VERZORGENDE-IG - Fase 1, 2 EN 3
28
Competentie Q: Plannen en organiseren
Werkprocessen:
1.10 Stemt de zorgverlening af
(BP 1.3, Proeve fase 1, BP 2.7, Proeve fase 2, BP 3.2, Verantwoordingsverslag 2,
Proeve fase 3)
Componenten:
doelen en prioriteiten stellen, activiteiten plannen, tijd indelen
Eindgedrag:
Je stemt de werkzaamheden af met collega’s onderling enmet collega’s van andere disciplines; plant, maakt
afsprakenmet collega’s over demanier waarop zij zorg verlenen en hoe ze dit organiseren en je draagt indien
nodig werkzaamheden over.
Je stemt de zorg zo nodig af met naasten of met andere betrokkenen.
Je neemt deel aan voor afstemming relevante overlegvormen en collegiale consultaties.
Je past je aanpak aan als blijkt dat dit nodig is.
Kennis. Je kent
Vaardigheden. Je kunt
Houding. Je bent
•
•
de theorie vanmethodisch
probleemoplossend handelen
•
•
de stappen voor het opstellen van
een zorg(leef)plan
•
•
gesprekstechnieken (2F)
•
•
relevante standaard vragenlijsten
•
•
relevante open en gesloten vragen
•
•
hulpmiddelen bij het formuleren van
het zorgprobleem, het zorgdoel en de
planning
•
•
verschillende soorten zorgplannen
•
•
evaluatiemethoden t.b.v. de
uitvoering en kwaliteit van de zorg
•
•
de opzet van standaarden en
protocollen
•
•
verschillendemethoden om
activiteiten te plannen en te
organiseren
•
•
de werkzaamheden, taken en
bevoegdheden van de verschillende
zorgverleners die bij de zorg
betrokken zijn
•
•
de verschillende soorten
hulpmiddelen voor de overdracht van
de zorg
•
•
...............................................
•
•
bronnen effectief gebruiken om gegevens
te verzamelen
•
•
de zorgvrager helpen bij het uiten van
behoeften en het formuleren van de
zorgvraag
•
•
prioriteiten stellen op basis van
verzamelde gegevens
•
•
werkzaamheden afstemmenmet de
zorgvrager/mantelzorger
•
•
de zorgmethodisch plannen
•
•
een zorgvraag op de juistemanier
formuleren
•
•
duidelijke en reële zorgdoelen formuleren
en prioriteiten bepalen
•
•
een zorgplan opstellen, evalueren en
bijstellen
•
•
prioriteiten stellen op basis van een
gesprek met de zorgvrager(s) en eventueel
demantelzorger/naasten en collega’s
•
•
de verschillende (activiteiten)
werkzaamheden op elkaar afstemmen
•
•
de zorg overdragen
•
•
ervoor zorgen dat alle benodigde
werkzaamheden binnen de beschikbare tijd
kunnen worden uitgevoerd
•
•
de zorg afstemmen door te plannen
wanneer welke hulpmiddelen en
zorgverleners nodig zijn om de
werkzaamheden en taken uit te voeren
•
•
ervoor zorgen dat de zorgvrager tijdig de
juiste zorg en begeleiding ontvangt
•
•
ondersteuning bieden bij de persoonlijke
basiszorg, redzaamheid, zorg voor opname
van voeding en vocht, zorg voor de
uitscheiding, zorg voor activiteiten en
mobiliteit, zorg voor slaaprust en -ritme
•
•
initiatiefrijk
•
•
zorgvuldig
•
•
klantvriendelijk
•
•
laagdrempelig
•
•
kwaliteits-
bewust
•
•
flexibel
•
•
coöperatief
•
•
creatief
•
•
oplossings-
gericht
•
•
consequent
•
•
oplettend
•
•
...................