10 AANVuLLENdE INFORMAtIE VOOR dE ORGANISAtIE
151
Middenkaderfunctionaris bouw en infra
6. U bepaalt wie de student vanuit uw bedrijf tijdens het uitvoeren
van de projecttaken uit het projectplan gaat/gaan beoordelen. U
kunt dit ook zelf doen. Om dit goed te kunnen uitvoeren is het
van belang dat de beoordelaar over de volgende competenties
beschikt:
– Hij is in staat om de student te begeleiden en heeft hier ook
ervaring mee.
– Hij is op de hoogte van de methoden, werkwijzen en eisen
van het bedrijf.
– Hij is op de hoogte van de inhoud van het afsluitingsplan,
van het projectplan van de student en van de inhoud van de
projecttaken die worden aangegeven in het projectplan.
– Hij is op de hoogte van de gehanteerde
beoordelingssystematiek en is in staat deze uit te voeren.
– Hij treedt op als beoordelaar wanneer de student de
projecttaken uit het projectplan uitvoert. Zie voor verdere
instructies paragraaf 10.4 Instructies Beoordelaars.
7. Wanneer er op het BPV-bedrijf onverwachte wijzigingen in
de werkzaamheden optreden die invloed hebben op het
projectplan van de student, beoordeelt u (in overleg met de
verantwoordelijke op het ROC) het door de student gewijzigde
projectplan opnieuw.
8. U overlegt met de student en de verantwoordelijke
op het ROC wanneer het beoordelingsgesprek of de
beoordelingsgesprekken plaatsvindt/plaatsvinden, wanneer u
beoordeelt op het BPV-bedrijf en wanneer de student de door u
te beoordelen bewijsstukken moet aanleveren.
9. U overlegt met de verantwoordelijke op het ROC en eventuele
overige beoordelaars wanneer het vaststellingsgesprek van de
projectperiode plaatsvindt.
10. U houdt samen met de verantwoordelijke op het ROC en
eventuele overige beoordelaars een vaststellingsgesprek. U
komt tot een gezamenlijke beoordeling van de werkprocessen
die bij het project horen. Beoordelingen O en/of G
verantwoordt u in de kolom ‘Opmerkingen’ van het betreffende
beoordelingsformulier.