68
|
E-pupillen De zaterdagwedstrijd
regelen (6)
Omgaan met de tegenpartij
1 Uit spelen.
Als je met je team uitspeelt, kom je in de sfeer van
de tegenpartij. Soms word je gastvrij onthaald met een kopje
koffie, soms met een boze blik. De beleving kan gewoon vurig
zijn, maar scherm je spelers af van negatieve prikkels.
2 Praatje maken.
Peil de sfeer, maak een praatje vooraf met de
scheidsrechter – en vooral de coach. Over het weer, het veld.
Straal uit dat je niet de vijand bent, maar een leuke tegenstander
die zij nodig hebben om een leuke wedstrijd te spelen. Spreek de
verwachting van een sportieve wedstrijd uit. Hij zal zich hierdoor
aangesproken voelen. Onthoud zijn naam.
3 Zelfbewuste spelers.
Bereid in de kleedkamer je team voor,
zonder ze bang te maken, op een mogelijk andere omgeving dan
normaal. Maak ze bewust van de invloed van het eigen gedrag
op de tegenstander, en omgekeerd. Instrueer ze over het omgaan
met (vaak aangeleerd) provocerend gedrag. Spelers moeten zich
rustig houden en zo nodig de aanvoerder wijzen op probleem
spelers. Laat van tevoren de aanvoerders kennis maken, laat even-
tueel spelers elkaar voor de wedstrijd een hand geven.
4 Thuis spelen.
Als jij de gastheer bent, ontvang je de tegenpartij
en wijs je hen zo nodig kantine en kleedkamers. Ga na of hun
kleedkamer netjes is. De tegenpartij moet zich houden aan de
regels die bij jouw vereniging gelden, maar ontkomt ook niet aan
de regels van zijn eigen vereniging.




