7 NEdERLANdS EN MOdERNE VREEMdE tALEN
133
Middenkaderfunctionaris bouw en infra
7 2
moderne vreemde talen
In zowel je kwalificatiedossier als in het brondocument Leren,
Loopbaan en Burgerschap worden eisen gesteld aan je taalniveau
Engels.
eisen engels
Lezen
Luisteren Gesprekken
voeren
Spreken
Schrijven
C1
B2
B1
•
•
A2
•
•
•
A1
Om te slagen voor het onderdeel Engels moet je alle
taalvaardigheden op het vereiste niveau afsluiten. Je sluit een
taalvaardigheid op het vereiste niveau af als je bewijsmateriaal voor
dat niveau kunt overleggen. Welk bewijsmateriaal je moet kunnen
overleggen, bepaalt het ROC.
Een aantal van de opdrachten uit dit examendossier
kun
je
gebruiken om je niveau voor een bepaalde taalvaardigheid aan te
tonen.
Het kan zijn dat je ROC de examinering van je taalniveau op
een andere wijze uitvoert.
Wanneer je een of meer onderdelen van je taalniveau met behulp
van dit examendossier aantoont, wordt dit bij het uitvoeren van een
of meer werkprocessen tevens door de taaldocent of taalassessor
beoordeeld. Dat gebeurt op basis van omschrijvingen in het CEF
(Common European Framework). Daarin staat wat je moet laten zien
voor een bepaald niveau (zie bijlage 9).
Bepaal samen met de taaldocent met welke opdrachten jij je
niveau voor een bepaalde vaardigheid kunt aantonen. Kruis deze
opdrachten in onderstaande tabellen per taalvaardigheid aan.
Eventueel kunnen ook opdrachten door de taaldocent toegevoegd
worden (+ in tabel). Ook bewijsstukken uit het taalportfolio dat je
eerder in je opleiding hebt opgebouwd, kunnen van je gevraagd
worden.