VERZORGENDE-IG - Fase 1, 2 EN 3
18
Competentie J: Formuleren en rapporteren
Werkprocessen:
1.1 Stelt (mede) het zorgplan op
(BP 1.1, BP 1.3, Proeve fase 1, BP 2.3, Proeve fase 2, BP 3.1, Proeve fase 3)
Componenten:
correct formuleren, nauwkeurig en volledig rapporteren, vlot en bondig formuleren
Eindgedrag:
Je verzamelt gegevens om de zorg- en ondersteuningsbehoeften van de zorgvrager, eventueel met naasten, in
kaart te brengen.
In de VVT, de GHZ en de GGZ voer je een anamnesegesprek met de zorgvrager, eventueel gesteund door naasten.
Jemaakt gebruik van je kennis over stoornissen, beperkingen, functioneringsproblemen en ziektebeelden van
zorgcategorieën in de specifieke branche.
Je analyseert de verzamelde gegevens, formuleert (mede) zorg- en ondersteuningsdoelen en passende
activiteiten en stelt (mede) het zorgplan op.
Je bespreekt eventueel het zorgplanmet de zorgvrager en betrokkenen, en vraagt om instemming.
1.2 Biedt persoonlijke verzorging en observeert gezondheid enwelbevinden
(BP 1.1, BP 1.2, BP 1.5,
Proeve fase 1, BP 2.3, BP 2.6, Proeve fase 2, BP 3.1, Proeve fase 3)
Componenten:
vlot en bondig formuleren
Eindgedrag:
Je ondersteunt de zorgvrager bij persoonlijke verzorging, bijvoorbeeld bij eten en drinken, uitscheiding,
mobiliteit en waak- en slaapritme.
Je observeert en signaleert continu veranderingen en bewaakt hiermee de gezondheidstoestand en het
welbevinden.
Je past continu risicosignalering toe om zorg te dragen voor de veiligheid van de zorgvrager.
Je rapporteert de bevindingen aan betrokken deskundigen en zet zo nodig vervolgstappen in gang.
In de KZ verzorg je ook de pasgeborene en geeft hulp bij borst- of flesvoeding.
In de VVT, GHZ en GGZ bied je in voorkomende gevallen terminale zorg en ondersteuning, en voorkomt daarbij
zoveel mogelijk (bed)complicaties en ongemakken.
Je schakelt deskundigen in als een zorgvrager is overleden. Je zorgt voor een eerste opvang van naasten. Je
zorgt er mede voor dat de naasten op een goedemanier afscheid kunnen nemen van de overledene.
1.11 Evalueert de zorgverlening
(BP 1.2, BP 1.4, BP 1.5, Proeve fase 1, BP 2.6, Proeve fase 2, BP 3.1, BP 3.3,
Proeve fase 3)
Componenten:
vlot en bondig formuleren
Eindgedrag:
Je verzamelt gegevens om de zorg- en ondersteuningsbehoeften van de zorgvrager, eventueel met naasten, in
kaart te brengen.
In de VVT, de GHZ en de GGZ voer je een anamnesegesprek met de zorgvrager, eventueel gesteund door naasten.
Jemaakt gebruik van je kennis over stoornissen, beperkingen, functioneringsproblemen en ziektebeelden van
zorgcategorieën in de specifieke branche.
Je analyseert de verzamelde gegevens, formuleert (mede) zorg- en ondersteuningsdoelen en passende
activiteiten en stelt (mede) het zorgplan op.
Je bespreekt eventueel het zorgplanmet de zorgvrager en betrokkenen, en vraagt om instemming.
Kennis. Je kent
Vaardigheden. Je kunt
Houding. Je bent
•
•
de opzet van verschillende soorten
•
•
zorgplannen en protocollen
•
•
de gevolgen van de verschillende
gezondheidsproblemen op lichamelijk
en psychosociaal gebied
•
•
systematische gegevens mondeling of
schriftelijk verzamelen en rapporteren (2F
niveau Nederlands)
•
•
goed en aandachtig luisterenmet de juiste
houding
•
•
duidelijk
•
•
doelgericht
•
•
kwaliteits-
bewust