CZW20120015 - page 32

VERZORGENDE-IG - Fase 1, 2 EN 3
30
Competentie R: Op de behoeften en verwachtingen van de klant richten
Werkprocessen:
1.2 Biedt persoonlijke verzorging en observeert gezondheid enwelbevinden
(BP 1.2, BP 1.5, Proeve fase 1,
BP 2.3, BP 2.6, Verantwoordingsverslag 1, Proeve fase 2, BP 3.1, Proeve fase 3)
Componenten:
aansluiten bij behoefte en verwachtingen, klanttevredenheid in de gaten houden
Eindgedrag:
Je ondersteunt de zorgvrager bij persoonlijke verzorging, bijvoorbeeld bij eten en drinken, uitscheiding,
mobiliteit en waak- en slaapritme.
Je observeert en signaleert continu veranderingen en bewaakt hiermee de gezondheidstoestand en het
welbevinden.
Je past continu risicosignalering toe om zorg te dragen voor de veiligheid van de zorgvrager.
Je rapporteert de bevindingen aan betrokken deskundigen en zet zo nodig vervolgstappen in gang.
In de KZ verzorg je ook de pasgeborene en geeft hulp bij borst- of flesvoeding.
In de VVT, GHZ en GGZ bied je in voorkomende gevallen terminale zorg en ondersteuning, en voorkomt daarbij
zoveel mogelijk (bed)complicaties en ongemakken.
Je schakelt deskundigen in als een zorgvrager is overleden. Je zorgt voor een eerste opvang van naasten.
1.5 Begeleidt een zorgvrager
(BP 1.4, BP 1.5, Proeve fase 1, BP 2.2, BP 2.5, BP 2.6, BP 2.7, Proeve fase 2,
BP 3.1, Proeve fase 3)
Componenten:
klanttevredenheid in de gaten houden
Eindgedrag:
Je begeleidt en stimuleert de zorgvrager bij het handhaven en vergroten van de zelfredzaamheid op
psychosociaal enmaatschappelijk gebied.
In de VVT, GHZ en GGZ ondersteun je bij praktische zaken, bijvoorbeeld leren reizenmet openbaar vervoer etc. Ook
ondersteun je de zorgvrager bij het realiseren van een waardevolle dagbesteding, het opbouwen en onderhouden
van zijn sociale netwerk en betrek je het sociale netwerk bij de ondersteuning.
Je motiveert de zorgvrager om zoveel mogelijk de regie over zijn eigen leven te voeren en de eigen identiteit en
levensinvulling te behouden. Ook begeleid je de zorgvrager bij de verwerking en hantering van de gevolgen van
ziekte, beperking of behandeling.
In de KZ ondersteun je de kraamvrouw, haar partner en andere familieleden bij het hanteren van de nieuwe
gezinsomstandigheden en wanneer de pasgeborene (ernstig) gehandicapt is of een (ernstige) ziekte heeft of
waarbij de pasgeborene is overleden.
Daarnaast ondersteun je de naasten en let daarbij op signalen van overbelasting.
Je checkt of de betrokkenen tevreden zijn over de begeleiding.
1.7 Ondersteunt bij wonen en huishouden
(BP 1.4, Proeve fase 1)
Componenten:
aansluiten bij behoeften en verwachtingen
Eindgedrag:
Je ondersteunt de zorgvrager bij persoonlijke verzorging, bijvoorbeeld bij eten en drinken, uitscheiding,
mobiliteit en waak- en slaapritme.
Je observeert en signaleert continu veranderingen en bewaakt hiermee de gezondheidstoestand en het
welbevinden.
Je past continu risicosignalering toe om zorg te dragen voor de veiligheid van de zorgvrager.
Je rapporteert de bevindingen aan betrokken deskundigen en zet zo nodig vervolgstappen in gang.
In de KZ verzorg je ook de pasgeborene en geeft hulp bij borst- of flesvoeding.
In de VVT, GHZ en GGZ bied je in voorkomende gevallen terminale zorg en ondersteuning, en voorkomt daarbij
zoveel mogelijk (bed)complicaties en ongemakken.
Je schakelt deskundigen in als een zorgvrager is overleden. Je zorgt voor een eerste opvang van naasten.
1...,22,23,24,25,26,27,28,29,30,31 33,34,35,36,37,38,39,40,41,42,...44
Powered by FlippingBook