190
KWALIFICEREND DOSSIER
Samenhang
❒
Je gedachtegang is logisch en voor de lezer
meestal te volgen.
❒
Je gedachtelijn is logisch en consequent en voor
de lezer goed te volgen.
❒
Je geeft je (complexe) gedachtegang goed en
helder weer.
❒
Je tekst is geordend in inleiding – kern – slot. Ook
zijn er goede alinea’s met inhoudelijke verbanden.
❒
Je verbindt de delen van de tekst tot een
samenhangend geheel.
❒
Je geeft in je betoog duidelijk aan wat hoofdzaken
zijn en wat ondersteunend is en maakt onder-
scheid in relevante en niet-relevante argumenten.
❒
Je gebruikt meestal juiste verwijzingen.
❒
Je gebruikt juiste verwijzingen.
❒
De verwijzingen in je tekst (ook noten, bronnen en
bijlagen) zijn compleet en correct.
❒
Je gebruikt veel voorkomende voeg- en
verbindingswoorden (o.a. als, hoewel) correct.
❒
Je gebruikt juiste verbindingswoorden.
❒
Je gebruikt de juiste verbindings- en signaal-
woorden in lange, samengestelde zinnen, die voor
de lezer goed te begrijpen zijn.
Woordgebruik
en woorden-
schat
❒
Je varieert het woordgebruik, maar je maakt nog
fouten in minder frequent voorkomende woorden
en uitdrukkingen.
❒
Je varieert het woordgebruik en voorkomt
herhaling van woorden. Je gebruikt eigenlijk altijd
de juiste woorden.
❒
Je hebt geen merkbare beperkingen in woord-
gebruik. Je woordgebruik is rijk en zeer gevarieerd.
Spelling,
interpunctie en
grammatica
❒
Je schrijft de meeste onveranderlijke woorden
correct, maakt alleen nog fouten in aaneen-/
losschrijven van woorden.
❒
Je maakt incidenteel een vergissing in een
onveranderlijk woord.
❒
Je maakt geen vergissing in onveranderlijke
woorden.
❒
Je schrijft de werkwoordsvormen correct, behalve
voltooide deelwoorden..
❒
Je schrijft de werkwoordsvormen meestal correct.
❒
Je schrijft consequent de werkwoordvormen
correct.
❒
Je gebruikt ook hoofdletters bij eigennamen en
directe rede correct.
❒
Je gebruikt leestekens correct.
❒
Je gebruikt alle leestekens correct.
❒
Je schrijft korte zinnen correct, maar bij langere
zinnen maak je incidenteel nog fouten.
❒
Je maakt incidenteel een vergissing in de
zinsstructuur van samengestelde zinnen.
❒
Je maakt zelden vergissingen in de zinsstructuur
van lange, meervoudig samengestelde zinnen.
Leesbaarheid
❒
Je past de conventies van het (beroeps)product
correct toe, o.a.
- tussenkopjes
- witregels
❒
Je past de conventies van het (beroeps)product
correct toe en stemt lay-out af op doel en publiek.
❒
Je past de conventies en lay-out van het (beroeps)
product bewust en consequent toe om het begrip
van de lezer te ondersteunen.
Aangekruiste
criteria per
niveau
Aantal aangekruiste criteria 2F:
Aantal aangekruiste criteria 3F:
Aantal aangekruiste criteria 4F:
Stap 4 Bepaal score en eindcijfer.
Score is totaal aantal aangekruiste criteria van het niveau van deze opdracht (zie stap 1) of criteria van een hoger niveau (maximaal 11).
Eindcijfer wordt bepaald op basis van onderstaande tabel.
SCORE:
Score
11
10
9
8
7
≤ 6
=
=
=
=
=
=
Cijfer
10
8
6 = niveau van deze opdracht behaald
5
4
3
EINDCIJFER:
Stap 5 Bepaal behaald niveau.
Niveau van de opdracht (zie stap 1) is behaald als de student minimaal
een 6 (= 80% van de vereiste criteria) heeft gescoord.
BEHAALD NIVEAU:
Onderbouwing van de beoordeling:
Handtekening beoordelaar:
Datum:
Handtekening student:
Datum: