10 AANVuLLENdE INFORMAtIE VOOR dE ORGANISAtIE
149
Middenkaderfunctionaris bouw en infra
16. U overlegt per projectperiode met de student en de beoordelaar
in de BPV wanneer de beoordelingsgesprekken plaatsvinden,
wanneer u beoordeelt op het BPV-bedrijf en wanneer de student
de door u te beoordelen bewijsstukken per projectperiode moet
aanleveren.
17. U overlegt met de beoordelaar in de BPV en eventuele
overige beoordelaars wanneer het vaststellingsgesprek
voor een projectperiode plaatsvindt en u de definitieve
beoordelingsformulieren bij die kwalificerende periode
gezamenlijk vaststelt.
18. U ontvangt van de student alle bewijsstukken van een
projectperiode zoals aangegeven in het overzicht van de
bewijsstukken in paragraaf 6.4.
19. U houdt samen met de beoordelaar in de BPV en eventuele
overige beoordelaars een vaststellingsgesprek per
projectperiode. U komt tot een gezamenlijke beoordeling.
Beoordelingen O en/of G verantwoordt u in de kolom
‘Opmerkingen’ van het betreffende beoordelingsformulier.
20. U bespreekt per projectperiode de ingevulde
beoordelingsformulieren met de student. De student
ondertekent de ingevulde beoordelingsformulieren voor gezien.
21. U archiveert alle definitieve bewijsstukken.
22. U dient een voorstel tot zakken/slagen van de student in bij de
examencommissie.
23. U stelt de student op de hoogte van de einduitslag van zijn
totale kwalificerende periode.