CZW20120015 - page 39

COMPETENTIEWIJZER
37
Competentie U: Omgaanmet verandering en aanpassen
Werkprocessen:
1.6 Begeleidt een groep zorgvragers
(BP 2.5, Proeve fase 2)
Componenten:
met diversiteit (tussenmensen) omgaan
Eindgedrag:
In de VVT, GHZ en GGZ begeleid je een groep zorgvragers bij het zo optimaal mogelijk samenwonen in
groepsverband. Je creëert een stimulerende en prettige leef- en verblijfsomgeving voor de groep, passend bij hun
wensen en behoeftes. Je betrekt hierbij zo nodig de naasten. Je bevordert een goed groepsklimaat. Je observeert
de groepsdynamiek en het gedrag van de zorgvragers. Je helpt een zorgvrager bij het verkrijgen van inzicht in
eigen gedrag en het effect van dat gedrag op anderen. Je bespreekt indien nodig dit in de groep. Je maakt
afspraken over (gedrags)regels. Je grijpt in of bemiddelt bij conflicten.
In de GGZ gebruik je de groep als therapeutisch instrument om de zorgvrager in zijn sociaal-maatschappelijk
functioneren te versterken en hem te ondersteunen bij het opbouwen en onderhouden van contacten.
Kennis. Je kent
Vaardigheden. Je kunt
Houding. Je bent
de bronnen voor informatie over
verschillende culturen en religies
je eigen gedrag in onverwachte,
nieuwe en risicovolle situaties
de aspecten van taken en
werkzaamheden, de beroepscode en
beroepshouding
de verschillende vormen van het
communicatieproces
de verschillende overlegvormen
theorieën over groepsprocessen en
groepsdynamica
het belang van samenwerken en
manieren van samenwerken
de verschillende disciplines en hun
werkzaamheden
het netwerk van de zorgvrager
de betekenis van het netwerk voor de
zorgvrager
begeleidingsmethoden
een uitgebreid repertoire aan
begeleidingsmethoden
demethoden van ‘Vroegsignalering’
de stappen voor het opbouwen van
een vertrouwensrelatie
het begrip ketenzorg
jouw plaats in de keten
je eigen gedrag in onverwachte,
nieuwe en risicovolle situaties
de aspecten van taken en
werkzaamheden, de beroepscode en
beroepshouding
de verschillende overlegvormen
rekening houdenmet de cultuur, leeftijd en
achtergrond van de zorgvrager
veranderingen aanvaarden en hierop
reageren
veranderingen signaleren en rapporteren
de zorgvrager bij emotionele en
gedragsproblemen adequaat begeleiden
afwijkende signalen bij de zorgvrager
signaleren en interpreteren
verschillende begeleidingsmethoden op de
juistemomenten inzetten
professioneel communicerenmet de
zorgvrager/mantelzorger/naasten
met kennis en inzicht (van anatomie,
fysiologie, (psycho)pathologie en
ontwikkelingsstoornissen) meewerken aan
een therapeutischmilieu
ondersteuning bieden voor een goed
groepsklimaat
observeren en signaleren
overleggenmet betrokkenen in de zorg
behandelaars consulteren
opvallende wijzigingenmet de zorgvrager/
mantelzorger/naaste/wettelijk
vertegenwoordiger bespreken
passende oplossingen kiezen voor
knelpunten
.......................................................
flexibel
respectvol
empathisch
laagdrempelig
open
creatief
alert
collegiaal
onbevoor-
oordeeld
...................
1...,29,30,31,32,33,34,35,36,37,38 40,41,42,43,44
Powered by FlippingBook