188
KWALIFICEREND DOSSIER
Samenhang
❒
Je verhaal is duidelijk door een samenhangende
opsomming van punten, waarbij je het
belangrijkste goed naar voren brengt.
❒
Je tekst is helder en samenhangend. De opbouw
en structuur maak je duidelijk aan het publiek en je
volgt deze ook.
❒
Je tekst is logisch gestructureerd, waardoor het
publiek je gedachtegang goed kan volgen.
❒
Je verbindt je verhaal, dat bestaat uit korte,
eenvoudige zinnen door de juiste, eenvoudige
voegwoorden en verbindingswoorden.
❒
Je gebruikt middelen om de samenhang in je tekst
duidelijk te maken (o.a. signaal- en verbindings-
woorden).
❒
Je gebruikt ordeningspatronen, verbindings-
woorden en andere samenhangende elementen
die de samenhang in je tekst bevorderen.
Woordgebruik
en woorden-
schat
❒
Je beschikt over voldoende woorden, al moet je
soms een omschrijving geven van een voor jou
onbekend woord.
❒
Je beschikt over een goede woordenschat en bent
trefzeker in je woordkeuze, al komt incidenteel
onjuist woordgebruik wel voor.
❒
Je beschikt over een breed repertoire aan
woorden en uitdrukkingen en gebruikt deze altijd
correct.
❒
Je varieert het woordgebruik.
❒
Je kunt redelijk moeiteloos variëren in je
formuleringen.
❒
Je formuleert gevarieerd en doeltreffend.
Vloeiendheid,
verstaanbaar-
heid en
grammaticale
beheersing
❒
Je uitspraak is duidelijk verstaanbaar, ondanks een
eventueel accent, af en toe een verkeerd
uitgesproken woord en/of haperingen.
❒
Je bent goed verstaanbaar, hebt een goede
articulatie en intonatie en spreekt eigenlijk alle
woorden correct uit. Er zijn weinig (niet storende)
pauzes.
❒
Je bent goed verstaanbaar en kiest de juiste
klemtoon om ook fijnere betekenisnuances uit te
drukken. Er is sprake van een vloeiende taal-
stroom.
❒
Je (samengestelde) zinsconstructies zijn
grammaticaal redelijk correct. Soms aarzel je en
maak je fouten, maar je herstelt deze.
❒
Je (samengestelde) zinsconstructies zijn correct.
Incidenteel komen vergissingen, niet-stelsel-
matige fouten en kleine onvolkomenheden voor,
maar deze verbeter je direct.
❒
Je grammatica is correct. Je maakt zelden fouten,
maar deze corrigeer je snel en onopvallend.
❒
Houding, mimiek en gebaren ondersteunen het
gesprokene.
❒
Houding, mimiek en gebaren ondersteunen je
verhaal en komen spontaan en natuurlijk over.
❒
Houding, mimiek en gebaren ondersteunen je
verhaal en komen overtuigend over.
Aangekruiste
criteria per
niveau
Aantal aangekruiste criteria 2F:
Aantal aangekruiste criteria 3F:
Aantal aangekruiste criteria 4F:
Stap 4 Bepaal score en eindcijfer.
Score is totaal aantal aangekruiste criteria van het niveau van deze opdracht (zie stap 1) of criteria van een hoger niveau (maximaal 9).
Eindcijfer wordt bepaald op basis van onderstaande tabel.
SCORE:
Score
9
8
7
6
5
≤ 4
=
=
=
=
=
=
Cijfer
10
8
6 = niveau van deze opdracht behaald
5
4
3
EINDCIJFER:
Stap 5 Bepaal behaald niveau.
Niveau van de opdracht (zie stap 1) is behaald als de student minimaal
een 6 (= 80% van de vereiste criteria) heeft gescoord.
BEHAALD NIVEAU:
Onderbouwing van de beoordeling:
Handtekening beoordelaar:
Datum:
Handtekening student:
Datum: