een discussie en hierin je standpunten uitleggen mondeling en schriftelijk verslag doen of informatie doorgeven of redenen aanvoeren vóór of tegen een specifiek standpunt op een juiste en correcte wijze de zorg- vrager en/of hun naasten aanspreken het juiste spreektempo hanteren voorlichting en advies geven waarbij hoofd- en bijzaken worden gescheiden de rode draad tijdens de presentatie vasthouden, ook na interruptie de presentatie aanpassen

verzorgd representatief beleefd zorgvuldig open naar anderen

klantvriendelijk laagdrempelig inlevend

respectvol planmatig initiatiefrijk motiverend, aanstekelijk enthousiast

..........................

................................

................................

13

COMPETENTIEWIJZER

Competentie J. Formuleren en rapporteren

Werkprocessen

3.5 Voert administratieve taken uit (BP 1.1, BP 1.2, BP 1.3, BP 1.4, BP 2.1, BP 2.2, BP 2.4, BP 3.1, BP 3.2) Componenten nauwkeurig en volledig rapporteren Eindgedrag Je verwerkt accuraat alle gegevens van de zorgvragers, in medische dossiers /informatiesystemen. Je archiveert relevante gegevens in medische dossiers/informatiesystemen. Je declareert verrichtingen in informatiesystemen.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de verschillende vormen van evaluatie de verschillende technieken m.b.t. overleggen en beargumenteren de regels van de Nederlandse taal het huisartseninformatiesysteem (= HIS) en/of informatiesystemen

systematische gegevens op een mondelinge, schriftelijke en digitale manier verzamelen gegevens handmatig en elektronisch vastleggen werken met het HIS de relevante wetgeving toepassen administratieve, archiverings- en registratievaardigheden uitvoeren relevante informatie kort en bondig aan de juiste persoon rapporteren formulieren invullen en (elektronisch) verwerken machtigingen uitschrijven in opdracht herhaalreceptuur in opdracht verwerken (digitale) post verwerken rapporteren volgens geldende procedures een duidelijke gedetailleerde tekst schrijven een nieuw recept in opdracht verwerken en toelichten de financiële administratie voeren

doelgericht kwaliteitsbewust loyaal flexibel

zorgvuldig nauwgezet waakzaam concreet en duidelijk

in de diverse werkvelden de wettelijke eisen omtrent archivering en registratie de organisatie van de gezondheidszorg het medicijngebruik

...........................

de medische terminologie de verschillende formulieren de gehanteerde protocollen en werkprocedures het Elektronisch Patiëntendossier (EPD)

................................

................................

14

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Competentie K. Vakdeskundigheid toepassen

Werkprocessen

1.1 Staat de zorgvrager te woord en kanaliseert de zorgvraag ( BP 1.2, BP 2.2, BP 3.2) Componenten vakspecifieke mentale vermogens aanwenden Eindgedrag Je bij het intakegesprek het probleem in kaart brengt. Je medische kennis gebruikt. 2.3 Voert handelingen uit in het kader van de individuele gezondheidszorg ( BP 1.3, BP 2.1, BP 2.3 , VV1, BP 3.1) Componenten vakspecifieke manuele vaardigheden aanwenden, vakspecifieke mentale vermogens aanwenden Eindgedrag Je maakt gebruik van vakkennis van vaardigheden. Je handelt op efficiënte wijze. Je past gangbare rekenvaardigheden correct toe. 3.1 Werkt aan deskundigheidsbevordering en professionalisering van het beroep ( BP 2.5, BP 3.4, BP 3.5 en VV2) Componenten expertise delen Eindgedrag Je houdt vakkennis en vaardigheden bij. Je draagt je eigen kennis en expertise op begrijpelijke wijze over. Je gebruikt feedback om van te leren. Je neemt deel aan inhoudelijke beroepsmatige discussies.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

het huisartsen-informatiesysteem ICT de diverse doelgroepen de symptomen en oorzaken van gezondheidsproblemen en beperkingen van de zorgvragers op lichamelijk en psychosociaal gebied de anatomie, fysiologie en pathologie minder complexe en complexe ziektebeelden de protocollen (NHG), standaarden, procedures relevante wet- en regelgeving de kenmerken vergoedingsregels van verschillende verzekeringsvormen vaktaal en afkortingen

snel informatie opnemen snel de juiste informatie zoeken en verzamelen zodat praktijkproblemen succesvol kunnen worden afgerond opdrachten uitvoeren en overleggen bij onduidelijkheid met degene die de opdracht heeft verstrekt of een ervaren collega raadplegen bij twijfel of onduidelijkheden sociale vaardigheden toepassen standaard Nederlands luisteren, lezen, gesprekken voeren, spreken en schrijven (en alfabet)

representatief nauwgezet planmatig coöperatief kwaliteitsbewust milieubewust respectvol loyaal flexibel inlevend zorgvuldig klantvriendelijk motiverend stimulerend reflectief weerbaar alert op ontwikkelingen betrouwbaar

methodisch werken werken met een HIS zorgvragen interpreteren deskundige voorlichting geven hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken

15

COMPETENTIEWIJZER

Competentie K. Vakdeskundigheid toepassen (vervolg)

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

protocollen en werkprocedures voor MTH anamnese- en triagemethodieken en technieken de relevante wet- en regelgeving (privacy, GW, OW, BIG, Arbo, milieu) diverse communicatietechnieken regels van rekenen veelvoorkomende verband- en medische hulpmiddelen

kostenbewust en milieubewust werken gangbare rekenvaardigheden (doseringen, omrekenen van hoeveelheden, toepassen van schaalverandering binnen het metrieke stelsel, toetsen van rekenresultaten op juistheid en betrouwbaarheid, internationale eenheden) toepassen vakliteratuur lezen MTH uitvoeren volgens geldende richtlijnen, protocollen en wettelijke voorwaarden een bijdrage leveren aan professionalisering van het beroep gebruik maken van apparatuur, middelen en materialen die beschikbaar zijn kennis en expertise overdragen aan collega’s en andere deskundigen deelnemen aan inhoudelijk beroepsmatige discussies de consequenties van de ontwikkelingen overzien en de consequenties daarvan beschrijven

gericht op feedback

..........................

................................

................................

16

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Competentie L. Materialen en middelen inzetten

Werkprocessen

1.2 Geeft voorlichting en advies ( BP 1.2, BP 2.1, BP 2.2, BP 3.2, BP 3.3) Componenten geschikte materialen en middelen kiezen Eindgedrag Je kiest de juiste protocollen en standaarden die aansluiten bij de ingangsklacht. Je kiest voorlichting- en/of instructiemateriaal dat aansluit bij het onderwerp.

2.1 Maakt de behandelruimte, materialen en middelen gereed voor de behandeling (BP 1.1, BP 1.3, BP 2.1, BP 2.3, BP 3.1) Componenten geschikte materialen en middelen kiezen, goed zorg dragen voor materiaal en middelen Eindgedrag Je gebruikt de juiste materialen en middelen. Je zorgt ervoor dat de materialen schoon en goed onderhouden zijn. Je ruimt de behandelruimte netjes op. 2.3 Voert handelingen uit in het kader van de individuele gezondheidszorg ( BP 1.3, BP 2.1, BP 2.3, BP 3.1) Componenten materialen en middelen doelmatig gebruiken, materialen en middelen doeltreffend gebruiken Eindgedrag Je bent op de hoogte van de werking van de materialen en middelen. Je kiest en zet de materialen en middelen doelmatig en op efficiënte en effectieve wijze in. 3.4 Voert beheertaken uit (BP 2.4, BP 3.4) Componenten geschikte materialen en middelen kiezen, goed zorg dragen voor materiaal en middelen Eindgedrag Je bestelt tijdig de benodigde en juiste materialen en middelen. Je controleert het geleverde aantal. Je let op de vervaldata. Je bergt de materialen en middelen op de juiste wijze op.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

informatiebronnen, utensiliën, hulpmiddelen en voorlichtingsmateriaal methoden voor middelen- en materiaalbeheer. (vervaldatumsysteem) wetgeving omtrent Arbo, milieu, hygiëne ergonomische aandachtspunten het voorraadsysteem

de verschillende apparatuur, materialen, middelen en meetinstrumenten volgens instructie gebruiken apparatuur, materialen, middelen en meetinstrumenten op het juiste moment inzetten op passende wijze gebruik maken van hulpmiddelen, zoals folders en andere ondersteuningsmaterialen rekenen advies geven en beargumenteren bij het aanschaffen van nieuwe materialen en middelen

consequent planmatig precies kwaliteitsbewust kostenbewust milieubewust creatief gedisciplineerd efficiënt

..........................

................................

17

COMPETENTIEWIJZER

Competentie L. Materialen en middelen inzetten (vervolg)

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

overleggen met collega’s financiële verantwoording afleggen een (herhaal) en nieuw recept verwerken wet- en regelgeving m.b.t. hygiëne, veiligheid, Arbo, milieu en kwaliteitszorg op de juiste wijze interpreteren en toepassen aandachtspunten benoemen voor een ergonomische werkhouding gebruik maken van diverse kennis- en informatiebronnen de toekomstige behoeften aan materialen en middelen overzien en passende maatregelen treffen praktisch nut en inzetbaarheid van materialen en middelen beoordelen

................................

18

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Competentie Q. Plannen en organiseren

Werkprocessen

3.3 Stemt de werkzaamheden af (BP 1.1, BP 1.4, BP 2.4, AsG1, BP 3.4) Componenten activiteiten plannen, tijd indelen Eindgedrag Je maakt een realistische tijdsplanning. Je plant de werkzaamheden in een logische volgorde. Je stemt de activiteiten op elkaar af.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de stappen voor het opstellen van een werkplan verschillende praktijkvormen de opzet van de (NHG) standaarden, protocollen en procedures verschillende methoden om werkzaamheden te plannen en te organiseren relevante wet- en regelgeving de werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de verschillende zorgverleners in de diverse werkvelden verschillende leerstijlen je eigen leerstijl methoden van werkbegeleiding

methodisch plannen prioriteiten stellen en verantwoorden een werkplan opstellen, evalueren en bijstellen de verschillende (activiteiten) werkzaam- heden op elkaar afstemmen planmatig werken (dag-/week-/ maandindeling maken) in je plan rekening houden met alle betrokkenen de relevante wet- en regelgeving toepassen een overzicht maken van de diverse taken en hiervoor een planning maken problemen of knelpunten signaleren die de voortgang belemmeren en met oplossingen komen alternatieven of verbeteringen in je handelen formuleren een optimaal leerklimaat creëren meningen van anderen op de juiste waarde inschatten

planmatig zorgvuldig

klantvriendelijk laagdrempelig kwaliteitsbewust flexibel coöperatief gericht op feedback open reflectief innovatief beleefd weerbaar

............................

................................

................................

19

COMPETENTIEWIJZER

Competentie R. Op de behoeften en verwachtingen van de klant richten

Werkprocessen

1.2 Geeft voorlichting en advies ( BP 1.2, BP 2.1, BP 2.2, VV1, BP 3.2, BP 3.3) Componenten behoeften en verwachtingen achterhalen, aansluiten bij behoeften en verwachtingen Eindgedrag Je luistert actief.

Je vraagt naar de ‘wensen’ en behoeften van de zorgvrager. Je stemt de informatie af op de vermogens van de zorgvrager. Je vraagt of de gegeven informatie duidelijk is.

2.4 Begeleidt en informeert de zorgvrager ( BP 1.3, BP 2.1, BP 3.1, BP 3.3) Componenten duidelijk uitleggen en toelichten, betrouwbaarheid en deskundigheid uitstralen Eindgedrag Je vraagt aan de zorgvrager of de behandeling naar verwachting verloopt. Je checkt of de begeleiding en informatie aansluiten bij de behoeften en verwachtingen van de zorgvrager. Kennis. Je kent Vaardigheden. Je kunt Houding. Je bent

de basisprincipes over klantgericht werken de diverse culturele/religieuze/ sociale achtergronden van zorgvragers de verschillende vormen van het communicatieprocessen het belang van samenwerken en manieren van samenwerken de reikwijdte van het beroepsgeheim theorieën over emotionele gesteldheid de betekenis van eenzijdige afhankelijkheid van de zorgvrager waarden en normen die te maken hebben met culturele verschillen de verschillende benaderingswijzen het verschil tussen ‘normaal’ en ‘afwijkend’ gedrag de invloed van emoties op het gedrag, machteloosheid, agressie een moderne vreemde taal agressie de Nederlandse taal

actief de zorgbehoeften en wensen van de zorgvrager achterhalen actief luisteren jezelf proactief opstellen in het doorvragen naar de wensen van de zorgvrager doorvragen als de boodschap niet helder is non-verbale en verbale communicatie- methoden en technieken afstemmen op het communicatieniveau van de zorgvrager controleren of je aan de verwachtingen heb voldaan een open gesprekssituatie creëren duidelijk aangeven wat de zorgvrager wel en niet kan verwachten aan de hand van meerdere technieken controleren of de zorgvrager je boodschap begrijpt communiceren in helder Nederlands, afgestemd op de doelgroep rekening houden met de verschillen in leeftijd, leefstijl, cultuur en sekse indien nodig overleggen met collega’s en/of andere disciplines gelegenheid bieden voor het uiten van emoties door de zorgvrager gebruik maken van technische ondersteuning en ICT-middelen een moderne vreemde taal toepassen

doelgericht kwaliteitsbewust planmatig zorgvuldig consequent proactief beleefd belangstellend respectvol betrouwbaar

waakzaam empathisch

klantvriendelijk representatief

.........................

................................

................................

20

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Competentie S. Kwaliteit leveren

Werkprocessen

2.3 Voert handelingen uit in het kader van de individuele gezondheidszorg ( BP 1.3, BP 2.1, BP 2.3, BP 3.1, AsG2) Componenten kwaliteitsniveaus halen Eindgedrag Je voert de medisch technische handeling in één keer goed en correct uit. Je hanteert de geldende kwaliteitseisen. Je voert de medisch technische handelingen kwalitatief en efficiënt uit.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de kwaliteitseisen bij de betreffende werkzaamheden van de organisatie de specifieke wet- en regelgeving in het dagelijks werk (BIG, Arbo, WGBO, KWZ, WMCZ, WKCZ) rapportagetechnieken de methoden van bewaking/ bevordering van de kwaliteit van de uitoefening van het beroep verschillende observatietechnieken rapportagetechnieken de beroepsorganisatie voor de doktersassistent

de kwaliteitseisen van de eigen organisatie toepassen de kwaliteit van de zorgverlening bewaken en verbeteren knelpunten tijdig signaleren en rapporteren

doelgericht planmatig analyserend proactief

motiverend stimulerend kwaliteitsbewust zorgvuldig innovatief alert op ontwikkelingen nauwgezet milieubewust waakzaam

werkzaamheden verrichten die voldoen aan de kwaliteitseisen die het beroep en

de organisatie aan jou stellen werken volgens procedures

een reële inschatting maken wanneer je anderen in moet schakelen of om advies moet vragen nieuw geleerde competenties toepassen tijdens stress kwaliteitseisen handhaven je werkzaamheden toetsen en beschrijven aan de hand van geldende kwaliteitsnormen kansen signaleren om de kwaliteit van diensten, producten of processen te verbeteren aan anderen duidelijk maken welke kwaliteit van hen verwacht wordt. zelfstandig acties ondernemen om tekortkomingen in vaardigheid op te vullen de systematiek van kwaliteitsverbetering toepassen Nederlandse spreek- en schrijfvaardigheden

de systematiek van kwaliteitsverbetering

.....................

................................

................................

21

COMPETENTIEWIJZER

Competentie T. Instructies en procedures opvolgen

Werkprocessen

1.1 Staat de zorgvrager te woord en kanaliseert de zorgvraag ( BP 1.2, BP 2.2, BP 3.2) Componenten werken conform veiligheidsvoorschriften Eindgedrag Je maakt gebruik van erkende triagemethodieken (standaard vragenlijsten) en protocollen. Je stelt de zorgvraag professioneel en doelgericht vast. Je gebruikt medische kennis. 2.2 Draagt bij aan medische zorg (BP 2.3, BP 3.3) Componenten instructies opvolgen, werken conform voorgeschreven procedures Eindgedrag Je werkt volgens de protocollen van de organisatie. Je volgt de instructies en aanwijzingen van de behandelaar op. Je gebruikt de instrumenten, apparatuur en materialen volgens de werkinstructies van de praktijk. Je assisteert de behandelaar op professionele wijze. 2.3 Voert handelingen uit in het kader van de individuele gezondheidszorg ( BP 1.3, BP 2.1, BP 2.3, BP 3.1) Componenten werken conform veiligheidsvoorschriften, werken overeenkomstig de wettelijke richtlijnen, werken conform voorgeschreven procedures Eindgedrag Je voert handelingen uit volgens protocol. Je voert handelingen uit volgens geldende richtlijnen. Je handelt volgens veiligheidsregels. Je houdt je aan de wet- en regelgeving. 3.2 Werkt aan het bevorderen en bewaken van kwaliteitszorg (BP 2.4, BP 2.5, BP 3.1, BP 3.4) Componenten werken conform de voorgeschreven procedures Eindgedrag Je houdt jezelf aan de voorgeschreven procedures rondom kwaliteitsverbetering en wettelijke richtlijnen. Je stimuleert anderen zich ook te houden aan de voorgeschreven procedures rondom kwaliteitsverbetering en wettelijke richtlijnen. 3.5 Voert administratieve taken uit (BP 1.1, BP 1.2, BP 1.4, BP 2.1, BP 2.2, BP 2.4, BP 3.1, BP 3.2) Componenten werken conform voorgeschreven procedures Eindgedrag Je werkt volgens de voorgeschreven protocollen en werkprocedures. Je werkt volgens de procedures en methoden die erkend zijn door de beroepsgroep. Je verzorgt (in opdracht van de behandelaar) de herhaalreceptuur volgens protocollen en instructies.

22

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Competentie T. Instructies en procedures opvolgen (vervolg)

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

de verschillende apparaten, instrumenten en materialen om veilig te kunnen werken de regels m.b.t. veiligheid en milieuprotocollen, richtlijnen, wettelijke regelingen, (veiligheids) voorschriften, en veilig gebruik van materialen en hulpmiddelen (RIE) de specifieke wet- en regelgeving in het dagelijks werk de (BIG, Arbo, WGBO, KWZ, WMCZ, WKCZ) protocollen, richtlijnen, wettelijke regelingen, (veiligheids) voorschriften en veilig gebruik van apparatuur, instrumenten en materialen de visie van de organisatie de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het beroep

actief luisteren uitvragen volgens (NHG) standaarden doorvragen als de zorgvraag onduidelijk is de aard en urgentie van de zorgvraag vastleggen de Nederlandse en een moderne vreemde taal toepassen non-verbale en verbale communicatie- methoden en technieken toepassen afstemmen op het communicatieniveau van de zorgvrager behandelkamer, apparatuur, materiaal en middelen gebruiksklaar maken medisch technische handelingen uitvoeren rapporteren aan betrokkenen protocollen, richtlijnen en (veiligheids) voorschriften gebruiken materialen en hulpmiddelen op een veilige manier gebruiken werken conform voorgeschreven procedures en protocollen methodisch werken administratieve, archiverings- en registratievaardigheden toepassen

zorgvuldig nauwkeurig planmatig betrouwbaar ordelijk waakzaam gedisciplineerd milieubewust kostenbewust

..........................

van doktersassistent de informatie over geneesmiddelen, anatomie,

fysiologie en pathologie die nodig is voor o.a. anamnesetechnieken (NHG) standaarden, triage, protocollen en richtlijnen van de organisatie/praktijk

................................

de regels bij hygiënisch en ergonomisch verantwoord werken communicatietechnieken de beschikbare

informatiesystemen de Nederlandse taal

................................

23

COMPETENTIEWIJZER

Competentie V. Met druk en tegenslag omgaan

Werkprocessen

1.1 Staat de zorgvrager te woord en kanaliseert de zorgvraag ( BP 1.2, BP 2.2, BP 3.2) Componenten effectief blijven presteren onder druk Eindgedrag

Je blijft in stressvolle situaties gericht op het werk. Je richt jezelf op zaken die moeten worden gedaan. Je bewaakt je eigen grenzen.

Kennis. Je kent

Vaardigheden. Je kunt

Houding. Je bent

het verschil tussen belangen en spanningen jouw eigen grenzen bij druk en tegenslag het verschil tussen macht en onmacht de verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de doktersassistent de rechtspositie van de doktersassistent de veiligheidsvoorschriften/Arbo- normen de functiebeschrijving van de doktersassistent binnen de branche manieren om incidenten te melden de motivatietechnieken de conflicthantering

met (tijds)druk en tegenslag omgaan je eigen gevoelens goed hanteren je eigen grenzen bewaken bij een meningsverschil op basis van afwegingen in stressvolle situaties gericht blijven op het werk en de zaken die gedaan moeten worden bij spanning naar oplossingen zoeken een professionele houding aannemen bij spanning en stress (moeilijk hanteerbaar gedrag van de zorgvrager) prioriteiten stellen op basis van gefundeerde keuzes collegiale ondersteuning aanvaarden bij spanning en stress afstand nemen om stil te staan bij je eigen gedrag open staan voor feedback van de zorgvrager de grenzen van je bekwaamheid en bevoegdheid aangeven en daarbinnen handelen bij twijfel over je bevoegdheid en/of bekwaamheid eerst overleg plegen je taken, werkzaamheden en bevoegdheden omschrijven (functiebeschrijving) agressie hanteren omgaan met sociale problematiek waaronder armoede en huiselijk geweld de motivatietechnieken toepassen onder druk vriendelijk blijven en conflicten vermijden tegenslag accepteren en direct kijken naar andere middelen om je doel te bereiken flexibel zijn

alert consequent planmatig initiatiefrijk

flexibel stabiel reflectief open

coöperatief zelfbewust stressbestendig overtuigend aanspreekbaar op je gedrag

.........................

................................

................................

24

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Nederlandse taal

beheersingsniveau

Mondelinge taalvaardigheid:

3F

Leesvaardigheid:

3F

Schrijfvaardigheid:

3F

Taalverzorging en taalbeschouwing

3F

Rekenen

beheersingsniveau

Getallen

3F

Verhoudingen

3F

Meten en meetkunde

1F

Verbanden

2F

Taalvaardigheden en rekenkundige handelingen voor de beroepsuitoefening zijn in de competentiewijzer opgenomen.

De Nederlandse taal is vastgesteld op niveau 3 F en identiek aan de algemene eisen die aan de Nederlandse taal worden gesteld in een MBO- kwalificatie op niveau 4.

Het gewenste rekenniveau voor de beroepsuitoefening is in bovenstaand overzicht aangegeven. Rekenen voor het beroepsdeel wijkt af van de algemene eisen die aan rekenen worden gesteld in een mbo-kwalificatie op niveau 4.

25

COMPETENTIEWIJZER

26

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

27

COMPETENTIEWIJZER

28

DOKTERSASSISTENT FASE 1, 2 EN 3

Fase 1 Het uitvoeren van dagelijkse activiteiten Kompas Competentiewijzer 1.1 Producten klaarmaken voor aflevering

Apothekersassistent

1.2 Recepten afhandelen met en zonder eenvoudige medicatiebewaking 1.3 Geven van voorlichting en advies bij eenvoudige zelfzorgvragen 1.4 Werken aan voorraadbeheer en logistiek Fase 2 Het bieden van complexe zorg 2.1 Afhandelen van recepten met medicatiebegeleiding 2.2 Geven van voorlichting en advies over verband- en medische hulpmiddelen 2.3 Geven van voorlichting en advies bij zelfzorg

2.4 Uitvoeren van eenvoudige bereidingen 2.5 Verbeteren van eigen vakdeskundigheid

Verantwoordingsverslag 1 en Assessmentgesprek 1 Fase 3 Op weg naar beginnend apothekersassistent 3.1 Onder druk professioneel functioneren aan de balie 3.2 Bevorderen van zelfmanagement bij typerende zorgvragers 3.3 Uitvoeren van complexe bereidingen 3.4 Professionaliseren Verantwoordingsverslag 2 en Assessmentgesprek 2

Fase 1 Het uitvoeren van dagelijkse activiteiten Kompas Competentiewijzer 1.1 De dagelijkse gang van zaken plannen, organiseren en uitvoeren 1.2 Intake, beleid bepalen, voorlichting en advies geven 1.3 Uitvoeren van MTH (in opdracht van de arts) 1.4 Verzorgen van het herhaalrecept onder begeleiding Fase 2 Het bieden van complexe zorg 2.1 Uitvoeren van eigen spreekuur 2.2 Triageren, beleid bepalen, voorlichting en advies geven bij minder complexe ingangsklachten 2.3 Uitvoeren van en assisteren bij MTH 2.4 Plannen, organiseren en uitvoeren van de dagelijkse gang van zaken 2.5 Verbeteren van eigen vakdeskundigheid Verantwoordingsverslag 1 en Assessmentgesprek 1 Fase 3 Op weg naar beginnend doktersassistent 3.1 Verzorgen van eigen spreekuur 3.2 Triageren, beleid bepalen, voorlichting en advies geven bij meer complexe ingangsklachten 3.3 Verzorgen van en assisteren bij MTH 3.4 Organiseren, uitvoeren en coördineren in de praktijk 3.5 Professionaliseren Verantwoordingsverslag 2 en Assessmentgesprek 2 1.1 Assisteren aan de stoel bij de meest voorkomende behandelingen 1.2 Intake en uitvoeren van eenvoudige administratieve handelingen 1.3 Zelfstandig uitvoeren van eenvoudige handelingen 1.4 Geven van voorlichting en instructie 1.5 Opstarten, afsluiten van de werkdag en beheren van voorraad, apparatuur en techniekwerk Fase 2 Het bieden van complexe zorg 2.1 Assisteren aan de stoel bij diverse behandelingen 2.2 Zelfstandig uitvoeren van (be)handelingen en tandtechnische verrichtingen 2.3 Verbeteren van eigen vakdeskundigheid 2.4 Intake bij veelvoorkomende vragen en/of klachten 2.5 Advies, voorlichting en instructie geven Verantwoordingsverslag 1 en Assessmentgesprek 1 Fase 3 Op weg naar beginnend tandartsassistent 3.1 Assisteren aan de stoel bij complexe behandelingen 3.2 Zelfstandig uitvoeren van (be)handelingen en tandtechnische verrichtingen 3.3 Professionaliseren 3.4 Intake bij complexe vragen en/of klachten Verantwoordingsverslag 2 en Assessmentgesprek 2

Doktersassistent

Tandartsassistent Overzicht beroepsprestaties Assisterenden gezondheidszorg - 2012 Fase 1 Het uitvoeren van dagelijkse activiteiten Kompas Competentiewijzer

Een uitgave van:

Artikelnummer: CZW20120081

Made with