Milieu Compact nr 4 - page 7

milieu
compact
7
WeT en RegeLgevIng
Gevoelige bedrijfsinformatie mag niet openbaar
worden
VNO-NCW en MKB-Nederland roepen de Tweede
Kamer op om niet akkoord te gaan met het initiatief-
wetsvoorstel Wet open overheid. Een nieuwe wet is
onnodig en duur, vinden de ondernemingsorganisa-
ties. Bovendien wordt daarmee de geheimhouding
van gevoelige bedrijfsinformatie op het spel gezet.
Bedrijven moeten erop kunnen vertrouwen dat ge-
voelige informatie die zij aan de overheid verstrek-
ken, niet in de openbaarheid komt. Als dat wel ge-
beurt, kunnen bedrijven er voortaan vanaf zien om
die informatie te delen. Het gaat bijvoorbeeld om
informatie over energiegebruik en de veiligheid van
ict-systemen. De bestaande Wet openbaarheid van
bestuur (WOB) zou op dit punt juist versterkt moeten
worden.
De ondernemingsorganisaties zijn daarnaast te-
gen de gedachte in het initiatiefwetsvoorstel om de
dwangsom bij niet tijdig beslissen door de overheid
in te trekken. Zo kan volgens de indieners Groen-
Links en D66 worden voorkomen dat burgers een
informatieverzoek doen om geld te verdienen aan de
verwachte overschrijding van de beslistermijn. VNO-
NCW en MKB-Nederland vinden de dwangsom ech-
ter belangrijk als stok achter de deur voor overheids-
instanties.
Misbruik van informatieverzoeken kan ook op een
andere manier worden aangepakt. Het kan harder
worden bestraft, een verzoek kan niet in behandeling
worden genomen, of de beslistermijn kan worden
verlengd. Ook dat kan geregeld worden in de WOB
VNO-NCW, 28-01-2014
Midterm review 2013 Bodemconvenant
In 2009 hebben Rijk, provincies (IPO), gemeenten
(VNG) en waterschappen (UvW) het convenant
bodemontwikkelingsbeleid afgesloten. Het conve-
nant heeft betrekking op de periode 2010 tot en met
2015. Conform de bepalingen heeft het uitvoerings-
programma van het bodemconvenant een midterm
review opgesteld. Hieruit blijkt dat de uitvoering van
het convenant in het algemeen goed verloopt. Door
de mindere economische tijden staat de afrondings-
termijn wel onder druk. Er zijn nauwelijks ontwikke-
lingen waarop een bodemsanering kan meeliften.
Daarom wordt er een uiterste inspanning geleverd
om alle locaties waar sprake is van spoed tenmin-
ste te beheersen, zoals is afgesproken. Omdat veel
locaties in handen zijn van bedrijven is een verder-
gaande samenwerking met bedrijfsleven nodig.
De kosten van de aanpak worden gedragen door het
Rijk, andere overheden en het bedrijfsleven. Voor de
spoedlocaties waar (ook) humane risico’s aanwezig
zijn, is de schatting van de bevoegde overheden dat
deze na juli 2013 in totaal nog 298 miljoen euro gaan
kosten (206 miljoen euro voor bedrijfsleven en 92
miljoen euro voor de overheden).
Op basis van de opgave door de andere overhe-
den zijn de totale kosten van de totale spoedopgave
ecologie en verspreiding geschat op ca. 1,45 mil-
jard euro. Dit bedrag kent nog veel onzekerheden.
Omdat 80 procent van dit bedrag wordt gevormd
door 20 procent van de gevallen vindt nog nader
onderzoek plaats naar de kosten van deze grote
gevallen. Zo’n 660 miljoen euro is al voorzien in di-
verse programma’s van overheid en bedrijfsleven
(bijvoorbeeld in de gasfabriekenregelingen). Daar-
mee resteert nog circa 783 miljoen euro. Ongeveer
343 miljoen euro zal hiervan door de overheid moe-
ten worden opgebracht. Naast deze kosten zijn nog
middelen nodig voor zaken als nazorg, apparaats-
kosten en bodemontwikkelingsgeld. Alle genoemde
bedragen zijn indicatief en op basis van de opgave
van de bevoegde overheden. Naar de onderbou-
wing van deze bedragen wordt nog nader onder-
zoek verricht.
Het huidige convenant met de andere overheden
loopt in 2015 af. Samen met de andere overheden
en het bedrijfsleven onderzoekt staatssecretaris
Mansveld de wenselijkheid voor nieuwe afspraken.
Omdat het veel bedrijfslocaties zijn zal het bedrijfs-
leven hierbij worden betrokken. Inzet van de nieuwe
afspraken is om de transitie van bodembeleid ver-
der vorm te geven. Na het afronden van de sanering
van de spoedlocaties kan worden overgegaan naar
een beheersfase waarin zorgen voor de bodem-
kwaliteit een integraal onderdeel van het ruimtelijk
beleid wordt. Daarnaast zullen afspraken worden
gemaakt over de nazorg van locaties en over delen
van kennis en informatie.
Er zijn de afgelopen jaren diverse aanpassingen
1,2,3,4,5,6 8,9,10,11,12,13,14,15,16,17,...24
Powered by FlippingBook