166
KWALIFICEREND DOSSIER
R
= resultaat
• Je toont het resultaat en zo mogelijk demonstreer je het en je
licht het toe.
• Je toont of vertelt dat de resultaten voldoen aan de gestelde
eisen en normen.
R
= reflectie
• De beoordelaar kan vragen waaruit blijkt (gerelateerd aan
de prestatie-indicatoren) dat je tijdens het uitvoeren van de
activiteiten competent hebt gehandeld.
• De beoordelaar kan vragen hoe je kennis en vaardigheden hebt
ingezet.
• De beoordelaar kan vragen hoe je op de ingebrachte situatie
terugkijkt.
• De beoordelaar kan vragen wat je sterk vindt van jezelf als je
terugkijkt naar de beschreven situaties.
• De beoordelaar kan vragen waar je nog ontevreden over bent.
• De beoordelaar kan vragen wat anderen vonden van de
resultaten.
T
= toepassing
• De beoordelaar kan vragen hoe je de getoonde competenties in
andere situaties zal toepassen.